Boekrecensie ‘Speech is a river’, Ruth Mead

Dit is een boek dat je niet snel zou gaan lezen als je niet zelf zou stotteren. Ruth Mead vertelt in dit boek hoe ze zelf van het stotteren herstelde.

Centraal hierin staat de metafoor van ‘little me’ (je rationele ik) en ‘big me’ (je intuïtieve ik, je onderbewuste). En volgens Mead is het probleem dat ‘the wrong guy in charge’ is. De eerstgenoemde krijgt dus teveel de overhand en die probeert het spreken te regisseren en te controleren. Dit terwijl je het spreken veel beter aan ‘big me’ kunt overlaten: je onderbewuste ‘kern’ die begrijpt dat spreken is als een rivier: het stroomt vanzelf.

Hiermee hanteert dit boek een fundamenteel andere filosofie dan die waar alle stottertherapieën op drijven, zoals Del Ferro (wat ik zelf ooit gedaan heb) en McGuire en Hausdorfer: die gaan juist over het krijgen van controle over je spreken (bijv. via ademhaling) en moedigen daarmee juist ‘little me’ aan om nóg belangrijker te worden. En dat is precies waar al deze methodes uiteindelijk falen: overal zie je dat stotteraars éérst flink verbeteren als ze een ‘truukje’ of handvat gekregen hebben, maar als ze daarna merken dat het toch niet altijd werkt om vloeiend te spreken, wordt het daarna alleen maar erger… Je faalt immers zélf omdat je de techniek blijkbaar niet goed toepast.

Dit boek is in een soort Stream of consciousness-stijl geschreven: alsof we getuige zijn van het bewustwordingsproces dat Mead zelf heeft moeten doormaken. Het boek mist hiermee node een duidelijke structuur en dit gaat wel heel erg ten koste van de leesbaarheid. Maar voor mensen die met dit onderwerp bezig zijn, zeer interessante kost door de zeer goede inzichten!