Boekrecensie ‘Speech is a river’, Ruth Mead

Dit is een boek dat je niet snel zou gaan lezen als je niet zelf zou stotteren. Ruth Mead vertelt in dit boek hoe ze zelf van het stotteren herstelde.

Centraal hierin staat de metafoor van ‘little me’ (je rationele ik) en ‘big me’ (je intuïtieve ik, je onderbewuste). En volgens Mead is het probleem dat ‘the wrong guy in charge’ is. De eerstgenoemde krijgt dus teveel de overhand en die probeert het spreken te regisseren en te controleren. Dit terwijl je het spreken veel beter aan ‘big me’ kunt overlaten: je onderbewuste ‘kern’ die begrijpt dat spreken is als een rivier: het stroomt vanzelf.

Hiermee hanteert dit boek een fundamenteel andere filosofie dan die waar alle stottertherapieën op drijven, zoals Del Ferro (wat ik zelf ooit gedaan heb) en McGuire en Hausdorfer: die gaan juist over het krijgen van controle over je spreken (bijv. via ademhaling) en moedigen daarmee juist ‘little me’ aan om nóg belangrijker te worden. En dat is precies waar al deze methodes uiteindelijk falen: overal zie je dat stotteraars éérst flink verbeteren als ze een ‘truukje’ of handvat gekregen hebben, maar als ze daarna merken dat het toch niet altijd werkt om vloeiend te spreken, wordt het daarna alleen maar erger… Je faalt immers zélf omdat je de techniek blijkbaar niet goed toepast.

Dit boek is in een soort Stream of consciousness-stijl geschreven: alsof we getuige zijn van het bewustwordingsproces dat Mead zelf heeft moeten doormaken. Het boek mist hiermee node een duidelijke structuur en dit gaat wel heel erg ten koste van de leesbaarheid. Maar voor mensen die met dit onderwerp bezig zijn, zeer interessante kost door de zeer goede inzichten!

Boekrecensie ‘De sekte’, Mariette Lindstein

Deze thriller portretteert de jonge vrouw Sofia, die verzeild raakt in de New Age-beweging ViaTerra, die steeds meer trekken krijgt van een sekte. Als ‘secretaresse’ van de charismatische leider, Franz Oswald, zit ze bovenop de steeds extremere gebeurtenissen die plaatsvinden. En begint ze te beseffen dat ze ook zelf niet kan ontsnappen.

De spanningsopbouw is traag en ook het plot is eigenlijk weinig opzien barend. De schrijfstijl is verder ook vrij matig.

Wat nog wel aardig werkt in dit boek is de afwisseling tussen lange hoofdstukken over Sofia’s belevenissen, en korte intermezzo’s over de verknipte jongen Fredrik, van wie je pas later begrijpt wat die te maken heeft met het grote verhaal.

Al met al is dit best een aardige thriller, maar heel bijzonder wordt het helaas niet.

 

Boekrecensie ‘De kapitein en de Glory’, Dave Eggers

Dit boekje is een vlijmscherpe satire over het vierjarige bewind van Donald Trump. In een nachtmerrie-achtig sprookje wordt De Man met de Gele Veer (onmiskenbaar Trump) gekozen als de nieuwe kapitein van het schip The Glory.

En al snel gaat het allemaal al heel snel helemaal mis. Eggers schetst zo op messcherpe en ongenadige wijze een ontluisterend portret van met afstand de slechtste president in de Amerikaanse geschiedenis. De entourage van Trump wordt al even scherp gefileerd: zo komt Jared Kushner terug als ‘trekpop’.

Het leidt tot een boekje dat vooral een hele scherpe aanklacht is tegen het Amerikaanse volk, dat heeft laten gebeuren om zichzelf vier jaar lang te laten reageren door een complete idioot.

Boekrecensie ‘De Pelikaan’, Martin Michael Driessen

De premisse van dit boek is aardig gevonden: twee mannen chanteren onwetend elkáár. Dit idee is ingepast in een slaperig stadje ergens in voormalig Joegoslavië. De twee mannen zijn beide verre van geslaagd in het leven: de eerste, Andrej, is vrijgezelle postbode die stiekem de post open stoomt op zoek naar geld en meer. De tweede, Josip, is een man die door een nogal ongelukkig huwelijk er een verhouding op na houdt met een dame uit de grote stad.

De toon die Driessen aanslaat is die van tragikomedie, bijna een klucht, want Josip en Andrej worden zelfs vrienden van elkaar gedurende het verhaal maar blijven lange tijd onwetend van elkaars malversaties en chantage-praktijken. Maar ook de omgeving: de Balkanoorlog en het nog steeds woekerende antisemitisme, komen prominent in het boek aan de orde.

Al  met al vond ik dit een aardig boekje voor tussendoor.

Boekrecensie ‘Amsterdam’, Russell Shorto

Meteen nadat ik van deze schrijver zijn boek over de ontstaansgeschiedenis van New York (Nieuw Amsterdam) had gelezen, ben ik doorgegaan naar zijn boek over Amsterdam zelf.

Hoe kijkt een Amerikaan tegen onze nationale hoofdstad aan? Nou, met name door te betogen dat ‘tolerantie’ een rode draad is in de geschiedenis van de stad. Net als het ‘liberalisme’ trouwens. Aansluiting daarop: ook de Verlichting heeft misschien wel zijn prille oorsprong gekend in deze stad.

Een mooi inzicht is ook dat Amsterdam wezenlijk anders is dan steden als Parijs: in laatstgenoemde stad zijn de kolossale monumentale gebouwen vooral een uiting van de grootsheid van een kleine groep machthebbers, terwijl in Amsterdam al die mooie panden in de grachtengordel juist iets vertellen over de macht van het volk zelf.

Wat ook verbaast in dit boek, is hoe snel Amsterdam in de 17e eeuw uitgroeide van onbeduidend vissersdorpje tot een belangrijke wereldstad. En hèt centrum van de wereldhandel. Het is volgens mij vooral te wijten aan dat we aanzienlijk slechter waren in oorlog voeren dan in handel voeren; anders hadden (vooral) de Britten de macht toch niet zo makkelijk kunnen overnemen.

In onze nationale geschiedschrijving hadden we soms best wat trotser zijn op ons landje, denk ik dan. Is het een soort valse bescheidenheid of zo, dat deze glorie-periode onderbelicht is en er vooral aandacht was voor bijvoorbeeld het Rampjaar  1672, toen het volk ‘redeloos, radeloos en reddeloos’ was?

Maar er is genoeg om trots over te zijn. ik heb het dan bijvoorbeeld ook over de vele invloedrijke personen die in Amsterdam woonden of neerstreken: schilder Rembrandt, cartograaf Blaeu, maar ook denkers als Spinoza, Descartes en Locke.

Overigens komen ook wat minder florissante feiten zeker aan de orde. Met als dieptepunt de Jodenvervolging in WOII:  nog steeds verbijsterend hoeveel Nederlandse Joden toen zijn vermoord! Het deed me denken aan een messcherpe karakterisering van Nederlanders in die oorlog: de meesten waren niet slecht, maar ook niet erg goed.

Maar goed. Shorto beschrijft dit alles in een fijne stijl. Verwacht niet een complete geschiedschrijving van de stad Amsterdam. Maar wel een heerlijk geschreven boek over onze vaderlandse geschiedenis, met als middelpunt Amsterdam.

Boekrecensie ‘Een land waarover is nagedacht’, Hans Lörzing

Dit boek gaat natuurlijk heel erg over mijn vakgebied; de ruimtelijke ordening. In een aanstekelijk geschreven boek vertelt Hans Lörzing over de geschiedenis van de ruimtelijke ordening in ons land. En daarin hebben we natuurlijk iets hoog te houden; gezien het gezegde ‘God schiep de wereld maar de Hollanders schiepen Holland’.

In de recente geschiedenis waren de Woningwet maar ook met name de Tweede Nota over de Ruimtelijke Ordening mijlpalen. Maar daarna ook zeker de Vierde Nota en met name het vervolg daarop; de Vierde Nota Extra; de Vinex. Begin jaren ’90 zorgde dit voor de hoogtijdagen van de planologie in ons land; want alles wat toen gepland was, is ook bijna helemaal  gerealiseerd.

Hierna zette het verval echter snel in, met het opdoeken van de RPD en met name het ministerie van VROM. Nederland zou ‘af’ zijn; en anders konden lagere overheden het wel alleen regelen. Een kwart eeuw later is (onder meer met de woningcrisis) pijnlijk duidelijk geworden dat dit niet zo is; en schreeuwt inmiddels zo’n beetje iedereen om een beetje broodnodige centrale sturing. Een en terugkeer van een ministerie met een ‘R’ in de naam; ook het boek van Lörzing is een vurig pleidooi hiervoor: hij voorziet een ministerie voor ‘Bouwen, Wonen en Ruimte’. Laat maar komen, zou ik zeggen!

 

Boekrecensie ‘The Island at the center of the world’, Russell Shorto

Dit boek gaat over over de vroege ontstaansgeschiedenis van New York City. Dit begon natuurlijk ooit als Nieuw-Amsterdam, het centrum van het kolonisatieproject van de Hollanders in Noord-Amerika in de zeventiende eeuw. In de geschiedenisboekjes is de invloed van de Nederlandse cultuur van openheid, tolerantie en vrijheid, wat onderbelicht gebleven en ligt de nadruk op de Engelsen: de Pilgrim Fathers, Puriteinen, Plymouth, et cetera. Maar Shorto betoogt overtuigend dat de cultuur in Nieuw-Amsterdam veel bepalender is voor wat nu de typisch Amerikaanse cultuur wordt beschouwd, als gedacht.

Russel heeft een fijne pen en vertelt een onderhoudend verhaal, met diverse kleurrijke figuren als Willem Kieft (niet de voetballer!) en natuurlijk Peter Stuyvesant. De schrijver geeft ook veel aandacht aan Adriaen van der Donck, een liberale jurist, die misschien wel achter de schermen veel meer invloed heeft gehad als gedacht. Als hij niet de pech had dat in Engeland onder Oliver Cromwell (ver nazaat van Thomas) een nieuwe wind ging waaien, en hij zelf vroegtijdig om het leven kwam, had hij misschien wel veel prominenter in de geschiedenisboekjes terecht gekomen. Interessante kost!

Boekrecensie ‘De kakkerlak’, Ian McEwan

Dit boek van Ian McEwan, van wie ik eerder ‘Zaterdag‘ las, is een scherpe satire over hoe een kakkerlak het lichaam overneemt van Jim Sams, de premier van de UK. Het wordt allemaal nog vreemder als meer politici blijken te zijn overgenomen en er een politieke discussie is ontstaan over het al dan niet invoeren van het ‘retournisme’. Dit is een systeem waarin het concept ‘geld’ wordt omgedraaid: het kost geld om te mogen werken en winkels geven je geld mee als je iets van hun ‘koopt’.

Dit concept is zo buitenissig, dat je het maar niet in je hoofd krijgt wat dit betekent. En helaas doet dat geen goed aan dit boek, dat wel heel humoristisch begon, als een vlijmscherpe aanklacht tegen de Britse politiek in tijden van Brexit, maar dan toch een beetje inzakt. Hoe waar het misschien ook is dat humor het enige is dat resteert als de politiek er in Brittannië zo’n puinhoop van maakt, zoals McEwan terecht opmerkt in zijn nawoord. Niet helemaal geslaagd, al met al…

Boekrecensie ‘De genocidefax’, Roxane van Iperen

In dit boekenweekessay gebruikt Roxane van Iperen de verbijsterende genocide in Rwanda om een punt te maken over hoe menselijke drijfveren werken: maar al te makkelijk laten we onze keuzes bepalen door groepsdenken en groepsdruk: ‘siding with power’, angst om buiten de boot te vallen, noem maar op.

Als treffend voorbeeld geldt Apple. die met de bekende PR-leus; ‘Here’s to the crazy ones, the misfits‘, de eigengereide buitenbeentjes op het schild lijkt te hijsen, maar tegelijkertijd een Worldwide Loyalty Team heeft om de trouw van werknemers te controleren; in de volksmond de ‘Apple Gestapo’ genoemd.

En zo komen we tot de vraag: wat die jij als het erop aan komt? Kies je voor het moreel juiste, ook als er allerlei mechanismen spelen die je dwingen tot conformisme? Interessant boekenweek-essay!

Boekcensie ‘De zoon van de verhalenverteller’, Pierre Jarawan

Dit boek gaat over de Duits-Libanese jongen Samir, wiens vader verdwijnt als hij nog maar acht jaar is. Hij kan daar niet van los komen en gaat jaren later in Libanon naar hem op zoek.

De parallel van dit boek met ‘Wees onzichtbaar‘ van Murat Isik is snel gemaakt: beide gaan immers over opgroeiende zoons van immigranten. Maar Jarawan kan toch niet tippen aan dat geweldige boek van Isik.

Dit boek deed me overigens ergens óók denken aan ‘Alles is verlicht‘ van Jonathan Safran Foer. Hoe Samir in Libanon op sleeptouw wordt genomen door een joviale gids/chauffeur/buddy deed me denken aan hoe dat op vergelijkbare manier gaat met Safran Foer’s hoofdpersoon in Oekraïne.

Zo dringt zich de vraag op: is het boek ook haar eigen merites de moeite waard? Ik twijfel. Jarawan schetst een indringend beeld van de roerige en tragische geschiedenis van Libanon, dat nog immer wordt verscheurd door religieuze twisten of anders wel agressieve buren als Syrië. Ook de worstelingen van de opgroeiende jongeling in Samir in Duitsland vond ik interessant. Maar een heel dwingend verhaal komt daar toch niet uit voort. Daarvoor is die centrale vraag: waar is Samir’s vader gebleven, toch te weinig indringend.

Hierbij wreekt het zich dat Jarawan wel erg veel woorden nodig heeft om zijn verhaal te vertellen. En ook op zijn vertelstijl is helaas nog wel wat aan te merken: het wordt vaak toch wel erg pathetisch en melodramatisch en Jarawan bedient zich hierbij te vaak van clichés.

Daarmee vond ik dit boek toch niet zo’n succes. Veel van de boeken die werden geroemd in het DWDD boekenpanel vond ik erg sterk; maar deze hoort er helaas niet bij.