Verhalen en meer van Christian Deterink

+menu-


  • Category Archives Alle boekrecensies
  • Boekrecensie ‘Utopia Avenue’, David Mitchell

    Ik moet zeggen dat ik met enige reserve aan dit achtste boek van David Mitchell begon. Zou deze dikke pil wel echt de moeite waard zijn en niet het equivalent zijn van dat boek ‘Telegraph Avenue‘ van Michael Chabon?

    Er lijken, afgezien van de titel, op het eerste oog namelijk nogal wat overeenkomsten te zijn tussen beide boeken. Beide vormen ze een dikke pil en zijn ze de langverwachte nieuwste worp van een schrijver die ik elk met minimaal één boek heel hoog heb zitten: Chabon’s ‘WonderBoys‘ was meer dan kostelijk en van ‘Cloud Atlas‘ waag ik zelfs te beweren dat dit het allerbeste boek is van de afgelopen decennia (en een echte moderne klassieker).

    Maar óók lijken de schrijvers veel dichter bij zichzelf gebleven te zijn met een veel conventioneler boek. Gebruikte Chabon zijn boek om zijn liefde voor platen (het verhaal gaat onder meer over een wegkwijnend platenzaakje, waarin vele namen van elpees voorbij komen; consequent aangeduid met naam, artiest, platenlabel en jaar van uitgifte) te demonstreren, iets vergelijkbaars lijkt Mitchell te doen met een blijkbare liefdesbetuiging aan de muziek uit zijn jeugd, verpakt in een relaas rond een fictieve popband in de late jaren ’60 van de vorige eeuw.

    Ik hoopte dus maar dat beide boeken dus niet ook op elkaar zouden lijken wat betreft hoe ze mij bevielen. Want helaas, het boek ‘Telegraph Avenue’ viel me al uiteindelijk toch tegen. Op zijn best kon je genieten van de vaak sprankelende schrijfstijl, de vele geestige passages en een op zich best nog boeiend verhaal, maar het geheel was helaas te vaak bedolven onder bergen overbodige woorden, waarin Chabon volledig doorsloeg in het met je willen delen van al zijn kennis over de popmuziek.

    En nu? Is ‘Utopia Avenue’ ook zo’n overvoerd monster? Het antwoord is gelukkig een ronkend ‘Nee’. Want daarvoor is Mitchell gewoon een veel te goede schrijver! Hij weet het relaas over de opkomst en snelle ondergang van de virtuoze band ‘Utopia Avenue’ van begin tot eind enorm boeiend te houden. Drie van de vier bandleden (èn de manager) hebben om en om het woord in de hoofdstukken die steeds de naam dragen van een door hun geschreven liedje op de twee albums die Utopia Avenue zal uitbrengen in de twee jaar dat het bestaat (en één album dat nooit uitgebracht is). Het fraaie is ook nog eens dat de schrijfstijl van die hoofdstukken hun persoonlijkheid weerspiegelt. Mede hiermee worden de personages prachtig en zeer geloofwaardig tot leven gebracht en allemaal maken ze vele bijzondere en hele levensechte dingen mee.

    Het meest bijzondere is dan waarschijnlijk wel dat de lead-gitaar-speler Jasper last heeft van een ‘klopgeest’ in zijn hoofd. Jasper is misschien ook wel de meest fascinerende personage in dit boek en zijn excentriciteit wordt weerspiegeld in ‘zijn’ hoofdstukken die het meest eigenzinnig qua schrijfstijl zijn. Jasper heeft als achternaam ‘De Zoet’ en is natuurlijk de nazaat van Jacob de Zoet uit het eponieme boek dat Mitchell eerder schreef over deze zeventiende-eeuwse Nederlander in het Japanse Decima. Maar het gaat nog verder, want Jasper wordt geplaagd door een demon die rechtstreeks uit dit boek voorkomt, de kwaadaardige Lord Enomoto.

    Jasper’s klopgeest is meteen het enige surrealistische element in dit boek en het enige snufje ‘sf/fantasy’ dat lijkt te zijn overgewaaid vanuit het boek ‘The Bone Clocks‘, dat kortweg over een eeuwenlange strijd ging tussen clans onsterfelijken. In dit boek zijn de passages hoe Jasper echter geenszins ballast: ze zijn eerder ongelooflijk spannend en griezelig; het plot van een Stephen King waardig.

    Afgezien van dat de worsteling van Jasper schrijnend goed in beeld wordt gebracht, is dit boek met deze verhaallijn natuurlijk óók weer een volgende bouwsteen in het steeds verder uitdijende eigen ‘imaginaerium’ dat Mitchell met zijn corpus van boeken aan het bouwen is. Want ja, naast Jacob de Zoet, komen allerlei andere bekende personages terug in dit boek. Zo haalt Jasper muzikale inspiratie uit het ‘Cloud Atlas Sextet’ van de obscure jonggestorven componist Robert Frobisher (één van de meest monumentale personages van Mitchell) en zijn namen als Hershey, Penhaligon, Luisa Rey, Marinus èn Frankland al bekend bij de fervente Mitchell-lezer; niet alleen uit ‘Cloud Atlas’, maar bijvoorbeeld ook uit het ook al genoemde ‘The Bone Clocks’.

    En dan is nog steeds niet alles verteld, want Mitchell beperkt zich niet tot de fictieve personages uit zijn eigen universum, maar laat zijn personages ook veelvuldig kennis maken met allerlei heuse popsterren uit die tijd: David Bowie, Jimi Hendrix, Brian Jones, Syd Barrett, Leonard Cohen en Frank Zappa, om maar wat namen te noemen. En ook hier weet Mitchell heerlijk sappige scenes omheen te bouwen.

    Hiermee weet Mitchell een prachtige vertelling te bouwen die volgens mij uiteindelijk gaat over de magie die kan ontstaan als bij een band alle puzzelstukjes in elkaar vallen en de som meer wordt dan de delen. En ze zo een band worden die in een (vaak hele korte) bloeitijd in staat zijn zijn muziek te maken die bijna buitenaards goed is.

    Zo  is dit boek weer heel erg veel en is het in alles heel goed. Maar wat al met al dit boek vooral tot een groot succes maakt is het ongelooflijke vertelplezier dat van de pagina’s spat. En David Mitchell heeft zich niet alleen duidelijk vermaakt bij het schrijven, hij is ook nog eens de totale meester over de materie en laat dat onophoudelijk zien. Hij bewijst hiermee (wat mij betreft) wederom een schrijver van de absolute buitencategorie te zijn. Wat een vertelkracht! En wat een super-boek is dit, alweer!


  • Boekrecensie ‘Het Goud van Cuzco’, Antoine B. Daniel

    Deze volgende episode uit de trilogie ‘Inca’, vertelt wat er verder gebeurt met de hoofdpersonen Anamaya en Gabriel uit deel 1. En dat is natuurlijk dat ze heel dichtbij de wereldgeschiedenis zijn, die om hen heen gemaakt wordt.

    Ik heb het er dan natuurlijk over hoe Francisco Pizarro met zijn ‘motley crew‘ van ongeveer 160 ongewassen en ongeschoren Spanjaarden het Peruaanse binnenland binnen trekt en bij de eerste de beste kans die hij krijgt, Atahuallpa, de ‘Ene Inca’, de Zoon van de Zon, de absoluut heerser over een rijk van meer dan 10 miljoen zielen dat reikt van modern Colombia tot Chili, in gijzeling neemt.

    Natuurlijk is deze verbijsterende gebeurtenis ook een belangrijk sleutelmoment dat in mijn eigen boek in wording een belangrijke plaats moet krijgen en daarom was ik wel benieuwd wat in dit boek met die materie wordt gedaan. Dat is aardig, maar eerlijk gezegd ook niet zo heel geweldig. Omdat ik ook zo diep in de materie zit, kon ik zelfs vrij goed herkennen waar de schrijvers brokjes historische informatie ingepast hadden in hun relaas.

    Omdat het verhaal me echter toch niet genoeg kon boeien, haakte ik in dit boek toch ergens af nadat wordt verteld over de aankomst van Pizarro in Jauja, een klein jaar na de gijzelneming van Atahuallpa. Niet toevallig omdat dit het moment is waarop ik mijn eigen boek wil laten eindigen.

    Kortom biedt dit boek interessante materie, maar begrijp ik ook wel waarom deze hele trilogie nooit aan de obscuriteit is ontsnapt…


  • Boekrecensie ‘Prinses van de zon’, Antoine B. Daniel

    Laten we wel wezen; ik was nooit aan dit boek (het begin van een trilogie) begonnen als ik niet het achterliggende doel had meer te lezen over de Inca’s ten tijde van de Spaanse inval, begin 16e eeuw. Ik ben namelijk nog steeds (ja, het gaat niet snel, ik weet het!) van zins mijn tweede boek precies in dit tijdsgewricht te plaatsen (mijn eerste boek is ook al historische fictie overigens). Om dit zelfde reden las ik eerder al een reeks geschiedkundige boeken (bijvoorbeeld deze), enkele boeken van Wim Kamerbeek (1 2) en ook nog de door hem aangeraden, en onverwacht kostelijke, roman “Inca” van Geoff Micks.

    Het zou te veel eer zijn om te zeggen dat dit boek van Antoine B. Daniel (een pseudoniem waarachter drie schrijvers schuilgaan) het niveau haalt van Geoff Micks. Maar tegelijkertijd is dit op zich best een aardig avonturenverhaal, dat gaat over het Indiaanse meisje Anamaya, die verzeild raakt in de hogere Inca-echelons, en Gabriel, die Francisco Pizarro volgt bij zijn befaamde expeditie.

    Hierbij moet ik wel aantekenen dat met mijn bovengemiddelde interesse voor de setting, ik waarschijnlijk veel makkelijker geboeid kon blijven dan elke andere argeloze lezer. Zeker toen het slot van dit boek zich bewoog richting die dramatische gebeurtenis die ook in mijn boek een belangrijke plek moet innemen: de gijzelneming van Atahuallpa.

    Ik ga ook zeker nog eens deel 2 (en misschien wel deel 3) lezen!


  • Boekrecensie ‘De jongens van Nickel’, Colson Whitehead

    Dit grimmige op ware feiten gebaseerde boek gaat over het leven van de zwarte jongen Elwood in het Amerika van halverwege de twintigste eeuw. Hij is verstandig, intelligent en hardwerkend, maar ook zwart en dat leidt ertoe dat als hij stomtoevallig een keer op de verkeerde plek is, hij meteen onverbiddelijk naar de barre tuchtschool Nickel in Florida gestuurd wordt.

    De rassensegregatie is hier misschien nog wel heftiger dan in de rest van de Verenigde Staten in die jaren. De jonge Elwood blijft, geïnspireerd door de speeches van Martin Luther King, geloven in het goede van de mens, maar het boek laat zien dat dit een nogal naïeve illusie is op deze plek. Elwood zal net als alle andere jongens van Nickel moeten vechten om de gevangenschap sowieso te overleven.

    Whitehead beschrijft het geheel in een sobere stijl. In zijn alwetende verteller-perspectief vertelt hij diverse passages  net zo makkelijk vanuit het perspectief van bijvoorbeeld Elwood’s vriend Turner, of het wrede schoolhoofd Spencer. Het gevolg van deze schrijfstijl is wel dat hij op relatief grote afstand van al zijn personages blijft staan. Iets wat me deed denken aan de schrijfstijl van andere Amerikaanse schrijvers als John Williams en Cormac McCarthy. Misschien wel desondanks hield het boek me tot het eind geboeid, ook om het fascinerende onderwerp: die volstrekt onverkwikkelijke rassenscheiding die tot op heden in de VS voelbaar is. En het eind van het boek geeft daarnaast ook nog eens een onverwachte twist. Een erg goed en belangrijk boek!


  • Boekrecensie ‘Naamloos’, Pepijn Lanen

    Kan de belangrijkste tekstschrijver van rap-formatie ‘De Jeugd van tegenwoordig’ ook een goede roman schrijven? Dat is de vraag die zich natuurlijk opdrong bij het openslaan van dit boek, met de naam ‘Naamloos’.

    Meteen voert Pepijn Lanen je mee met de belevenissen van een jonge man die wakker wordt in een vreemd huis en die zijn eigen naam niet meer weet. Blijkbaar heeft hij het plan opgevat een maand te ‘de-toxen’ van een nogal drank- en drugsrijke periode. Lanen weet de vervreemding, maar ook de herinneringen aan de bandeloze feestjes van vroeger, waarin hij van weekend naar weekend leven, mooi te beschrijven. Dat doet hij in een fris eigentijds proza, met bij tijd en wijle hele oorspronkelijke vondsten en zelfs nieuwe woorden.

    Maar ontstaat er intussen ook een boeiend verhaal? Daarop is het antwoord helaas: nee. Lanen heeft blijkbaar ook bedoeld om de belevenissen van de naamloze jongen, die zijn dagen in volledige leegte leeft (waarin de dag ‘voorbij kruipt als een schildpad die niet perse heel veel  haast heeft’) te zetten tegenover het jachtige leven van de moderne mens, die rondrent in ‘hamster-radjes van eigen makelij’. Maar dit soort maatschappijkritiek komt toch niet echt over. Ook de liefdesverwikkeling in het tweede deel van het boek komt wat mij betreft niet echt uit de verf.

    Hiermee is dit op zijn best een aardig boek door de hele eigen en soms zelfs humoristische schrijfstijl van Pepijn Lanen. Als hij die schrijfstijl ook nog eens had gebruikt voor een echt goed verhaal, dan was ik om geweest. Nu echter niet meer dan 2 uit 5 sterren.


  • Boekrecensie ‘Oude meesters’, Joost de Vries

    Deze derde roman van de schrijver van ‘Clausewitz’ en ‘De Republiek’ zou ik graag heel goed willen vinden. De twee genoemde eerdere werken vond ik immers erg veelbelovend. Daardoor zag ik in Joost de Vries misschien wel de nieuwe Grote Nederlandse Schrijver van het niveau Mulisch.

    Dit boek gaat hem echter ook niet verder brengen richting die status, ben ik bang. Natuurlijk: er is genoeg om van te genieten: De Vries is een intelligent schrijver die scherpzinnige en prikkelende observaties en snedige en geestige dialogen op je los laat in een fijn leesbaar proza èn net als ik duidelijk kan smullen van smeuïge (historische) weetjes. De manier waarop De Vries net zo makkelijk citeert uit de hoge als lage cultuur is ook bijzonder en kenden we ook van diens eerdere boeken.

    Het probleem is echter dat ik het verhaal gewoon niet zo interessant vond. Met de hoofdpersonages Sieger en Edmund voert De Vries twee broers op die beide een deel van de schrijver zelf lijken te belichamen. Beide hebben ze ook een sterke hang naar het verleden, die ik ook bij de schrijver vermoed. En met ‘krantenman’ Sieger heeft De Vries kans het journalistieke wereldje (waar hij zelf als journalist natuurlijk ook midden in zit) te fileren. De Vries blijft dus dicht bij zichzelf, maar een dwingend verhaal volgt helaas daar niet uit.  En dat is jammer, want hiermee is dit boek uiteindelijk toch niet helemaal geslaagd. Een magere drie bollen uit vijf. Het is niet anders…

    PS: Wat ik nog wel grappig vond aan het boek was dat De Vries met een passage waarin Edmund meewerkt aan een tv-serie over Conquistadores die Amerika bereiken, duidelijk verwijst naar het werk van strip-scenarist Jean van Hamme. De twee ‘inboorlingen’ Hurukan en Ogotaï, die Edmund en gezellen op het strand opwachten, zijn namelijk overduidelijk vernoemd naar twee hoofdpersonages uit de delen uit de stripserie Thorgal die spelen in het zogeheten ‘Land Qâ’. Bijzonder, omdat De Vries hiermee (net als ik) het werk van deze Van Hamme lijkt te bewonderen en te hebben willen eren.


  • Boekrecensie ‘Metropolis’, Philip Kerr

    Dit is het veertiende en laatste boek van de inmiddels helaas ook al gestorven Schotse schrijver Philip Kerr over Bernie Gunther: politierechercheur, (hotel-)detective en, dat mogen we niet onvermeld laten, ook een tijdje SS-er, in het Duitsland voor, tijdens en na WOII.

    In dit laatste deel voert Kerr ons helemaal terug naar het begin en vóór alle dertien andere delen: het jaar 1928, als Bernie Gunther nog een jonge politie-agent is in Berlijn en betrokken raakt bij de afdeling moordzaken. Alles draait om een seriemoordenaar die oorlogsinvaliden van WOI vermoordt, omdat die een schande zouden vormen voor het nog steeds beschaamde maar weer opkrabbelende land.

    Gunther komt hij weer in contact met diverse historische personages, zoals het Joodse hoofd van de politie, Bernard Weiss en de vrouw van regisseur Fritz Lang; bekend van de film ‘Metropolis‘ natuurlijk… Intussen zit het boek wederom vol met veel (heel veel) vaak snedige dialogen en humor, een fijne typering van het decadente Berlijn van de ‘Roaring Twenties’ èn uiteindelijk zeker ook met een goed en spannend plot. Hiermee is dit gewoon toch weer een heel fijn boek!

    Én een passend einde aan de serie! Als je bedenkt dat dit boek de zwanenzang was van Kerr, die al voor de publicatie van dit boek stief aan kanker, stemt dit alles je zeker ook weemoedig. Veertien delen meeleven met de onverwoestbare Bernie Gunther, wat was het mooi!

     


  • Boekrecensie ‘De filosofie van de heuvel’, Ilja Leonard Pfeijffer

    Dit is een heel aardig boek van Ilja Leonard Pfeiffer (zie ook 1 2 3) over de fietstocht die hij ondernam met zijn (toenmalige) vriendin Gelya naar Rome. De dan al topzware dichter heeft voor dit doel een gaar Batavus-fietsje uit een rek met barrels getrokken; Gelya heeft een kittige gele mountainbike met fietstasjes. En zo beginnen ze eigenlijk volledig onvoorbereid aan hun trip, die meer dan een maand zal duren.

    Pfeiffer schrijft heel down-to-earth in een keurige dag-tot-dag verslag-vorm over deze trip, maar hij mengt dit natuurlijk wel met tal van filosofische bespiegelingen. Als niet van hem zelf, dan wel die  van zijn vriendin: die een vrolijke flodder-filosofie aanhangt van: “gewoon zien wat er komt.” Intussen is wel volledig duidelijk dat de trip niet gaat om het doel, maar de weg zelf. Een erg leuk boek, die en passant verklaart hoe Ilja in Genua terechtkwam, want inderdaad: hij kwam nooit meer terug.


  • Boekrecensie ‘Als het lot lacht’, Adam Johnson

    Posted on by admin

    Dit is een verhalenbundel bestaande uit zes losstaande verhalen. Ondanks dat de recensies nogal lovend zijn, konden de eerste verhalen me eigenlijk toch niet echt grijpen. Hoe origineel de setting van elk van die verhalen ook is: zo gaat het eerste verhaal over een man die gesprekken heeft met een digitale hercreatie van de Amerikaanse President, het tweede over een man die rondrijdt in een door een orkaan verwoeste stad, en het derde over een ernstig zieke vrouw.

    Maar pas het vierde verhaal greep me: dit gaat over een voormalig gevangenis bewaker van de Oost-Duitse Stasi. En ook verhaal vijf, over een pedofiele man en zes: over twee Noord-Koreanen die zijn overgelopen naar Zuid-Korea vond ik boeiend.

    Hiermee vond ik dit boek half geslaagd. Een pre is dat dit boek zonder twijfel literaire kwaliteiten heeft en volstrekt origineel is in de settings. Aan de andere kant vond ik het bij de helft van de verhalen het moeilijk om er in te komen, misschien wel door de lang niet altijd makkelijke heel literaire schrijfstijl. Een mager zesje….

     


  • Boekrecensie ‘Vergeven en vergeten’, Philip Kerr

    Posted on by admin

    Dit boek is deel 13 (van 14) in de fameuze serie rondom Bernie Gunther, de sarcastische en welbespraakte voormalig Berlijnse politierechercheur, die, zo weten we na 12 delen (1 2 3 4 5), meer dan goed voor hem was te stellen heeft gehad met de kopstukken van Nazi-Duitsland. Terecht vergaarde de serie veel roem omdat die heel goed is ingebed in de historische feiten van het boeiende tijdsgewricht van Duitsland kort voor, tijdens en kort na WOII.

    Dit dertiende deel (vertaald van het veel ronkender klinkende ‘Greeks bearing gifts‘) speelt inmiddels al weer ver na die oorlog, de late jaren ’50 precies, als Bernie onder een valse naam overleeft in München. Maar natuurlijk wordt hij toch weer een avontuur ingezogen, dat zich nu hoofdzakelijk afspeelt in Griekenland. Hier stuit hij op enkele landgenoten (en ex-nazi’s) die alsnog al het geroofde goud van de grotendeels uitgeroeide Joodse gemeenschap van Salonika (Tessaloniki) in handen willen krijgen. Het leidt tot een typische Gunther-verwikkeling; vol slim detectivewerk, spitse conversaties, gezwaai met pistolen, ongedachte plotwendingen en een femme fatale (of niet?).

    Hiermee is dit boek zonder meer een goed deel in de reeks, maar is het ook een waardige afsluiting? (Deel 14 ‘Metropolis‘ verhaalt immers, zo heb ik al begrepen, alleen nog over het begin, als de jonge politie-agent Gunther in de jaren ’20 roem vergaart met het opsporen van een serie-moordenaar.) Tja, daar twijfel ik wel een beetje aan; alhoewel Kerr aan het einde toch een min of meer positieve draai probeert mee te geven; door Gunther te laten beseffen dat er misschien ondanks alles tòch nog hoop is. En tja, na zoveel avonturen gun je een dolende geest als Bernie ook wel zijn welverdiende rust !