f a n t a s t i c o n

Verhalen en meer van Christian Deterink

+menu-


  • Boekrecensie ‘De Dr. Ludidi Vastenmethode’, Samefko Ludidi

    Ik ben bepaald niet een fan van het zelfhulp-genre en zit ook zeker niet te wachten om nog meer over me heen te krijgen van alle zin en onzin die over eten en afvallen wordt geschreven.

    Maar ik heb me toch maar eens aan dit boek gewaagd omdat ik meer wilde weten over het ‘intermittent fasting’ waarmee ik zelf -als goed voornemen- vanaf begin dit jaar ben begonnen. Dat was overigens vooral nadat ik hierover een interessant artikel had gelezen van Teun van der Keuken. En op aanraden van een vriend; dezelfde vriend die me dit boek leende.

    Het boek van Ludidi komt wat mij betreft traag op gang als eerst een uitgebreide historische verhandeling wordt gegeven over eet-gewoontes en -culturen en de geschiedenis van diëten. Wat mij betreft had dat niet zo gehoeven. Gelukkig had Ludidi dat blijkbaar zelf ook al voorzien, want de eerste pak hem beet zes hoofdstukken worden keurig met een samenvatting afgesloten. Handig!

    Pas later in het boek gaat hij dan in op het ‘intermittent fasting’ en wordt het interessant. De methode valt uiteen in een 5:2-protocol (2 dagen niet eten, en 5 dagen normaal eten) of een 16:8-protocol (16 aaneengesloten uren per dag niet eten, de overige uren normaal eten). Zelf ben ik voor de goede orde met die laatste variant bezig en heb die opgerekt tot 17:7.

    Interessante vond ik dat Ludidi stelt dat de volkswijsheid dat een goed ontbijt de basis zou zijn voor de dag en ook belangrijk zou zijn ‘om de spijsvertering op gang te helpen’ echt onzin is! En essentieel vond ik ook zijn constatering dat je lijf na ca. 10-11 uur begint met vetverbranding en dat het juist daarom zinvol is je periodieke vastenperiode op te rekken van het laatste blokje kaas en biertje om 22u ’s avonds tot de ochtend-boterham om 8u (10 uur) zoals zoveel mensen doen, naar ten minste 16 uur.

    Hiermee heb je volgens mij de kern van zijn methode te pakken. En de reden waarom dit voor mij zo goed werkt is dat de methode glashelder is (voor mij: alléén water/zwarte koffie/ongesuikerde thee tussen 19u en 12u), voor mij goed is vol te houden (ik ben toch al niet zo’n ontbijter) en toch tegelijk vrij ontspannen is: binnen de ‘eet-window’ van 12u-19u kan je redelijk normaal eten en een dagje je ‘vasten-doel’ niet halen is ook geen ramp.

    Hiermee vond ik het boek best interessant; alhoewel ik dan wel weer snel door al die vragenlijsten, recepten, persoonlijke ervaringen van mensen en gedetailleerde zelfhulpinstructies aan het einde van het boek gebladerd ben.


  • Boekrecensie ‘De avond is ongemak’, Marieke Lucas Rijneveld

    Dit boek, dat ik maar eens heb gekocht bij de lokale boekhandel, is natuurlijk beroemd door de bijzondere Booker-prijs die het ontving (wel in de vertaling overigens).

    Het is een nogal duister en zwartgallig relaas over een zwaar gereformeerd gezin, dat steeds disfunctioneler wordt na de dood van oudste zoon Matthies (hij komt om bij een schaatsongeval, één van die typische Nederlandse dingen die in het boek zitten). Dat de hele veestapel in de MKZ-crisis moet worden geruimd maakt het er niet beter op.

    Verteller is de 12-jarige dochter die ook al helemaal in haar eigen wereldje zit en bijvoorbeeld categorisch weigert haar jas nog uit te doen. Rijneveld zet de belevingswereld van dit meisje heel bijzonder neer: hoe klein haar wereldje ook is (haar broer, zus, ouders, de dominee, de veearts en een buurmeisje, dan hebben we het wel gehad), haar fantasie is onbegrensd. En die is soms heel kinderlijk; zo meent ze echt dat haar ouders Joden in de kelder houden (wie eten anders die lekkernijen op die zij nooit krijgt?) en heeft ze allerlei vreemde associaties en kronkels in haar hoofd. En dan heb ik nog niet eens haar voorliefde voor al het dierlijke en aardse en haar nogal sinistere fascinatie voor de dood benoemd. Dit alles vertelt Rijneveld in een heel zintuiglijke, poëtische stijl, vol met heel eigenzinnige en originele bewoordingen en associaties.

    In totaal kun je op zijn best spreken van een heel oorspronkelijk boek van een schrijver met een heel eigen stem. Aan de andere kant is het boek naar mijn smaak echt iets te naargeestig en zwaar. Zo lees je dit boek in het besef dat het best wel goed is, maar zonder het eigenlijk echt leuk te vinden.


  • Tv-recensie ‘Star Trek Discovery’, seizoen 1 & 2

    Nu ik door de beste half honderd Voyager-afleveringen heen ben (en een dozijn of zo Next Generation), heb ik me maar eens gewaagd aan seizoen 2 van de nog heel nieuwe loot aan de stam Star Strek Discovery; na een tijd geleden al seizoen 1 te hebben gezien.

    En dat seizoen 2 ziet er goed uit! Discovery speelt enkele decennia vóór de oorspronkelijke serie en heeft zelfs een karakter dat we uit die oer-serie kennen: Spock!

    Maar voor de rest lopen vergelijkingen toch wel mank, want ja: de kwaliteit van de cinematografie van Discovery is toch wel van een andere planeet dan de oerserie; die nu wel heel erg houtje-touwtje en kneuterig uitziet. Maar dat komt natuurlijk ook omdat Discovery er wel héél gaaf uit ziet. Ook zeker een sprong voorwaarts in vergelijking met The Next Generation en Voyager.

    Waar deze serie zich ook onderscheidt, is in de storytelling. Geen losse afleveringetjes meer die telkens beginnen met: “Captain’s Log, stardate huppelepup“, maar een doorlopend verhaal. In seizoen 2 draait dit allemaal om de zoektocht van de USS Discovery naar de mysterieuze ‘Red Angel’, en hierin speelt Michael Burnham (ondanks de naam een vrouw – uitstekend vertolkt overigens door Sonequa Martin-Green) een essentiële rol.

    Dit leidt tot een serie vol dramatische verwikkelingen, bijzondere verhaallijnen (zoals een uitstapje naar een soort parallelle ‘schimmel’-wereld – ja echt) en ook echte persoonlijke ontwikkelingen bij de hoofdpersonen. En hiermee een serie die zeker de moeite waard is; leuk!


  • Boekrensie ‘I am Ozzy’, Ozzy Osbourne en Chris Ayres

    Tussen de twee pillen door die ik aan het lezen ben, namelijk ‘Homo Deus‘ (net uit) en ‘The Mirror & The Light’ (ergens op pagina 200 van 1200 (!) ), vond ik het wel nodig wat lichtere kost in te bouwen; en die vond ik met deze autobiografie van Ozzy Osbourne. En dat leest inderdaad lekker weg!

    Ozzy was van zeer eenvoudige komaf (een arbeiderswijk in Aston, bij Birmingham), stopte op zijn vijftiende al met school en deed de meest afschuwelijke baantjes, voor hij met enig toeval als zanger in een bandje terechtkwam. De vroege jaren van deze band, die zich uiteindelijk Black Sabbath ging noemen, deden mij heel erg denken aan het verhaal van de band Utopia Avenue: de optredens in vaak lege zaaltjes en kroegen, het krakkemikkige busje waarmee ze het land door crossen, intussen elke ‘gig’ aannemend die ze kunnen krijgen. En tenslotte het geldgebrek en de druk om te stoppen en gewoon een burgermansbaantje aan te nemen…

    Maar als ze eenmaal succes krijgen, verandert natuurlijk alles. Ozzy, die opgroeide in een schamel arbeidershuisje zonder toilet, kan opeens alles krijgen. En ja: hij en zijn band trappen in alle vallen van het vak: ze verliezen zichzelf in drank en drugs en laten zich op groteske wijze beduvelen door hun malafide manager.

    Hier komen we in een periode van Ozzy’s leven waar ik meer moeite mee had: want ja: hij vertelt met onverholen trots over de enorme hoeveelheid drank en drugs die hij gebruikte in een groot deel van zijn carrière. Blijkbaar is hij -na al die jaren- nog steeds niet doordrongen van het besef hoe sneu dat eigenlijk is. De lange rij uitzinnige en soms heel geestige voorvallen (dat hij de kop van een levende vleermuis bijt, dat hij een rijtje mieren opsnuift, dat hij in paniek de coke van de tegelvloer snuift om bewijsmateriaal te vernietigen als de politie voor de deur staat – onnodig bleek al snel) zorgt voor verlichting, maar ik vond het moeilijk geen afkeer te krijgen van deze man; die ook nog eens -dat geeft hij toe- zijn eerste vrouw sloeg en een bepaald slechte vader was voor zijn kinderen. Pas heel veel later, zelfs nog na de beroemde reality-show ‘The Osbournes’ (waarin hij meestal als een zombie door zijn huis waggelde) slaagde hij er min of meer in het excessieve gebruik van middelen te beëindigen.

    Zo blijft een dubbel gevoel achter over Ozzy. Ja, hij is de grappige en o zo beminnelijke ‘clown’ vol gekke invallen van wie je zo makkelijk van houdt; een man ook die nooit zijn afkomst is ontgroeid en goudeerlijk vertelt over zijn bizarre levenswandel. Maar tegelijkertijd is hij ook lange tijd een verslaafde geweest: een patiënt, die zijn drugs- en drankgebruik volledig ook de hand liet lopen en daardoor verschrikkelijke dingen deed en liet gebeuren.

     


  • Boekrecensie ‘Home Deus’, Yuval Noah Harari

    Eerder heb ik het boek ‘Sapiens‘ gelezen, waarin Harari op meeslepende wijze vertelt over de geschiedenis van de mensheid. Dit boek is het logische vervolg erop; het behandelt namelijk de vraag waar we naar toe gaan?

    En ook daar vertelt Harari meeslepend over. Zijn boek staat vol van de interessante inzichten. Wij als mensen zijn zo machtig geworden omdat we (in tegenstelling tot dieren) kunnen geloven in grote ‘narratieven’ en ons daardoor in hele grote systemen kunnen schikken. Waar vroeger religies die overkoepelende verhalen boden, is dat tegenwoordig het ‘humanisme’.

    Maar het geloof in de mens en het streven naar maximale welvaart en welzijn heeft geleid tot een kapitalistisch systeem dat uiteindelijk destructief is. Het dilemma is dat als we maar blijven groeien dit leidt tot ineenstorting van alle ecosystemen. Maar wat betekent het voor de welvaart en het welzijn van ons mensen als we met het kapitalistische systeem stoppen? Kunnen we de olietanker, die ons systeem is, nog voldoende bijsturen? Ik vrees wel eens van niet.

    En waar gaan we naar toe? Evolueert de Sapiens door naar een Homo Deus; een ‘Goddelijke’ mens? Een mens waaraan zo veel is gesleuteld is dat elke ziekte of imperfectie is uitgebannen? En welke rol speelt technologie daarin? Harari licht een tipje van de sluier op en geeft met enkele scenario’s weer waar de mensheid naar toe zou kunnen beleven.

    Hiermee is dit wederom een zeer boeiend en prikkelend boek dat het lezen zeker waard is!

     


  • Tv-recensie ‘The Queen’s Gambit’

    Dit is de nieuwe hit-serie van Netflix, een mini-serie van 7 afleveringen over de opkomst van de schaaklegende Beth Harmon. De serie is heel sterk vormgegeven: de jaren ’60 zien er puikgaaf uit, waarbij ook alle interieurs en kostuums zeer zorgvuldig gestyleerd zijn. Ook de hoofdrol is met Anya Taylor-Joy (een Emma Stone-lookalike met haar hertenogen) prima ingevuld.

    Maar waar de serie toch een beetje wringt is dat het verhaal en de personages -wat mij betreft- niet echt tot leven komen. Zoals stiefmoeder Alma, die Beth verlost uit het weeshuis waar zij in zat na de zelfmoord van haar biologische moeder. Wat is zij nou: een passieve slachtofferige huisvrouw? Een eigenzinnig feministe in de dop en gepassioneerd pianiste? Ik kreeg het gewoon niet scherp. Maar ook de beweegredenen van Beth (die kampt met een pillen-verslaving en op enig moment aan de drank gaat) snapte ik vaak niet.

    Daar komt bij dat de serie veel onverklaard laat. Een voice-over had misschien niet alleen soms iets meer kunnen vertellen van wat Beth denkt, maar ook de schaakwedstrijden van enige duiding kunnen voorzien: is die ene zet nu een meesterlijke zet, of juist niet?

    Zo is dit wat mij betreft toch geen volledig geslaagde serie: voor vormgeving een 10, maar voor storytelling een matig zesje. Zou deze serie zo’n succes geworden zonder de corona-epidemie, waar we nog steeds in zitten? In die zin lijkt deze serie een beetje op Tiger King, zou ik zeggen…


  • Boekrecensie ‘De geschiedenis van de Roccamatio’s uit Helsinki’, Yann Martel

    Dit is een bundel met enkele vroege verhalen van de Canadeze schrijver Yann Martel. Hij is vooral bekend geworden door zijn (succesvol verfilmde) boek ‘Life of Pi’, maar hij heeft veel meer geweldige boeken geschreven, zoals ‘De hoge bergen van Portugal‘, ‘Beatrice & Vergilius’ en ‘Zelf’. Daarmee is hij zonder meer één van mijn favoriete schrijvers geworden!

    Ook deze bundel is meer dan de moeite waard. Wat bewijst Martel zich toch een fantastische verteller, omdat hij steeds weer slaagt heel leesbaar en meeslepend te blijven, hoeveel literaire experimenten hij ook met je uithaalt. Elk verhaal is op zijn eigen manier boeiend, heel origineel en ook zonder meer emotioneel zeer geladen: of het nu gaat over een jonge man die zijn beste vriend bij zijn sterfbed ondersteunt, of een gevangenisdirecteur die blijk geeft nogal moeite te hebben gehad met de executie van een gevangene.

    Wat fantastisch gedaan allemaal, echt heel bijzonder! Er rest maar één conclusie: lezen dit boek!