Filmrecensie ‘Jack Reacher’

‘Jack Reacher’  is het nieuwe vehikel van filmster Tom Cruise. Apart verhaal, die Tom, want er lijken maar weinigen te zijn die hem echt mogen. En dat is toch gek, want hij heeft toch enkele filmhits op zijn naam staan, heeft memorabele rollen gespeeld (denk aan Magnolia en Rock of Ages), en ziet er goed uit. Als je de verhalen gelooft, is hij ook nog eens een sympathieke vent. Waarom dan toch zoveel antipathie? Heeft het er mee te maken dat hij de bekendste vaandeldrager is van Scientology? De ‘kerk’  die opgericht is door opperfantast L. Ron Hubbard, die in een typisch twaalf-steden-dertien-ambachten scenario het onder meer probeerde als fantasyschrijver en een schimmige zelfhulpmethode (Dianetics) voor hij zich waagde aan religie.

Tja, ik denk het wel eigenlijk. Want hoe kun je iemand serieus nemen die gelooft in een zo overduidelijk staaltje boerenbedrog? Alhoewel ook de bekende Oprah-scene waarin hij op de bank springend zijn liefde uitte voor (inmiddels alweer ex-)vriendin Katie Holmes, weinig goed zal hebben gedaan.

Het was dan ook niet verbazingwekkend dat er veel boze reacties waren onder de fans dat uitgerekend Tom Cruise hun held uit de Lee Child-boeken zou gaan vertolken. Maar aan de andere kant blijkt dat wel vaker een netelige aangelegenheid. Kijk bijvoorbeeld naar de al even weinig positieve reacties op Tom Hanks’ verkiezing als Dan Brown’s Robert Langdon of de keuze voor Matthew McConaughey in de rol van Clive Cussler’s Dirk Pitt.

Goed, terug naar deze film. Die gaat dus over Jack Reacher, een oorlogsveteraan die als een soort eenmans-A-team is verdwenen in de Amerikaanse ‘underground’, tot hij besluit een advocate te helpen met een zaak rond een seriemoordenaar. Het plot zit best goed in elkaar en de film is zonder meer onderhoudend. Zonder echter echt bijzonder te worden. Bij mij rees in ieder geval de vraag of deze film voldoende perspectief biedt voor de overduidelijk al voorziene sequel. We zullen zien…

 

Filmrecensie ‘Flight’

Deze film gaat over piloot Whip Whitaker (uiteraard gespeeld door Denzel) die er in slaagt met zijn bijzondere vaardigheden en kunde een defect vliegtuig aan de grond te zetten en de schade te beperken tot slechts een paar doden. De bijzondere manoeuvre die hij hierbij gebruikt (hij vliegt een tijdje ondersteboven) is spectaculair.

Het nadeel is echter dat dit allemaal al is vertoond voor het eerste halve uurtje van de film voorbij is. Pas daarna begin je echt te beseffen waar de overige anderhalf uur over zal gaan: namelijk de aanloop naar een tuchtzaak tegen Whip omdat hij tijdens de vlucht dronken was en onder invloed van drugs. En laat nou net dit deel gewoon niet zo interessant zijn. De bedoeling was misschien een morele kwestie op te werpen die de kijker zou bezig houden: is een dronken piloot altijd fout, ook als hij een catastrofe heeft voorkomen? Maar dat was bij mij niet het geval: Whip zat gewoon zo fout als het maar kan.

Hierdoor zitten we anderhalf uur te kijken naar een worstelende Whip, die heel lang blijft ontkennen dat hij een drank- en drugsprobleem heeft, tot hij eindelijk aan het einde film zijn overduidelijke fout wil inzien en bekent. Hiermee was deze film niet bepaald een succes, op het eerste halve uur na was het ronduit saai, ondanks het zoals altijd degelijke acteerwerk van Denzel.

P.S.: Voldoet ‘Flight’ eigenlijk aan Van Lierde’s scenariowet? Het antwoord is een volmondig ja. Whip bevindt zich in het begin in een relatief evenwicht: hij gebruikt drugs en drank terwijl hij zonder brokken vliegtuigen aan de grond blijft zetten. Zijn blinde vlek is dat hij niet beseft dat dit natuurlijk niet kan en niet goed kan bliven gaan. Het beginincident is de vliegramp. Alle gebeurtenissen daarna (gesprekken met zijn advocaat, ex-vrouw, bezoek aan AA, nieuwe drinkgelagen) brengen hem steeds verder in de problemen en door de tuchtzaak (het crisismoment) wordt hij eindelijk gedwongen zijn blinde vlek onder ogen te zien en komt de film tot een afronding: hij bekent en belandt in de gevangenis; maar is wel eindelijk in het reine met zichzelf.

 

Het verhaal ‘The Joker’ is herzien

Lees hier het verhaal ‘The Joker’. Een filmmaker heeft een briljant plan voor een nieuwe film, gebaseerd op de succesfilm ‘The Dark Knight’ . Maar het loopt iets anders dan hij had verwacht…

“Tony Janson keek vanuit zijn hottub omhoog naar de vrouw die, gehuld in slechts een badjas, over het terras van zijn villa naar hem kwam toe lopen. Ze had twee hoge glazen in haar handen, gevuld met een gelig goedje en beide voorzien van een schijfje citroen… “

 

Filmrecensie ‘Jagten’

Jagten is een maatschappijkritische film over een heel hedendaags onderwerp: pedofilie en de hysterie daaromheen. Deze film gaat over Lucas (een rol van Mads Mikkelsen, bekend als Bond-bad guy uit Casino Royale), die onterecht wordt beschuldigd van seksueel misbruik van kinderen. Heel geloofwaardig wordt aangetoond hoe een redelijk normale situatie al snel volledig uit de klauw raakt. Het kwaad is al geschied als Lucas verdacht wordt, want vervolgens wordt hij door iedereen met de nek aangekeken, in elkaar geslagen in de supermarkt en wordt zelfs zijn hond vermoord. Dat Lucas uiteindelijk onschuldig blijkt, lijkt eigenlijk al niet meer uit te maken. En de huiveringwekkende slotscene toont aan dat Lucas er nooit meer van zal loskomen.

Een indringende film, die zeker de moeite waard is!

Boekrecensie ‘Telegraph Avenue’, Michael Chabon

Ik had echt uitgekeken naar deze nieuwe roman van Michael Chabon, auteur van ‘WonderBoys’ en ‘De wonderlijke avonturen van Kavalier en Clay’. En dan is het natuurlijk extra jammer als het boek bij lezing uiteindelijk gewoon tegenvalt.

Dat begint eigenlijk al meteen op de eerste pagina’s, als meteen duidelijk wordt dat Chabon niet bepaald de doelstelling had een lekker leesbare pageturner te schrijven. Integendeel: Chabon lijkt wel met elke zorgvuldig geconstrueerde en kunstig geboetseerde zin zijn meesterschap te willen onderstrepen. Ergens midden in het boek presteert hij het zelfs om één enkele zin pagina’s lang te laten duren. Erg mooi allemaal, dit literaire spierballengerol, dat ik ook al kende van Chabon’s een-na-laatste worp ‘The Final Solution’, maar of dit een prettig leesbaar boek oplevert? Nou nee, niet bepaald.

Dit was misschien nog niet zo erg geweest, als Chabon boeiende materie bij de hand had gehad. Daarvan is echter geen sprake. Chabon blijft heel dicht bij zichzelf met een down-to-earth verhaaltje dat speelt in zijn eigen achtertuin: Oakland, California. Het verhaal draait min of meer om Archy Stalling en Nat Jaffe, de uitbaters van een ouderwetse platenwinkel met veel vintage vinyl, die gedoemd lijkt te moeten sluiten als er zich een grote mega-store dreigt te vestigen in hun straat. Ook de vrouwen van beide mannen, die samen een bevallingskliniek runnen en in aanvaring komen met het ziekenhuis komen echter aan bod. Net als de beide zonen ten slotte, waarvan de excentrieke Julius ‘Julie’ Jaffe latent homoseksueel is en Titus de wrokkige, opeens opduikende, zoon uit een eerdere relatie van Archy is. Chabon weet de karakters vaardig tot leven te brengen, maar ja: heel interessant zijn hun belevenissen en zieleroerselen eigenlijk niet. Het verhaal kabbelt om deze reden eigenlijk vooral maar een beetje door en komt ook niet echt tot een knallend eind. En wat ook niet echt helpt is dat Chabon zijn boek doordrenkt met populaire Amerikaanse geschiedenis, niet alleen muziek (van elke oude soul/funk/jazz-plaat die wordt genoemd, wordt consequent ook het label en jaar genoemd bijvoorbeeld) , maar ook films, sport, etcetera. Dit gaat als niet-Amerikaan toch deels langs je heen…

Tja, allemaal niet erg positief dus. Niet dat dit boek een volledige mislukking is, overigens. Chabon kan nog steeds bij vlagen briljant om de hoek komen met mooie observaties, originele metaforen of beeldende beschrijvingen. Maar dat is allemaal niet genoeg om dit een goed boek te maken naar mijn mening. Jammer!