Boekrecensie ‘The painted bird’, Jerzy Kosinski

Ik ben nog nooit zo’n gruwelijk verhaal tegengekomen als in dit boek van de Pools-Amerikaanse auteur Jerzy Kosinski, geboren in 1933 te Lodz (Polen). Of het allemaal autobiografisch is, lijkt me niet, maar het boek gaat wel over een zesjarige jongetje dat in 1939 bij aanvang van WWII voor de veiligheid van een Poolse stad naar het platteland wordt gebracht.

De lijdensweg waarin hij vervolgens terechtkomt is onbeschrijfelijk in wreedheid en gruwelijkheid. De Poolse boeren zien in de jongen (gezien zijn donkere voorkomen) namelijk een Zigeuner of -nog erger- een Jood en hierdoor wordt hij overal waar hij komt uitgestoten, mishandeld, opgejaagd, in elkaar geslagen of -als absoluut dieptepunt- in een latrine-put gegooid. Als ‘Jood’ wordt hij ook diverse malen opgepakt door de Duitsers, maar van hen heeft hij eigenlijk uiteindelijk weinig te duchten: met name de onwetende, bijgelovige en ronduit stompzinnige plattelandsbevolking blijkt zijn grootste vijand. Die mensen worden bijna zonder uitzondering in beeld gebracht als afzichtelijk en wreed. Zoals die boer waar hij een tijd bij woont, die schennis blijkt te plegen met zijn eigen dieren. Of de timmerman die hem in een kamer aan een leren touw hangt en hem dan achterlaat met een valse hond die hem zal vermoorden als hij zich naar beneden laat zakken.

Ergens op de achterflap werd het boek een afdaling in de hel genoemd en volgens mij is dit een zeer rake typering. Heel realistisch is het misschien niet, want daarvoor lijkt het gehele verhaal me toch wel erg dik  aangezet. Maar een fascinerend boek is het zeker. Lezen! (als je er de sterke maag voor hebt)