Boekrecensie ‘The Island at the center of the world’, Russell Shorto

Dit boek gaat over over de vroege ontstaansgeschiedenis van New York City. Dit begon natuurlijk ooit als Nieuw-Amsterdam, het centrum van het kolonisatieproject van de Hollanders in Noord-Amerika in de zeventiende eeuw. In de geschiedenisboekjes is de invloed van de Nederlandse cultuur van openheid, tolerantie en vrijheid, wat onderbelicht gebleven en ligt de nadruk op de Engelsen: de Pilgrim Fathers, Puriteinen, Plymouth, et cetera. Maar Shorto betoogt overtuigend dat de cultuur in Nieuw-Amsterdam veel bepalender is voor wat nu de typisch Amerikaanse cultuur wordt beschouwd, als gedacht.

Russel heeft een fijne pen en vertelt een onderhoudend verhaal, met diverse kleurrijke figuren als Willem Kieft (niet de voetballer!) en natuurlijk Peter Stuyvesant. De schrijver geeft ook veel aandacht aan Adriaen van der Donck, een liberale jurist, die misschien wel achter de schermen veel meer invloed heeft gehad als gedacht. Als hij niet de pech had dat in Engeland onder Oliver Cromwell (ver nazaat van Thomas) een nieuwe wind ging waaien, en hij zelf vroegtijdig om het leven kwam, had hij misschien wel veel prominenter in de geschiedenisboekjes terecht gekomen. Interessante kost!

Boekrecensie ‘De kakkerlak’, Ian McEwan

Dit boek van Ian McEwan, van wie ik eerder ‘Zaterdag’ las, is een scherpe satire over hoe een kakkerlak het lichaam overneemt van Jim Sams, de premier van de UK. Het wordt allemaal nog vreemder als meer politici blijken te zijn overgenomen en er een politieke discussie is ontstaan over het al dan niet invoeren van het ‘retournisme’. Dit is een systeem waarin het concept ‘geld’ wordt omgedraaid: het kost geld om te mogen werken en winkels geven je geld mee als je iets van hun ‘koopt’.

Dit concept is zo buitenissig, dat je het maar niet in je hoofd krijgt wat dit betekent. En helaas doet dat geen goed aan dit boek, dat wel heel humoristisch begon, als een vlijmscherpe aanklacht tegen de Britse politiek in tijden van Brexit, maar dan toch een beetje inzakt. Hoe waar het misschien ook is dat humor het enige is dat resteert als de politiek er in Brittannië zo’n puinhoop van maakt, zoals McEwan terecht opmerkt in zijn nawoord. Niet helemaal geslaagd, al met al…

Boekrecensie ‘De genocidefax’, Roxane van Iperen

In dit boekenweekessay gebruikt Roxane van Iperen de verbijsterende genocide in Rwanda om een punt te maken over hoe menselijke drijfveren werken: maar al te makkelijk laten we onze keuzes bepalen door groepsdenken en groepsdruk: ‘siding with power’, angst om buiten de boot te vallen, noem maar op.

Als treffend voorbeeld geldt Apple. die met de bekende PR-leus; ‘Here’s to the crazy ones, the misfits‘, de eigengereide buitenbeentjes op het schild lijkt te hijsen, maar tegelijkertijd een Worldwide Loyalty Team heeft om de trouw van werknemers te controleren; in de volksmond de ‘Apple Gestapo’ genoemd.

En zo komen we tot de vraag: wat die jij als het erop aan komt? Kies je voor het moreel juiste, ook als er allerlei mechanismen spelen die je dwingen tot conformisme? Interessant boekenweek-essay!

Boekcensie ‘De zoon van de verhalenverteller’, Pierre Jarawan

Dit boek gaat over de Duits-Libanese jongen Samir, wiens vader verdwijnt als hij nog maar acht jaar is. Hij kan daar niet van los komen en gaat jaren later in Libanon naar hem op zoek.

De parallel van dit boek met ‘Wees onzichtbaar‘ van Murat Isik is snel gemaakt: beide gaan immers over opgroeiende zoons van immigranten. Maar Jarawan kan toch niet tippen aan dat geweldige boek van Isik.

Dit boek deed me overigens ergens óók denken aan ‘Alles is verlicht‘ van Jonathan Safran Foer. Hoe Samir in Libanon op sleeptouw wordt genomen door een joviale gids/chauffeur/buddy deed me denken aan hoe dat op vergelijkbare manier gaat met Safran Foer’s hoofdpersoon in Oekraïne.

Zo dringt zich de vraag op: is het boek ook haar eigen merites de moeite waard? Ik twijfel. Jarawan schetst een indringend beeld van de roerige en tragische geschiedenis van Libanon, dat nog immer wordt verscheurd door religieuze twisten of anders wel agressieve buren als Syrië. Ook de worstelingen van de opgroeiende jongeling in Samir in Duitsland vond ik interessant. Maar een heel dwingend verhaal komt daar toch niet uit voort. Daarvoor is die centrale vraag: waar is Samir’s vader gebleven, toch te weinig indringend.

Hierbij wreekt het zich dat Jarawan wel erg veel woorden nodig heeft om zijn verhaal te vertellen. En ook op zijn vertelstijl is helaas nog wel wat aan te merken: het wordt vaak toch wel erg pathetisch en melodramatisch en Jarawan bedient zich hierbij te vaak van clichés.

Daarmee vond ik dit boek toch niet zo’n succes. Veel van de boeken die werden geroemd in het DWDD boekenpanel vond ik erg sterk; maar deze hoort er helaas niet bij.

 

Boekrecensie ‘Wat wij zagen’, Hanna Bervoets

Natuurlijk heb ik ook dit jaar het boekenweek-geschenk gelezen. Nu was Hanna Bervoets de schrijfster. Ik ken haar werk niet, maar kan na lezing van dit boek vaststellen dat ze zich uitstekend van haar taak heeft gekweten.

Wat eerst en vooral opvalt is hoe eigentijds dit verhaal is: het gaat heel erg over deze gekke en verwarrende moderne tijden: met haar internet,  callcenters, sociale media en -nog actueler- complotwappies met theorieën van de orde: ‘de holocaust heeft nooit plaatsgevonden‘ en ‘de aarde is plat‘.

In het boek vertelt Kayleigh over haar ervaringen als moderator bij een groot internet-platform waarvan de naam niet mag worden genoemd (denk: Facebook, YouTube). De hele dag krijgt ze de meest wanstaltige filmpjes voor ogen om te beoordelen of deze al dan niet moeten worden verwijderd.

Bervoets is hier duidelijk in haar element als ze vertelt over hoe het bestaan van de moderator er uit ziet, welke absurde werkinstructies er zijn en onder welke omstandigheden Kayleigh en haar collega’s moeten werken. Intussen ontstaat er een romance tussen haar en Sigrid, maar dan lijkt nota bene hun werk de grote splijtzwam te worden.

Al met al is dit gewoon een zeer boeiend en geslaagd boekenweek-geschenk; net als vorig jaar. Na enkele jaren met erg zwakke bijdrages (2018, 2019), heeft de CPNB weer de goede lijn te pakken!

Boekrecensie ‘De onzichtbare hand’, Bas van Bavel

Dit boek schetst een boeiend beeld van hoe markteconomieën functioneren. Van Bavel laat in zijn boek zien hoe er steeds een vaste cyclus waarneembaar is in de voorbeelden die hij aanhaalt (o.m. Nederland in de 17e eeuw en Italië in de Renaissance). En die cyclus is er altijd eentje waarin opkomende markteconomieën allereerst leiden tot economische voorspoed en positieve (welvaarts-)effecten , maar: later in de cyclus juist steeds meer negatieve effecten krijgen.

Centraal staat het begrip ‘factormarkten’ (de markten voor grond, pacht, arbeid en kapitaal). Een boeiende observatie van Van Bavel is dat de algemene misvatting is dat de opkomst van deze markten leidt tot meer vrijheid. Het tegendeel is waar, want de markten hebben juist vrijheid nodig om te ontstaan. Daarna parasiteren ze op die vrijheid en wordt die langzaam maar zeker uitgehold tot (economische) onvrijheid.

Kern van de boodschap is dat bij markteconomieën later in de cyclus het kapitaal zich steeds meer concentreert bij een kleine elite, met grote ongelijkheid tot gevolg. Die kleine elite eigent zich vervolgens ook alle politieke macht toe. Van Bavel laat zien dat de factormarkt van kapitaal (de financiële markten) dit proces versnelt. Waar financiële markten vroeger in de cyclus de markteconomie ondersteunen (met bijv. het verlenen van kredieten voor investeringen), worden die later in de cyclus een doel op zich: ze worden de eenvoudigste weg om kapitaal te laten renderen. Dit is het moment dat de financiële markten de echte economie beginnen te overheersen en te verstikken: het moment ook dat markteconomieën veranderen in onversneden kapitalisme (in de meest negatieve zin van het woord).

De centrale boodschap van Van Bavel is fascinerend en wat mij betreft heel erg in lijn met Piketty, Bregman en Engelen. De boodschap is ook grimmig: we zitten momenteel gevangen in een markteconomie aan het einde van de cyclus: een destructief kapitalistisch systeem dat welvaart vernietigt en ongelijkheid versterkt. Dat er dringend iets beters voor in de plaats moet komen is helder, maar wat? Van Bavel laat dat in zijn boek helaas vrij open. Sleuteltermen zijn in ieder geval: het tegengaan van de accumulatie van vermogens, een drastische inperking van de rol van de factormarkten en hiermee ook het verregaand verminderen van de ongelijkheid.

Al met al is dit een zeer interessant boek. Het is evenwel vooral een academisch werkstuk en zeker niet een vlot geschreven boekje als dat van de begaafde schrijver Bregman. (Om die reden ook, heb ik delen van het boek ongelezen gelaten en me gefocust op de conclusie)

 

Boekrecensie ‘Het einde van de eenzaamheid’, Benedict Wells

Dit is een roman over de Duits-Franse jongen Jules, die op jonge leeftijd zijn ouders verliest. Hij komt terecht op een kostschool, raakt vervreemd van zijn broer en zus en moet zijn pad zien te vinden in het leven. En dat gaat bepaald niet makkelijk, maar met veel horten en stoten.

Uiteindelijk trouwt hij dan met Alva, zijn eerste liefje van de kostschool. En ook blijkt de band met zijn broer Marty en zijn zus Liz (die allebei op heel verschillende manieren ook heel erg zoekende zijn geweest in hun leven) sterker te zijn dan gedacht en ze groeien weer (enigszins) naar elkaar toe.

Maar ook dan scheidt zich een ongewenst zijpaadje af van het levenspad van Jules, als Alva kanker krijgt en uiteindelijk zal sterven. Het leidt zelfs tot een bijna-zelfmoordpoging van Jules zelf…

Dit boek is prachtig geschreven in een mooie poëtische en een heel melancholische en sentimentele stijl, die soms wel iets te ver doorhangt trouwens. Zijn karakters zijn levensecht en worden mooi tot leven gebracht. Het verhaal wordt, met sprongen in de tijd, op een vaardige manier verteld.

Wells stelt in zijn boek ook interessante vragen, zoals: wie zijn we eigenlijk? Worden we helemaal bepaald door (vaak toevallige) omstandigheden om ons heen? Wat bepalen we eigenlijk zelf? Zou Jules bijvoorbeeld ook als een angstige onzekere puber zijn opgegroeid als zijn ouders nog geleefd hadden? En zou hij dan überhaupt iets met Alva hebben gekregen?

Het zijn dit soort prikkelende vragen die het boek, zonder dat het plot eigenlijk heel opmerkelijk is, toch wel boeiend houdt. Uitstekend boek, al met al!

Boekrecensie ‘Aasgieren’, Dan Simmons

Dit boek heb ik natuurlijk al eens eerder gelezen, maar heb ik er gewoon nog weer eens bij gepakt. Het boek stamt uit de absolute hoogtijdagen van Dan Simmons, nota bene uitgegeven in het zelfde jaar als sci-fi klassieker ‘Hyperion’, het boek dat ik niet genoeg kan bewieroken (1 2).

Maar ook dit boek is bij herlezing zeer de moeite waard. Het concept van de ‘brein-vampiers’ (mensen die de geest van anderen kunnen overnemen en zich hier aan kunnen voeden) is sterk, net als het stuwende plot en vele van de personages; bij uitstek dat bizarre personage Melanie Fuller; de krankzinnige oude dame met haar scabreuze opvattingen en sterke Kracht.

Bij nalezing vallen je wel andere dingen op. Ten eerste hoe jachtig en actierijk het boek is; alleen daarom al zou een verfilming (ik denk een miniserie) volgens mij heel passend zijn. De oorspronkelijke titel van dit boek (Carrion Comfort) bekt ook prima weg, zou ik zeggen. Netflix: doe je ding!

Ten tweede valt me op hoe centraal de gruwelen van de holocaust in WOII eigenlijk staan. Hoofdpersoon Saul Laski is immers overlevende van de kampen. Hier lijkt het wel alsof het hele boek een resultaat is van een zoektocht van Dan Simmons naar een antwoord op de vraag: ‘hoe kan ik een boek schrijven over die onnoemelijke gruwelen?’ Inderdaad; dezelfde vraag die in mindere of meerdere mate ook centraal staat in ‘Beatrice & Vergilius‘ van Yann Martell en zelfs ‘De nazi en de kapper‘ van Edgar Hilsenrath.

Maar ten slotte valt me op dat Simmons misschien toch iets te geforceerd enkele stokpaardjes berijdt. Naast het duidelijke en zeer geslaagde horror-aspect van het verhaal (inclusief een bizar ‘real life’ schaakspel in een vernietigingskamp èn een recap daarvan in de apotheose, steeds met Saul als pion) vind ik het politieke-paranoia aspect toch wel wat minder geslaagd en er een beetje gekunsteld in gepropt.

Ik heb het dan over de ‘Island Club’, die achter de schermen aan de touwtjes zou trekken. Mij blijft echter te enen male onduidelijk wat de agenda is van die mysterieuze club, bestaande uit een handvol ‘brein-vampiers’: wat bindt deze vijf mensen überhaupt, naast het feit dat ze allen in enige mate andere mensen kunnen laten doen wat zij willen? Als je daar over nadenkt is het veel logischer dat ze geen strijdbroeders zijn, maar juist felle tegenstanders! Dat de overige leden van de club zich zo willig naar de slachtbank laten leiden door de illustere club-voorzitter C. Arnold Barent in de bizarre apotheose van het boek, is al evenzeer vrij onwaarschijnlijk.

Maar ondanks dat, blijft dit een zeer boeiende en heel originele thriller met bloedstollende scenes, heerlijke personages en een geweldig verhaal.

Boekrecensie ‘Gratis geld voor iedereen’, Rutger Bregman

Dit boek verscheen het eerst in 2014, maar dit is de herziene editie uit 2019 met de ondertitel ‘Hoe utopische ideeën de wereld veranderen’. Bregman geeft blijk van een heerlijk eigenzinnige visie op onze hedendaagse maatschappij. Zijn pleidooi voor een basisinkomen is het meest in het oog springende, maar in zijn boek trekt Bregman dit véél breder.

Hij stelt vooral hele terechte vragen: waarom zijn we eigenlijk ondanks alle welvaart steeds méér gaan werken? Met alles stress van dien. Waar komt die fascinatie en eenzijdige gerichtheid voor ‘de economie’ (een kunstmatig idee, niet meer dan dat) en het ‘bbp’ (idem) toch vandaan?  Waarom accepteren we dat mensen in ‘bullshit jobs’ en zelfs welvaartverlagende banen (zoals lobbyisten, beurhandelaren, bankieren) de hoogste salarissen hebben? Waarom doen de meest briljante geesten van deze tijd geen baanbrekende uitvindingen meer, maar zijn ze in dienst bij zakenbanken om met nóg ingewikkelder financiële constructies nóg meer geld uit de economie te trekken voor hun bank?

Bregman beargumenteert overtuigend dat het tijd is voor de geboorte van nieuwe utopische ideeën, iets wat in de plaats moet komen voor het nog steeds overheersende kapitalisme en neoliberalisme. Systemen die ons misschien welvaart hebben gebracht maar óók hebben geleid tot een enorme -en nog steeds groeiende- ongelijkheid (zo is, stelt hij, in het hedendaagse VS de inkomensongelijkheid groter dan in het Romeinse Rijk, dat nota bene nog slaven had!).

Ik had natuurlijk al eerder met veel plezier artikelen van Bregman gelezen op de site van DeCorrespondent, maar werd toch nog aangenaam verrast door diens soepele schrijfstijl. Hij sleept je heerlijk mee van hoofdstuk naar hoofdstuk en van het ene originele en prikkelende inzicht naar het andere. Zo is dit een kostelijk en zeer boeiend boek en eigenlijk verplichte kost voor iedereen die ook maar enige interesse heeft in de grote maatschappelijke thema’s van onze tijd.

Boekrecensie ‘Lunar Park’, Bret Easton Ellis

Easton Ellis is eerst en vooral natuurlijk bekend van zijn boek ‘American Psycho’; zijn nogal onaangename personage Patrick Bateman heeft mij geïnspireerd tot het personage Harrison Bates in mijn verhaal ‘Ieder het Zijne‘.

Maar in dit boek schrijft Easton Ellis over zichzelf: de succesvolle schrijver die met vrouw en twee kinderen inmiddels in een buitenwijk woont en hier allerlei burgerlijke dingen moet doorstaan: een buurt-barbecue, een ouderavond op school. Easton Ellis schrijft dan wel met de nodige zelfspot over zichzelf, maar nog steeds vond ik hem soms nogal onuitstaanbaar: door zijn egoïsme, drugsgebruik en zijn obsessie met dure merkspullen.

Intussen begint zich steeds meer een soort Stephen King-achtige thriller te ontvouwen, als er steeds meer vreemde dingen gebeuren: de al genoemde Patrick Bateman duikt steeds op (een soort ‘De wraak van de protagonist‘ zou ik bijna zeggen), de knuffelbeer van dochterlief heeft kwaadaardige trekjes, en zo nog wel meer. Al met al heeft Bret nogal wat demonen te bevechten, met name zijn vorige boeken en ook een onverwerkt vader-complex spelen hem parten. En dit komt uiteindelijk tot een behoorlijk horror-achtige apotheose.

Ik vond het geheel echter niet overtuigend: het lijkt wel alsof Easton Ellis in arren moede maar over zichzelf is begonnen te schrijven en op enig moment bedacht er een thriller- / horror-sausje over te gieten. Nee, niet echt een succes…