f a n t a s t i c o n

Verhalen en meer van Christian Deterink

+menu-


  • Tv-recensie ‘Undercover’, seizoen 1

    De Nederlandse bijdrage aan de Netflix-bibliotheek is vrij schamel, maar dit is dan toch een serie die heel aardig staande blijft in het overheersend Amerikaanse aanbod. Het is overigens een Nederlands-Vlaamse coproductie en dat blijkt ook uit het verhaal, dat draait rond een undercoveroperatie van twee Belgische agenten in de drugsbende van de Nederlander Ferry Bouman. Die zit dan wel weer lekker volks het liefst op een Brabantse camping, waar iedereen een hekel heeft aan ‘de wouten’.

    Alles aan de serie is goed getroffen: de omgevingen, de personages en ook het intelligente plot, dat vele sterke wendingen in zich heeft. Maar vooral vond ik de hoofdrolspelers zeer sterk: Anna Drijver en Tom Waes als de undercoveragenten, Raymond Thiry als John, en Frank Lammers en Elise Schaap als Fer en zijn vrouw. Met deze serie kan Nederland prima voor de dag komen! Zoals ze in Brabant zeggen: “Goe! Keigaaf!”


  • Tv-recensie ‘Messiah’, seizoen 1

    Door die zeer interessante Zomergasten-editie met Ilja Leonard Pfeiffer werd ik op het spoor gezet van deze Netflix-serie, en die is inderdaad zeer de moeite waard. Het concept is simpel. In het door de oorlog verscheurde Syrië staat een Messiaans figuur op die zijn volgers naar Israel leidt. Daarna duikt hij op in de VS, waar hij zijn volgers meeneemt naar het centrum van de macht, Washington DC. De CIA-agente Eva en haar Israelische evenknie Aviram vinden het maar niets en houden de man nauwlettend in de gaten.

    Continu blijf je ook als kijker twijfelen: is deze ‘messias’ nu een bijna goddelijke profeet die de wereld komt redden? Of is hij een gevaarlijke bedrieger, die alleen maar uit is op ontwrichting en ellende? Zullen alle mensen die hoop in hem hebben gesteld, teleurgesteld worden of niet? Deze vragen blijft de serie interessant houden. Ondanks dat het toch jammer is dat veel vragen aan het einde van seizoen 1 onbeantwoord blijven…


  • Boekrecensie ‘De jongens van Nickel’, Colson Whitehead

    Dit grimmige op ware feiten gebaseerde boek gaat over het leven van de zwarte jongen Elwood in het Amerika van halverwege de twintigste eeuw. Hij is verstandig, intelligent en hardwerkend, maar ook zwart en dat leidt ertoe dat als hij stomtoevallig een keer op de verkeerde plek is, hij meteen onverbiddelijk naar de barre tuchtschool Nickel in Florida gestuurd wordt.

    De rassensegregatie is hier misschien nog wel heftiger dan in de rest van de Verenigde Staten in die jaren. De jonge Elwood blijft, geïnspireerd door de speeches van Martin Luther King, geloven in het goede van de mens, maar het boek laat zien dat dit een nogal naïeve illusie is op deze plek. Elwood zal net als alle andere jongens van Nickel moeten vechten om de gevangenschap sowieso te overleven.

    Whitehead beschrijft het geheel in een sobere stijl. In zijn alwetende verteller-perspectief vertelt hij diverse passages  net zo makkelijk vanuit het perspectief van bijvoorbeeld Elwood’s vriend Turner, of het wrede schoolhoofd Spencer. Het gevolg van deze schrijfstijl is wel dat hij op relatief grote afstand van al zijn personages blijft staan. Iets wat me deed denken aan de schrijfstijl van andere Amerikaanse schrijvers als John Williams en Cormac McCarthy. Misschien wel desondanks hield het boek me tot het eind geboeid, ook om het fascinerende onderwerp: die volstrekt onverkwikkelijke rassenscheiding die tot op heden in de VS voelbaar is. En het eind van het boek geeft daarnaast ook nog eens een onverwachte twist. Een erg goed en belangrijk boek!


  • Boekrecensie ‘Naamloos’, Pepijn Lanen

    Kan de belangrijkste tekstschrijver van rap-formatie ‘De Jeugd van tegenwoordig’ ook een goede roman schrijven? Dat is de vraag die zich natuurlijk opdrong bij het openslaan van dit boek, met de naam ‘Naamloos’.

    Meteen voert Pepijn Lanen je mee met de belevenissen van een jonge man die wakker wordt in een vreemd huis en die zijn eigen naam niet meer weet. Blijkbaar heeft hij het plan opgevat een maand te ‘de-toxen’ van een nogal drank- en drugsrijke periode. Lanen weet de vervreemding, maar ook de herinneringen aan de bandeloze feestjes van vroeger, waarin hij van weekend naar weekend leven, mooi te beschrijven. Dat doet hij in een fris eigentijds proza, met bij tijd en wijle hele oorspronkelijke vondsten en zelfs nieuwe woorden.

    Maar ontstaat er intussen ook een boeiend verhaal? Daarop is het antwoord helaas: nee. Lanen heeft blijkbaar ook bedoeld om de belevenissen van de naamloze jongen, die zijn dagen in volledige leegte leeft (waarin de dag ‘voorbij kruipt als een schildpad die niet perse heel veel  haast heeft’) te zetten tegenover het jachtige leven van de moderne mens, die rondrent in ‘hamster-radjes van eigen makelij’. Maar dit soort maatschappijkritiek komt toch niet echt over. Ook de liefdesverwikkeling in het tweede deel van het boek komt wat mij betreft niet echt uit de verf.

    Hiermee is dit op zijn best een aardig boek door de hele eigen en soms zelfs humoristische schrijfstijl van Pepijn Lanen. Als hij die schrijfstijl ook nog eens had gebruikt voor een echt goed verhaal, dan was ik om geweest. Nu echter niet meer dan 2 uit 5 sterren.


  • Boekrecensie ‘Oude meesters’, Joost de Vries

    Deze derde roman van de schrijver van ‘Clausewitz’ en ‘De Republiek’ zou ik graag heel goed willen vinden. De twee genoemde eerdere werken vond ik immers erg veelbelovend. Daardoor zag ik in Joost de Vries misschien wel de nieuwe Grote Nederlandse Schrijver van het niveau Mulisch.

    Dit boek gaat hem echter ook niet verder brengen richting die status, ben ik bang. Natuurlijk: er is genoeg om van te genieten: De Vries is een intelligent schrijver die scherpzinnige en prikkelende observaties en snedige en geestige dialogen op je los laat in een fijn leesbaar proza èn net als ik duidelijk kan smullen van smeuïge (historische) weetjes. De manier waarop De Vries net zo makkelijk citeert uit de hoge als lage cultuur is ook bijzonder en kenden we ook van diens eerdere boeken.

    Het probleem is echter dat ik het verhaal gewoon niet zo interessant vond. Met de hoofdpersonages Sieger en Edmund voert De Vries twee broers op die beide een deel van de schrijver zelf lijken te belichamen. Beide hebben ze ook een sterke hang naar het verleden, die ik ook bij de schrijver vermoed. En met ‘krantenman’ Sieger heeft De Vries kans het journalistieke wereldje (waar hij zelf als journalist natuurlijk ook midden in zit) te fileren. De Vries blijft dus dicht bij zichzelf, maar een dwingend verhaal volgt helaas daar niet uit.  En dat is jammer, want hiermee is dit boek uiteindelijk toch niet helemaal geslaagd. Een magere drie bollen uit vijf. Het is niet anders…

    PS: Wat ik nog wel grappig vond aan het boek was dat De Vries met een passage waarin Edmund meewerkt aan een tv-serie over Conquistadores die Amerika bereiken, duidelijk verwijst naar het werk van strip-scenarist Jean van Hamme. De twee ‘inboorlingen’ Hurukan en Ogotaï, die Edmund en gezellen op het strand opwachten, zijn namelijk overduidelijk vernoemd naar twee hoofdpersonages uit de delen uit de stripserie Thorgal die spelen in het zogeheten ‘Land Qâ’. Bijzonder, omdat De Vries hiermee (net als ik) het werk van deze Van Hamme lijkt te bewonderen en te hebben willen eren.


  • Tv-recensie ‘The Umbrella Academy’, seizoen 2

    Deze Netflix-serie kon me in het eerste seizoen behoorlijk bekoren. Natuurlijk gaat het allemaal natuurlijk nergens over: een clubje superhelden dat een Apocalyps moet voorkomen, waar hebben we dat eerder gezien? Maar doordat alles heerlijk lichtvoetig en met de nodige ironie en zelfspot is gebracht, vond ik het toch best leuk.

    En dat kun je ook zeker over seizoen 2 zeggen. Ondanks dat de broers en zussen Hargreeves opnieuw een Apocalyps moeten voorkomen, is er zeker geen sprake van een herhalingsoefening. Zo zijn ze allen los van elkaar beland ergens in de vroege jaren ’60 en hebben ze zich elk op een andere manier ontwikkeld. Opnieuw is het Five (overtuigend gespeeld door Aidan Gallagher) die de boel bij elkaar moet krijgen.

    De serie is sympathiek omdat er wel degelijk belangrijke thema’s getoond worden: de raciale ongelijkheid in de VS uit die tijd bijvoorbeeld, maar ook door heel vanzelfsprekend te tonen hoe twee van de Hargreeves-telgen homoseksueel zijn. Maar de serie is ook gewoon heel origineel, eigenzinnig, bij vlagen heel geestig, en kent met onder meer Ellen Page en Robert Sheehan (die weer heerlijk mag schmieren als Klaus) een erg sterke rolbezetting. En tenslotte: het heeft een werkelijk fantastische soundtrack. De ironische deuntjes tijdens actiescenes bijvoorbeeld, zijn heel goed getroffen. Leuk: “I’m in voor seizoen 3!”


  • Boekrecensie ‘Metropolis’, Philip Kerr

    Dit is het veertiende en laatste boek van de inmiddels helaas ook al gestorven Schotse schrijver Philip Kerr over Bernie Gunther: politierechercheur, (hotel-)detective en, dat mogen we niet onvermeld laten, ook een tijdje SS-er, in het Duitsland voor, tijdens en na WOII.

    In dit laatste deel voert Kerr ons helemaal terug naar het begin en vóór alle dertien andere delen: het jaar 1928, als Bernie Gunther nog een jonge politie-agent is in Berlijn en betrokken raakt bij de afdeling moordzaken. Alles draait om een seriemoordenaar die oorlogsinvaliden van WOI vermoordt, omdat die een schande zouden vormen voor het nog steeds beschaamde maar weer opkrabbelende land.

    Gunther komt hij weer in contact met diverse historische personages, zoals het Joodse hoofd van de politie, Bernard Weiss en de vrouw van regisseur Fritz Lang; bekend van de film ‘Metropolis‘ natuurlijk… Intussen zit het boek wederom vol met veel (heel veel) vaak snedige dialogen en humor, een fijne typering van het decadente Berlijn van de ‘Roaring Twenties’ èn uiteindelijk zeker ook met een goed en spannend plot. Hiermee is dit gewoon toch weer een heel fijn boek!

    Én een passend einde aan de serie! Als je bedenkt dat dit boek de zwanenzang was van Kerr, die al voor de publicatie van dit boek stief aan kanker, stemt dit alles je zeker ook weemoedig. Veertien delen meeleven met de onverwoestbare Bernie Gunther, wat was het mooi!

     


  • Boekrecensie ‘De filosofie van de heuvel’, Ilja Leonard Pfeijffer

    Dit is een heel aardig boek van Ilja Leonard Pfeiffer (zie ook 1 2 3) over de fietstocht die hij ondernam met zijn (toenmalige) vriendin Gelya naar Rome. De dan al topzware dichter heeft voor dit doel een gaar Batavus-fietsje uit een rek met barrels getrokken; Gelya heeft een kittige gele mountainbike met fietstasjes. En zo beginnen ze eigenlijk volledig onvoorbereid aan hun trip, die meer dan een maand zal duren.

    Pfeiffer schrijft heel down-to-earth in een keurige dag-tot-dag verslag-vorm over deze trip, maar hij mengt dit natuurlijk wel met tal van filosofische bespiegelingen. Als niet van hem zelf, dan wel die  van zijn vriendin: die een vrolijke flodder-filosofie aanhangt van: “gewoon zien wat er komt.” Intussen is wel volledig duidelijk dat de trip niet gaat om het doel, maar de weg zelf. Een erg leuk boek, die en passant verklaart hoe Ilja in Genua terechtkwam, want inderdaad: hij kwam nooit meer terug.


  • Filmrecensies Mei – Juli 2020

    Van goed naar slecht:
    | Midsommar
    | Les Misérables
    | Howl’s Moving Castle
    | Dolores Claiborne
    | Honeyland
    | The Gentlemen
    | Escape from Pretoria
    | Wind River
    | The boy who harnessed the wind
    | Eurovision Song Contest: The Story of Fire Saga
    | Happy Gillmore
    | Er ist wieder da
    | The Next Karate Kid

    Na de break de volledige recensies!

    Continue reading