Verhalen en meer van Christian Deterink

+menu-


Boekrecensie ‘Hoe fictie werkt’, James Wood

Ik heb inmiddels al best wat schrijfboeken gelezen, maar geen van die boeken kon me nog echt bekoren. Bart van Lierde’s ‘Een bestseller schrijven voor dummies‘ was eigenlijk meer een schrijfboek voor filmscenario’s en Rene Appel’s schrijfboek bleef teveel in algemeenheden hangen. Goed beschouwd vond ik alleen het schrijfboek van Mario Vargas Llosa (‘Brieven aan een jonge romanschrijver’) echt prikkelend.

En dan dit boek. Laat ik er maar meteen kort over zijn: nee dit was niet echt een succes. James Wood, las ik op internet, is een hoogleraar literatuur en dit verbaast me na lezing niets. Zijn boek is namelijk met name een intellectuele en hoogdravende literaire bespiegeling waarin op de keper genomen uiteindelijk weinig bruikbaars wordt gezegd. Het enige dat je er echt uit leert is welke schrijvers Wood zelf op het schild heeft gehesen (Flaubert dus, met name). Maar over allerlei zaken wordt Wood wel erg weinig concreet. Hoeveel detail moet je gebruiken? Veel, weinig? Tja, dat hangt er nogal van af, zegt Wood. Zijn ronde of vlakke personages beter? Nou, dat is moeilijk, want soms zijn platte personages rond en vice versa. En het gebruik van dialoog dan: hoe moet dat? Wood geeft verschillende voorbeelden, maar geen voorkeuren. Het enige dat je kortom van dit alles leert is dat alles nogal genuanceerd ligt en dat er weinig algemene waarheden zijn.

Heel veel verder kom je daarom niet met dit boek. Alleen het begin, waarin Wood het fijne onderscheid tussen schrijvers en protagonisten bij vertelperspectieven analyseert, met hierbij veel aandacht voor de vrije indirecte rede, is prikkelend. Voor het overige blijft dit boek hangen in veel intellectualistische interessantdoenerigheid van een academicus die wil aantonen hoe enorm belezen hij is.

Comments are closed.