f a n t a s t i c o n

Verhalen en meer van Christian Deterink

+menu-


  • Tv-recensie ‘The Crown’, seizoen 4

    Dit vierde seizoen van de serie over het Britse koningshuis is wederom niet te versmaden, net als eerdere seizoenen (1 2).

    Nu staat natuurlijk het vanaf het begin reeds onzalige huwelijk tussen Charles en Diana centraal. Maar wie in dit seizoen vooral de show steelt is een weergaloze Gillian Anderson als Margaret Thatcher. Haar kostelijke vertolking van de ‘Iron Lady’ komt heel dichtbij hoe John Lithgow in eerdere seizoen Churchill neerzette.

    En hiermee is dit weer een heerlijk zeer genietbaar (als niet binge-baar) seizoen. Alhoewel ik heel goed snap dat het Britse koningshuis not amused zal zijn over de toch soms pijnlijke verwikkelingen bij de royals en het toch ergens ongemakkelijk is dat je mensen die nog gewoon leven gebruikt voor fictie.


  • Boekrecensie ‘Utopia Avenue’, David Mitchell

    Ik moet zeggen dat ik met enige reserve aan dit achtste boek van David Mitchell begon. Zou deze dikke pil wel echt de moeite waard zijn en niet het equivalent zijn van dat boek ‘Telegraph Avenue‘ van Michael Chabon?

    Er lijken, afgezien van de titel, op het eerste oog namelijk nogal wat overeenkomsten te zijn tussen beide boeken. Beide vormen ze een dikke pil en zijn ze de langverwachte nieuwste worp van een schrijver die ik elk met minimaal één boek heel hoog heb zitten: Chabon’s ‘WonderBoys‘ was meer dan kostelijk en van ‘Cloud Atlas‘ waag ik zelfs te beweren dat dit het allerbeste boek is van de afgelopen decennia (en een echte moderne klassieker).

    Maar óók lijken de schrijvers veel dichter bij zichzelf gebleven te zijn met een veel conventioneler boek. Gebruikte Chabon zijn boek om zijn liefde voor platen (het verhaal gaat onder meer over een wegkwijnend platenzaakje, waarin vele namen van elpees voorbij komen; consequent aangeduid met naam, artiest, platenlabel en jaar van uitgifte) te demonstreren, iets vergelijkbaars lijkt Mitchell te doen met een blijkbare liefdesbetuiging aan de muziek uit zijn jeugd, verpakt in een relaas rond een fictieve popband in de late jaren ’60 van de vorige eeuw.

    Ik hoopte dus maar dat beide boeken dus niet ook op elkaar zouden lijken wat betreft hoe ze mij bevielen. Want helaas, het boek ‘Telegraph Avenue’ viel me al uiteindelijk toch tegen. Op zijn best kon je genieten van de vaak sprankelende schrijfstijl, de vele geestige passages en een op zich best nog boeiend verhaal, maar het geheel was helaas te vaak bedolven onder bergen overbodige woorden, waarin Chabon volledig doorsloeg in het met je willen delen van al zijn kennis over de popmuziek.

    En nu? Is ‘Utopia Avenue’ ook zo’n overvoerd monster? Het antwoord is gelukkig een ronkend ‘Nee’. Want daarvoor is Mitchell gewoon een veel te goede schrijver! Hij weet het relaas over de opkomst en snelle ondergang van de virtuoze band ‘Utopia Avenue’ van begin tot eind enorm boeiend te houden. Drie van de vier bandleden (èn de manager) hebben om en om het woord in de hoofdstukken die steeds de naam dragen van een door hun geschreven liedje op de twee albums die Utopia Avenue zal uitbrengen in de twee jaar dat het bestaat (en één album dat nooit uitgebracht is). Het fraaie is ook nog eens dat de schrijfstijl van die hoofdstukken hun persoonlijkheid weerspiegelt. Mede hiermee worden de personages prachtig en zeer geloofwaardig tot leven gebracht en allemaal maken ze vele bijzondere en hele levensechte dingen mee.

    Het meest bijzondere is dan waarschijnlijk wel dat de lead-gitaar-speler Jasper last heeft van een ‘klopgeest’ in zijn hoofd. Jasper is misschien ook wel de meest fascinerende personage in dit boek en zijn excentriciteit wordt weerspiegeld in ‘zijn’ hoofdstukken die het meest eigenzinnig qua schrijfstijl zijn. Jasper heeft als achternaam ‘De Zoet’ en is natuurlijk de nazaat van Jacob de Zoet uit het eponieme boek dat Mitchell eerder schreef over deze zeventiende-eeuwse Nederlander in het Japanse Decima. Maar het gaat nog verder, want Jasper wordt geplaagd door een demon die rechtstreeks uit dit boek voorkomt, de kwaadaardige Lord Enomoto.

    Jasper’s klopgeest is meteen het enige surrealistische element in dit boek en het enige snufje ‘sf/fantasy’ dat lijkt te zijn overgewaaid vanuit het boek ‘The Bone Clocks‘, dat kortweg over een eeuwenlange strijd ging tussen clans onsterfelijken. In dit boek zijn de passages hoe Jasper echter geenszins ballast: ze zijn eerder ongelooflijk spannend en griezelig; het plot van een Stephen King waardig.

    Afgezien van dat de worsteling van Jasper schrijnend goed in beeld wordt gebracht, is dit boek met deze verhaallijn natuurlijk óók weer een volgende bouwsteen in het steeds verder uitdijende eigen ‘imaginaerium’ dat Mitchell met zijn corpus van boeken aan het bouwen is. Want ja, naast Jacob de Zoet, komen allerlei andere bekende personages terug in dit boek. Zo haalt Jasper muzikale inspiratie uit het ‘Cloud Atlas Sextet’ van de obscure jonggestorven componist Robert Frobisher (één van de meest monumentale personages van Mitchell) en zijn namen als Hershey, Penhaligon, Luisa Rey, Marinus èn Frankland al bekend bij de fervente Mitchell-lezer; niet alleen uit ‘Cloud Atlas’, maar bijvoorbeeld ook uit het ook al genoemde ‘The Bone Clocks’.

    En dan is nog steeds niet alles verteld, want Mitchell beperkt zich niet tot de fictieve personages uit zijn eigen universum, maar laat zijn personages ook veelvuldig kennis maken met allerlei heuse popsterren uit die tijd: David Bowie, Jimi Hendrix, Brian Jones, Syd Barrett, Leonard Cohen en Frank Zappa, om maar wat namen te noemen. En ook hier weet Mitchell heerlijk sappige scenes omheen te bouwen.

    Hiermee weet Mitchell een prachtige vertelling te bouwen die volgens mij uiteindelijk gaat over de magie die kan ontstaan als bij een band alle puzzelstukjes in elkaar vallen en de som meer wordt dan de delen. En ze zo een band worden die in een (vaak hele korte) bloeitijd in staat zijn zijn muziek te maken die bijna buitenaards goed is.

    Zo  is dit boek weer heel erg veel en is het in alles heel goed. Maar wat al met al dit boek vooral tot een groot succes maakt is het ongelooflijke vertelplezier dat van de pagina’s spat. En David Mitchell heeft zich niet alleen duidelijk vermaakt bij het schrijven, hij is ook nog eens de totale meester over de materie en laat dat onophoudelijk zien. Hij bewijst hiermee (wat mij betreft) wederom een schrijver van de absolute buitencategorie te zijn. Wat een vertelkracht! En wat een super-boek is dit, alweer!


  • Boekrecensie ‘Het Goud van Cuzco’, Antoine B. Daniel

    Deze volgende episode uit de trilogie ‘Inca’, vertelt wat er verder gebeurt met de hoofdpersonen Anamaya en Gabriel uit deel 1. En dat is natuurlijk dat ze heel dichtbij de wereldgeschiedenis zijn, die om hen heen gemaakt wordt.

    Ik heb het er dan natuurlijk over hoe Francisco Pizarro met zijn ‘motley crew‘ van ongeveer 160 ongewassen en ongeschoren Spanjaarden het Peruaanse binnenland binnen trekt en bij de eerste de beste kans die hij krijgt, Atahuallpa, de ‘Ene Inca’, de Zoon van de Zon, de absoluut heerser over een rijk van meer dan 10 miljoen zielen dat reikt van modern Colombia tot Chili, in gijzeling neemt.

    Natuurlijk is deze verbijsterende gebeurtenis ook een belangrijk sleutelmoment dat in mijn eigen boek in wording een belangrijke plaats moet krijgen en daarom was ik wel benieuwd wat in dit boek met die materie wordt gedaan. Dat is aardig, maar eerlijk gezegd ook niet zo heel geweldig. Omdat ik ook zo diep in de materie zit, kon ik zelfs vrij goed herkennen waar de schrijvers brokjes historische informatie ingepast hadden in hun relaas.

    Omdat het verhaal me echter toch niet genoeg kon boeien, haakte ik in dit boek toch ergens af nadat wordt verteld over de aankomst van Pizarro in Jauja, een klein jaar na de gijzelneming van Atahuallpa. Niet toevallig omdat dit het moment is waarop ik mijn eigen boek wil laten eindigen.

    Kortom biedt dit boek interessante materie, maar begrijp ik ook wel waarom deze hele trilogie nooit aan de obscuriteit is ontsnapt…


  • Nieuw verhaal ‘Een dag uit de Hel’

    Hierbij kan ik weer een nieuw verhaal presenteren.

    Heb jij ook wel eens dat je een slechte dag hebt? Een dag waarvan je het gevoel hebt dat die toch ook heel anders had kunnen lopen? Kester de Wit in dit verhaal in ieder geval wel!

    Klik om het verhaal te lezen het plaatje aan!

    Veel leesplezier!


  • Boekrecensie ‘Prinses van de zon’, Antoine B. Daniel

    Laten we wel wezen; ik was nooit aan dit boek (het begin van een trilogie) begonnen als ik niet het achterliggende doel had meer te lezen over de Inca’s ten tijde van de Spaanse inval, begin 16e eeuw. Ik ben namelijk nog steeds (ja, het gaat niet snel, ik weet het!) van zins mijn tweede boek precies in dit tijdsgewricht te plaatsen (mijn eerste boek is ook al historische fictie overigens). Om dit zelfde reden las ik eerder al een reeks geschiedkundige boeken (bijvoorbeeld deze), enkele boeken van Wim Kamerbeek (1 2) en ook nog de door hem aangeraden, en onverwacht kostelijke, roman “Inca” van Geoff Micks.

    Het zou te veel eer zijn om te zeggen dat dit boek van Antoine B. Daniel (een pseudoniem waarachter drie schrijvers schuilgaan) het niveau haalt van Geoff Micks. Maar tegelijkertijd is dit op zich best een aardig avonturenverhaal, dat gaat over het Indiaanse meisje Anamaya, die verzeild raakt in de hogere Inca-echelons, en Gabriel, die Francisco Pizarro volgt bij zijn befaamde expeditie.

    Hierbij moet ik wel aantekenen dat met mijn bovengemiddelde interesse voor de setting, ik waarschijnlijk veel makkelijker geboeid kon blijven dan elke andere argeloze lezer. Zeker toen het slot van dit boek zich bewoog richting die dramatische gebeurtenis die ook in mijn boek een belangrijke plek moet innemen: de gijzelneming van Atahuallpa.

    Ik ga ook zeker nog eens deel 2 (en misschien wel deel 3) lezen!


  • Tv-recensie ‘Undercover’, seizoen 1

    De Nederlandse bijdrage aan de Netflix-bibliotheek is vrij schamel, maar dit is dan toch een serie die heel aardig staande blijft in het overheersend Amerikaanse aanbod. Het is overigens een Nederlands-Vlaamse coproductie en dat blijkt ook uit het verhaal, dat draait rond een undercoveroperatie van twee Belgische agenten in de drugsbende van de Nederlander Ferry Bouman. Die zit dan wel weer lekker volks het liefst op een Brabantse camping, waar iedereen een hekel heeft aan ‘de wouten’.

    Alles aan de serie is goed getroffen: de omgevingen, de personages en ook het intelligente plot, dat vele sterke wendingen in zich heeft. Maar vooral vond ik de hoofdrolspelers zeer sterk: Anna Drijver en Tom Waes als de undercoveragenten, Raymond Thiry als John, en Frank Lammers en Elise Schaap als Fer en zijn vrouw. Met deze serie kan Nederland prima voor de dag komen! Zoals ze in Brabant zeggen: “Goe! Keigaaf!”


  • Tv-recensie ‘Messiah’, seizoen 1

    Door die zeer interessante Zomergasten-editie met Ilja Leonard Pfeiffer werd ik op het spoor gezet van deze Netflix-serie, en die is inderdaad zeer de moeite waard. Het concept is simpel. In het door de oorlog verscheurde Syrië staat een Messiaans figuur op die zijn volgers naar Israel leidt. Daarna duikt hij op in de VS, waar hij zijn volgers meeneemt naar het centrum van de macht, Washington DC. De CIA-agente Eva en haar Israelische evenknie Aviram vinden het maar niets en houden de man nauwlettend in de gaten.

    Continu blijf je ook als kijker twijfelen: is deze ‘messias’ nu een bijna goddelijke profeet die de wereld komt redden? Of is hij een gevaarlijke bedrieger, die alleen maar uit is op ontwrichting en ellende? Zullen alle mensen die hoop in hem hebben gesteld, teleurgesteld worden of niet? Deze vragen blijft de serie interessant houden. Ondanks dat het toch jammer is dat veel vragen aan het einde van seizoen 1 onbeantwoord blijven…