Verhalen en meer van Christian Deterink

+menu-


  • Category Archives Alle boekrecensies
  • Boekrecensie ‘The Mirror & The Light’ / ‘De Spiegel en het licht’, Hilary Mantel

    Posted on by admin

    Dit is natuurlijk het langverwachte derde deel van de trilogie die begon met ‘Wolf Hall‘ en ‘Het boek Henry‘ en die verhaalt over de opkomst en ondergang van Thomas Cromwell. Als man van zeer eenvoudige komaf wist hij zich op te werken aan het hof van koning Henry VIII tot de machtigste man van het Engeland van halverwege de zestiende eeuw.

    In de eerste twee boeken hebben we gelezen over zijn opkomst aan het hof en hoe onder meer respectievelijk kerkgeleerde Thomas More en de tweede vrouw van Hendrik VIII, Anne Boleyn, de doodstraf krijgen. Dit laatste boek verhaalt kort gezegd over de tijd dat Cromwell aan de top van zijn macht staat en hoe hij ten slotte zelf ten onder gaat.

    Wat bijzonder is aan dit boek is dat Mantel haar hoofdpersoon Cromwell veel menselijker en sympathieker neerzet dan hoe hij de geschiedenis is ingegaan; namelijk als harteloze en zelfs kwaadaardige machtspoliticus. Maar Mantel laat heel geloofwaardig een ander beeld zien: de Cromwell die ze schetst is een verstandige man die omzichtig handelt, in conversaties scherp van tong is en ook duidelijk wordt gedreven door principes. In dit derde deel zien we dit bijvoorbeeld duidelijk in hoe Cromwell (hoe onverstandig het voor hem ook is) Mary, de dochter van Henry’s eerste vrouw, blijft steunen. En hoe aangedaan is als nota bene de bastaard-dochter van wijlen kardinaal Wolsey, zijn grote mentor, hem hard afwijst.

    Maar tegelijkertijd moet Cromwell voortdurend voorzichtig laveren tussen de impulsieve koning Henry en de belangrijke heren van adel, zoals Suffolk, Norfolk en Exeter, die hem nooit als gelijke zien, maar altijd als slechts de zoon van een simpele smid. Cromwell weet maar al te goed hoe dun het koord is waarop hij loopt en weet dan al dat als Henry plotseling zou komen te overlijden, hij waarschijnlijk niet eens meer tijdig via een haven het land uit zou kunnen uitvluchten voor de oude adel hem aan de hoogste boom zou ophangen.

    En ondertussen zijn de tijden ook nog eens moeilijk. Zo is er veel onrust in het land over het feit dat Henry uit de Roomse kerk is gestapt en een eigen kerk is begonnen. En ook moet Cromwell hoge edellieden die al te opzichtig hun koning afvallen oppakken en naar The Tower in Londen sturen, de gevangenis. Waarna ze, en daar kan hij ook vaak weinig aan doen, uiteindelijk worden onthoofd of op de brandstapel gezet.

    Zo ontstaat een meeslepende vertelling waarin je steeds duidelijker begint in te zien dat het voor Cromwell wel fout moet aflopen. Met name het eind van het boek, waarin Cromwell dat zelf ook onder ogen moet zien, is heel mooi beschreven en bitterzoet en zeer ontroerend.

    Mantel toont in dit boek wederom haar superieure stijl en haar beheersing van het onderwerp. Haar verhaal is heel erg ‘van de geest’, in de zin dat de nadruk ligt op de denkwereld van Cromwell en zijn vele gesprekken met tal van mensen. Heel veel handeling of de actie of zelfs beschrijvingen van omgevingen moet je daarom niet verwachten. Maar Mantel is er een meester in om bijvoorbeeld die vele gesprekken heel levendig te houden: heel gevat en zelfs vaak geestig. De kenschetsen van alle personages zijn scherp en haar stijl is vaak heel poëtisch, met geregeld flarden dichtregels.

    Maar eerlijk gezegd is dit boek natuurlijk óók gewoon nogal een pil: in de Nederlandse uitgave meer dan 1.200 pagina’s om precies te zijn. Dus dit was zéker geen boek voor even tussendoor! Ik was ook nog eens begonnen met de originele onvertaalde Engelse versie. Maar ik ben om het voor mezelf toch een beetje behapbaar te houden, ergens op een kwart van het boek toch maar overgestapt op de Nederlandse vertaling. Die Nederlandse uitgave heeft overigens ook een veel mooiere cover!

    Al met al is dit zeker een boek van de buitencategorie. Ik schat in dat het boek met groot gemak óók weer, net als de eerste twee delen, en dat is heel bijzonder, de prestigieuze Booker prijs in de wacht gaat spelen. En dat zou verdiend zijn voor deze unieke trilogie!


  • Boekrecensie ‘De Dr. Ludidi Vastenmethode’, Samefko Ludidi

    Ik ben bepaald niet een fan van het zelfhulp-genre en zit ook zeker niet te wachten om nog meer over me heen te krijgen van alle zin en onzin die over eten en afvallen wordt geschreven.

    Maar ik heb me toch maar eens aan dit boek gewaagd omdat ik meer wilde weten over het ‘intermittent fasting’ waarmee ik zelf -als goed voornemen- vanaf begin dit jaar ben begonnen. Dat was overigens vooral nadat ik hierover een interessant artikel had gelezen van Teun van der Keuken. En op aanraden van een vriend; dezelfde vriend die me dit boek leende.

    Het boek van Ludidi komt wat mij betreft traag op gang als eerst een uitgebreide historische verhandeling wordt gegeven over eet-gewoontes en -culturen en de geschiedenis van diëten. Wat mij betreft had dat niet zo gehoeven. Gelukkig had Ludidi dat blijkbaar zelf ook al voorzien, want de eerste pak hem beet zes hoofdstukken worden keurig met een samenvatting afgesloten. Handig!

    Pas later in het boek gaat hij dan in op het ‘intermittent fasting’ en wordt het interessant. De methode valt uiteen in een 5:2-protocol (2 dagen niet eten, en 5 dagen normaal eten) of een 16:8-protocol (16 aaneengesloten uren per dag niet eten, de overige uren normaal eten). Zelf ben ik voor de goede orde met die laatste variant bezig en heb die opgerekt tot 17:7.

    Interessante vond ik dat Ludidi stelt dat de volkswijsheid dat een goed ontbijt de basis zou zijn voor de dag en ook belangrijk zou zijn ‘om de spijsvertering op gang te helpen’ echt onzin is! En essentieel vond ik ook zijn constatering dat je lijf na ca. 10-11 uur begint met vetverbranding en dat het juist daarom zinvol is je periodieke vastenperiode op te rekken van het laatste blokje kaas en biertje om 22u ’s avonds tot de ochtend-boterham om 8u (10 uur) zoals zoveel mensen doen, naar ten minste 16 uur.

    Hiermee heb je volgens mij de kern van zijn methode te pakken. En de reden waarom dit voor mij zo goed werkt is dat de methode glashelder is (voor mij: alléén water/zwarte koffie/ongesuikerde thee tussen 19u en 12u), voor mij goed is vol te houden (ik ben toch al niet zo’n ontbijter) en toch tegelijk vrij ontspannen is: binnen de ‘eet-window’ van 12u-19u kan je redelijk normaal eten en een dagje je ‘vasten-doel’ niet halen is ook geen ramp.

    Hiermee vond ik het boek best interessant; alhoewel ik dan wel weer snel door al die vragenlijsten, recepten, persoonlijke ervaringen van mensen en gedetailleerde zelfhulpinstructies aan het einde van het boek gebladerd ben.


  • Boekrecensie ‘De avond is ongemak’, Marieke Lucas Rijneveld

    Dit boek, dat ik maar eens heb gekocht bij de lokale boekhandel, is natuurlijk beroemd door de bijzondere Booker-prijs die het ontving (wel in de vertaling overigens).

    Het is een nogal duister en zwartgallig relaas over een zwaar gereformeerd gezin, dat steeds disfunctioneler wordt na de dood van oudste zoon Matthies (hij komt om bij een schaatsongeval, één van die typische Nederlandse dingen die in het boek zitten). Dat de hele veestapel in de MKZ-crisis moet worden geruimd maakt het er niet beter op.

    Verteller is de 12-jarige dochter die ook al helemaal in haar eigen wereldje zit en bijvoorbeeld categorisch weigert haar jas nog uit te doen. Rijneveld zet de belevingswereld van dit meisje heel bijzonder neer: hoe klein haar wereldje ook is (haar broer, zus, ouders, de dominee, de veearts en een buurmeisje, dan hebben we het wel gehad), haar fantasie is onbegrensd. En die is soms heel kinderlijk; zo meent ze echt dat haar ouders Joden in de kelder houden (wie eten anders die lekkernijen op die zij nooit krijgt?) en heeft ze allerlei vreemde associaties en kronkels in haar hoofd. En dan heb ik nog niet eens haar voorliefde voor al het dierlijke en aardse en haar nogal sinistere fascinatie voor de dood benoemd. Dit alles vertelt Rijneveld in een heel zintuiglijke, poëtische stijl, vol met heel eigenzinnige en originele bewoordingen en associaties.

    In totaal kun je op zijn best spreken van een heel oorspronkelijk boek van een schrijver met een heel eigen stem. Aan de andere kant is het boek naar mijn smaak echt iets te naargeestig en zwaar. Zo lees je dit boek in het besef dat het best wel goed is, maar zonder het eigenlijk echt leuk te vinden.


  • Boekrensie ‘I am Ozzy’, Ozzy Osbourne en Chris Ayres

    Tussen de twee pillen door die ik aan het lezen ben, namelijk ‘Homo Deus‘ (net uit) en ‘The Mirror & The Light’ (ergens op pagina 200 van 1200 (!) ), vond ik het wel nodig wat lichtere kost in te bouwen; en die vond ik met deze autobiografie van Ozzy Osbourne. En dat leest inderdaad lekker weg!

    Ozzy was van zeer eenvoudige komaf (een arbeiderswijk in Aston, bij Birmingham), stopte op zijn vijftiende al met school en deed de meest afschuwelijke baantjes, voor hij met enig toeval als zanger in een bandje terechtkwam. De vroege jaren van deze band, die zich uiteindelijk Black Sabbath ging noemen, deden mij heel erg denken aan het verhaal van de band Utopia Avenue: de optredens in vaak lege zaaltjes en kroegen, het krakkemikkige busje waarmee ze het land door crossen, intussen elke ‘gig’ aannemend die ze kunnen krijgen. En tenslotte het geldgebrek en de druk om te stoppen en gewoon een burgermansbaantje aan te nemen…

    Maar als ze eenmaal succes krijgen, verandert natuurlijk alles. Ozzy, die opgroeide in een schamel arbeidershuisje zonder toilet, kan opeens alles krijgen. En ja: hij en zijn band trappen in alle vallen van het vak: ze verliezen zichzelf in drank en drugs en laten zich op groteske wijze beduvelen door hun malafide manager.

    Hier komen we in een periode van Ozzy’s leven waar ik meer moeite mee had: want ja: hij vertelt met onverholen trots over de enorme hoeveelheid drank en drugs die hij gebruikte in een groot deel van zijn carrière. Blijkbaar is hij -na al die jaren- nog steeds niet doordrongen van het besef hoe sneu dat eigenlijk is. De lange rij uitzinnige en soms heel geestige voorvallen (dat hij de kop van een levende vleermuis bijt, dat hij een rijtje mieren opsnuift, dat hij in paniek de coke van de tegelvloer snuift om bewijsmateriaal te vernietigen als de politie voor de deur staat – onnodig bleek al snel) zorgt voor verlichting, maar ik vond het moeilijk geen afkeer te krijgen van deze man; die ook nog eens -dat geeft hij toe- zijn eerste vrouw sloeg en een bepaald slechte vader was voor zijn kinderen. Pas heel veel later, zelfs nog na de beroemde reality-show ‘The Osbournes’ (waarin hij meestal als een zombie door zijn huis waggelde) slaagde hij er min of meer in het excessieve gebruik van middelen te beëindigen.

    Zo blijft een dubbel gevoel achter over Ozzy. Ja, hij is de grappige en o zo beminnelijke ‘clown’ vol gekke invallen van wie je zo makkelijk van houdt; een man ook die nooit zijn afkomst is ontgroeid en goudeerlijk vertelt over zijn bizarre levenswandel. Maar tegelijkertijd is hij ook lange tijd een verslaafde geweest: een patiënt, die zijn drugs- en drankgebruik volledig ook de hand liet lopen en daardoor verschrikkelijke dingen deed en liet gebeuren.

     


  • Boekrecensie ‘Home Deus’, Yuval Noah Harari

    Eerder heb ik het boek ‘Sapiens‘ gelezen, waarin Harari op meeslepende wijze vertelt over de geschiedenis van de mensheid. Dit boek is het logische vervolg erop; het behandelt namelijk de vraag waar we naar toe gaan?

    En ook daar vertelt Harari meeslepend over. Zijn boek staat vol van de interessante inzichten. Wij als mensen zijn zo machtig geworden omdat we (in tegenstelling tot dieren) kunnen geloven in grote ‘narratieven’ en ons daardoor in hele grote systemen kunnen schikken. Waar vroeger religies die overkoepelende verhalen boden, is dat tegenwoordig het ‘humanisme’.

    Maar het geloof in de mens en het streven naar maximale welvaart en welzijn heeft geleid tot een kapitalistisch systeem dat uiteindelijk destructief is. Het dilemma is dat als we maar blijven groeien dit leidt tot ineenstorting van alle ecosystemen. Maar wat betekent het voor de welvaart en het welzijn van ons mensen als we met het kapitalistische systeem stoppen? Kunnen we de olietanker, die ons systeem is, nog voldoende bijsturen? Ik vrees wel eens van niet.

    En waar gaan we naar toe? Evolueert de Sapiens door naar een Homo Deus; een ‘Goddelijke’ mens? Een mens waaraan zo veel is gesleuteld is dat elke ziekte of imperfectie is uitgebannen? En welke rol speelt technologie daarin? Harari licht een tipje van de sluier op en geeft met enkele scenario’s weer waar de mensheid naar toe zou kunnen beleven.

    Hiermee is dit wederom een zeer boeiend en prikkelend boek dat het lezen zeker waard is!

     


  • Boekrecensie ‘De geschiedenis van de Roccamatio’s uit Helsinki’, Yann Martel

    Dit is een bundel met enkele vroege verhalen van de Canadeze schrijver Yann Martel. Hij is vooral bekend geworden door zijn (succesvol verfilmde) boek ‘Life of Pi’, maar hij heeft veel meer geweldige boeken geschreven, zoals ‘De hoge bergen van Portugal‘, ‘Beatrice & Vergilius’ en ‘Zelf’. Daarmee is hij zonder meer één van mijn favoriete schrijvers geworden!

    Ook deze bundel is meer dan de moeite waard. Wat bewijst Martel zich toch een fantastische verteller, omdat hij steeds weer slaagt heel leesbaar en meeslepend te blijven, hoeveel literaire experimenten hij ook met je uithaalt. Elk verhaal is op zijn eigen manier boeiend, heel origineel en ook zonder meer emotioneel zeer geladen: of het nu gaat over een jonge man die zijn beste vriend bij zijn sterfbed ondersteunt, of een gevangenisdirecteur die blijk geeft nogal moeite te hebben gehad met de executie van een gevangene.

    Wat fantastisch gedaan allemaal, echt heel bijzonder! Er rest maar één conclusie: lezen dit boek!


  • Boekrecensie ‘Polderglamour’, Daan Boom en Stijn van Vliet

    Je kan veel negatiefs over dit boek zeggen: dat het nogal een niemendalletje is, met wel erg karikaturale personages en met een verhaaltje dat er wel héél dik bovenop ligt. Maar als je iets milder bent in je oordeel is dit best een aardig verhaal (op zijn hoogst van novelle-lengte) over een aspirerende zanger die enkele principes overboord moet gooien om beroemd te worden, maar dan tot inkeer komt. Op zijn best weet het boek het kneuterige Hollandse glamour-wereldje heel goed te treffen.

    Als je dan ook nog bedenkt dat het boekje in 48 uur is geschreven door de Daan en Stijn die we kennen van Streetlab, dan is dat best een prestatie. Aardig tussendoortje voor een luie, regenachtige middag!


  • Boekrecensie ‘Stoorzender’, Arjen Lubach

    Arjen Lubach is terecht vermaard om zijn inmiddels zeer invloedrijke wekelijke programma ‘Zondag met Lubach’, waarin hij op messcherpe wijze  actuele onderwerpen behandelt. Ondanks dat het tegelijk komedie is, zou ik wel willen beweren dat dit misschien wel het meest relevante tv-programma is dat de publieke zender momenteel biedt.

    Waarmee ik meteen wil benadrukken dat ik niet alles van ‘allerkunner’ Lubach zo hoog waardeer. Zijn thriller ‘IV‘ bijvoorbeeld (over de man die koning Willem IV had moeten heten) vond ik ronduit slecht en ook zijn cabaretprogramma (onlangs op NPO2 Extra) vond ik niet echt geweldig.

    Het boek ‘Stoorzender’ is evenwel zeker geen nieuwe poging tot een thriller, zoals ‘IV’. Nee, hij vertelt gewoon heel down to earth over zijn leven en alles wat hem bezig houdt. En dat is vaak toch best interessant, bijvoorbeeld als hij praat over hoe giftig de social media kunnen zijn, hoe hij met zijn bekendheid omgaat en hoe bizar het muziekwereldje in de VS is.

    Tegelijkertijd vertelt hij eigenlijk weinig nieuws. Er is volop overlap met onderwerpen uit zijn tv-programma en een anekdote over zijn vader zit zelfs letterlijk ook in zijn cabaret-show. Hiermee vond ik het boek over het geheel toch te weinig om het lijf hebben.


  • Boekrecensie ‘Troy’, Stephen Fry

    Het oeroude verhaal over de val van Troje heeft me altijd gefascineerd. Niet in de laatste plaats omdat het maar al te bekende heldenepos van Homerus óók een plaats heeft gekregen in ten minste twee sf/fantasy-boeken die ik gelezen heb, namelijk van respectievelijk Tad Williams èn Dan Simmons. Laatstgenoemde schrijver presenteerde in zijn boeken een kostelijke ‘alternatieve’ geschiedenis, waarin de Achaeërs en Trojanen op enig moment besluiten sámen op te trekken tegen de manipulatieve Goden op de berg Olympus, die maar eens moeten worden gestraft voor al dat gesol met de ‘nietige mensjes’.

    Om voorgaande reden wilde ik ook zeker eens deze nieuwste worp van Stephen Fry lezen, die ook al heel mooi de Griekse mythologie beschreef in Mythos. En dat is wederom genieten. Fry richt zich tot je met een fijne vertelstem en loodst je soepel door de enorm uitgebreide en complexe mythologie rondom de opkomst en ondergang van Troje. Zeker als je de vele voetnoten waarmee hij de tekst doorspekt even laat voor wat ze zijn.

    Vooral de aanloop van de Trojaanse oorlog wordt zeer uitgebreid belicht, maar natuurlijk eindigt Fry zijn relaas met die o zo bekende apotheose: de ‘Greeks Bearing Gifts‘ laten een enorm houten paard achter dat de naïeve Trojanen hun stad in slepen. Want Odysseus en kompanen hebben zich in het ding verscholen! Waarna de stad in een orkaan van geweld alsnog geheel wordt vernietigd.

    Dit boek was dus zeker weer enorm genieten. Wellicht neem ik ook nog eens het tussenliggende boek dat Stephen Fry over de Griekse Helden schreef, nog eens ter hand!


  • Boekrecensie ‘Utopia Avenue’, David Mitchell

    Ik moet zeggen dat ik met enige reserve aan dit achtste boek van David Mitchell begon. Zou deze dikke pil wel echt de moeite waard zijn en niet het equivalent zijn van dat boek ‘Telegraph Avenue‘ van Michael Chabon?

    Er lijken, afgezien van de titel, op het eerste oog namelijk nogal wat overeenkomsten te zijn tussen beide boeken. Beide vormen ze een dikke pil en zijn ze de langverwachte nieuwste worp van een schrijver die ik elk met minimaal één boek heel hoog heb zitten: Chabon’s ‘WonderBoys‘ was meer dan kostelijk en van ‘Cloud Atlas‘ waag ik zelfs te beweren dat dit het allerbeste boek is van de afgelopen decennia (en een echte moderne klassieker).

    Maar óók lijken de schrijvers veel dichter bij zichzelf gebleven te zijn met een veel conventioneler boek. Gebruikte Chabon zijn boek om zijn liefde voor platen (het verhaal gaat onder meer over een wegkwijnend platenzaakje, waarin vele namen van elpees voorbij komen; consequent aangeduid met naam, artiest, platenlabel en jaar van uitgifte) te demonstreren, iets vergelijkbaars lijkt Mitchell te doen met een blijkbare liefdesbetuiging aan de muziek uit zijn jeugd, verpakt in een relaas rond een fictieve popband in de late jaren ’60 van de vorige eeuw.

    Nu wil het geval dat het boek ‘Telegraph Avenue’ me al met al uiteindelijk toch enigszins tegenviel. Op zijn best kon je genieten van de vaak sprankelende schrijfstijl, de vele geestige passages en een op zich best nog boeiend verhaal, maar het geheel was helaas te vaak bedolven onder bergen overbodige woorden, waarin Chabon volledig doorsloeg in het met je willen delen van al zijn kennis over de popmuziek.

    Ik hoopte dus maar dat mijn eindbeoordeling van ‘Utopia Avenue’ niet soortgelijk zou zijn. Zou dit boek ook zo’n topzwaar monster zijn? Het antwoord is gelukkig een ronkend ‘Nee’. Want daarvoor is Mitchell gewoon een veel te goede schrijver! Hij weet het relaas over de opkomst en snelle ondergang van de virtuoze band ‘Utopia Avenue’ van begin tot eind enorm boeiend te houden. Drie van de vier bandleden (èn de manager) hebben om en om het woord in de hoofdstukken die steeds de naam dragen van een door hun geschreven liedje op de twee albums die Utopia Avenue zal uitbrengen in de twee jaar dat het bestaat (en één album dat nooit uitgebracht is). Het fraaie is ook nog eens dat de schrijfstijl van die hoofdstukken hun persoonlijkheid weerspiegelt. Mede hiermee worden de personages prachtig en zeer geloofwaardig tot leven gebracht en allemaal maken ze vele bijzondere en hele levensechte dingen mee.

    Het meest bijzondere is dan waarschijnlijk wel dat de lead-gitaar-speler Jasper last heeft van een ‘klopgeest’ in zijn hoofd. Jasper is misschien ook wel de meest fascinerende personage in dit boek en zijn excentriciteit wordt weerspiegeld in ‘zijn’ hoofdstukken die het meest eigenzinnig qua schrijfstijl zijn. Jasper heeft als achternaam ‘De Zoet’ en is natuurlijk de nazaat van Jacob de Zoet uit het eponieme boek dat Mitchell eerder schreef over deze zeventiende-eeuwse Nederlander in het Japanse Decima. Maar het gaat nog verder, want Jasper wordt geplaagd door een demon die rechtstreeks uit dit boek voorkomt, voor de goede verstaander: de kwaadaardige Lord Enomoto.

    Jasper’s klopgeest is meteen het enige surrealistische element in dit boek en het enige snufje ‘sf/fantasy’ dat doet denken aan het laatste grote boek van Mitchell; ‘The Bone Clocks‘, dat kortweg over een eeuwenlange strijd ging tussen clans onsterfelijken. In dit boek vond ik het fantasy-element het minst goed geslaagd. Maar in ‘Utopia Avenue’ zijn de passages over Jasper strijdt tegen zijn innerlijke demon geenszins ballast: ze zijn eerder ongelooflijk spannend en griezelig; het plot van een goede Stephen King waardig.

    Afgezien van dat de worsteling van Jasper schrijnend goed in beeld wordt gebracht, is dit boek met deze verhaallijn natuurlijk óók weer een volgende bouwsteen in het steeds verder uitdijende eigen ‘imaginaerium’ dat Mitchell met zijn corpus van boeken aan het bouwen is. Want ja, naast Jacob de Zoet, komen allerlei andere bekende personages terug in dit boek. Zo haalt Jasper muzikale inspiratie uit het ‘Cloud Atlas Sextet’ van de obscure jonggestorven componist Robert Frobisher (één van de meest monumentale personages van Mitchell) en zijn namen als Hershey, Penhaligon, Luisa Rey, Marinus èn Frankland al bekend bij de fervente Mitchell-lezer; niet alleen uit ‘Cloud Atlas’, maar bijvoorbeeld ook uit het ook al genoemde ‘The Bone Clocks’.

    En dan is nog steeds niet alles verteld, want Mitchell beperkt zich niet tot de fictieve personages uit zijn eigen universum, maar laat zijn personages ook veelvuldig kennis maken met allerlei heuse popsterren uit die tijd: David Bowie, Jimi Hendrix, Brian Jones, Syd Barrett, Leonard Cohen en Frank Zappa, om maar wat namen te noemen. En ook hier weet Mitchell heerlijk sappige scenes omheen te bouwen.

    Hiermee weet Mitchell een prachtige vertelling te bouwen die volgens mij uiteindelijk gaat over de magie die kan ontstaan als bij een band alle puzzelstukjes in elkaar vallen en de som meer wordt dan de delen. En ze zo een band kunnen vormen die in een vaak hele korte bloeitijd in staat zijn zijn muziek te maken die bijna buitenaards goed is.

    Zo  is dit boek weer heel erg veel en is het in alles heel goed. Maar wat al met al dit boek vooral tot een groot succes maakt is het ongelooflijke vertelplezier dat van de pagina’s spat. En David Mitchell heeft zich niet alleen duidelijk vermaakt bij het schrijven, hij is ook nog eens de totale meester over de materie en laat dat onophoudelijk zien. Hij bewijst hiermee (wat mij betreft) wederom een schrijver van de absolute buitencategorie te zijn. Wat een vertelkracht! En wat een super-boek is dit, alweer!