Filmrecensie ‘ Seven psychopaths’

Dit is een heerlijk knotsgekke film die draait om schrijver Colin Farrell die werkt aan het filmscenario dat natuurlijk ‘Seven Psychopaths’ heet. Dat basisgegeven wordt vervolgens heel aardig uitgewerkt doordat gedurende de film steeds weer blijkt dat verzinsel en waarheid door elkaar lopen. Colin wordt namelijk zelf in zijn dagelijkse leven omringd door psychopaten, al duurt het even voor hij daar achter komt.

En zo ontstaat een lekker vlot verhaal, dat wel iets van de branie heeft van bijvoorbeeld ‘Snatch’ met de soms even onderkoelde humor, afgewisseld met hier en daar wat bruut en grafisch geweld. De film wordt op het eind zelfs nog serieus van toon als het serieus vragen opwerpt over de aard en de zin van geweld.

Hiermee was de film zeker het bekijken waard. Een aanrader!

Boekrecensie ‘Het korte maar wonderbare leven van Oscar Wao’ , Junot Diaz

Dit geweldige boek is van alles tegelijk. Allereerst natuurlijk een coming of age-roman over de persoon uit de titel, Oscar ‘ Wao’ De Leon. Een jongen met Dominicaanse wortels, die opgroeit in provinciaal Amerika, als dikzak gebukt gaat onder de pesterijen van leeftijdgenoten en als uber-nerd dol is op science fiction en fantasy en zelf ook schrijver wil worden. Zijn personage is prachtig herkenbaar, dus ook schrijnend, neergezet.

Maar dit boek is meer, namelijk ook een korte geschiedschrijving van de Dominicaanse Republiek zelf, dat tientallen jaren gebukt ging onder de despoot Trujillo (over wie ik eerder las in ‘Het feest van de Bok’  van Vargas Llosa).

Het boek beperkt zich hiernaast niet tot Oscar, maar verhaalt ook over zijn moeder Beli (rusteloos en ambitieus), grootouders (slachtoffers van het regime), zus (Lola, al even ambitieus als haar moeder) en zijn kamergenoot op de universiteit, Yunior, ook al beginnend schrijver. Deze laatste is tevens de belangrijkste verteller van het verhaal, dus misschien eigenlijk Junot Diaz zelf?

Elk van deze verhalen zijn aanstekelijk verteld en meeslepend. De vertelstijl van Junot Diaz is ook nog eens zeer bijzonder. Het knettert en bruist. De tekst is doorspekt met fantasy-associaties (zo wordt ergens gesteld dat de wereld niet meer fantasy-achtig wordt als in de Dominicaanse Republiek, waar Trujillo heerst als een pseudo-Sauron) en zit vol met Spaanstalige uitroepen en gezegden (die gek genoeg toch vaak goed te volgen zijn). Dit maakt dit boek zonder meer een bijzondere leeservaring, hetgeen wordt versterkt omdat Junot Diaz bij vlagen erg grappig is.

Kortom: een superboek dit. Lezen!

 

Filrecensie ‘Shame’

Deze arthouse-film werd door high-brow critici erg gewaardeerd, maar ik vond er, eerlijk gezegd, niet zo heel veel aan. Het verhaal gaat over Brandon (gespeeld door dezelfde Michael Fassbender die vorig jaar nog een memorabele rol als de cyborg David neerzette in Prometheus) die lijdt aan een seksverslaving. Zijn hele leventje wordt vervolgens in de war geschopt als zijn zusje bij hem intrekt. Die is al even getroubleerd, getuige alleen al de sporen van zelfverminking op haar arm. Brandon heeft natuurlijk te maken met de schaamte over zijn seksobsessie en is hierdoor ook volstrekt niet in staat echte relaties aan te gaan. Zijn zusje, die de kost verdient als nachtclubzangeres, begint vervolgens aan te rommelen met nota bene zijn baas, wat de zaken er ook niet beter op maakt.

Al met al vond ik het verhaal echter niet zo heel boeiend. De film leidt hiernaast niet tot een echt duidelijk einde. Dat is natuurlijk erg genuanceerd van regissseur Steve McQueen (want dat gebeurt in het echte leven ook niet), maar of dat de film goed doet? Nee dus…

Eigenlijk het enige memorabele in de film vond ik de oningekorte registratie van een optreden van Sissy, die bijzonder ingehouden een trage, treurige, versie zingt van Sinatra’s ‘New York New York’ en hiermee een hele eigen wrange lading geeft aan de bekende songtekst: ‘King of the hill, top of the heap’ en ‘If I can make it there, I’ll make it anywhere”.

Filmrecensie ‘Jack Reacher’

‘Jack Reacher’  is het nieuwe vehikel van filmster Tom Cruise. Apart verhaal, die Tom, want er lijken maar weinigen te zijn die hem echt mogen. En dat is toch gek, want hij heeft toch enkele filmhits op zijn naam staan, heeft memorabele rollen gespeeld (denk aan Magnolia en Rock of Ages), en ziet er goed uit. Als je de verhalen gelooft, is hij ook nog eens een sympathieke vent. Waarom dan toch zoveel antipathie? Heeft het er mee te maken dat hij de bekendste vaandeldrager is van Scientology? De ‘kerk’  die opgericht is door opperfantast L. Ron Hubbard, die in een typisch twaalf-steden-dertien-ambachten scenario het onder meer probeerde als fantasyschrijver en een schimmige zelfhulpmethode (Dianetics) voor hij zich waagde aan religie.

Tja, ik denk het wel eigenlijk. Want hoe kun je iemand serieus nemen die gelooft in een zo overduidelijk staaltje boerenbedrog? Alhoewel ook de bekende Oprah-scene waarin hij op de bank springend zijn liefde uitte voor (inmiddels alweer ex-)vriendin Katie Holmes, weinig goed zal hebben gedaan.

Het was dan ook niet verbazingwekkend dat er veel boze reacties waren onder de fans dat uitgerekend Tom Cruise hun held uit de Lee Child-boeken zou gaan vertolken. Maar aan de andere kant blijkt dat wel vaker een netelige aangelegenheid. Kijk bijvoorbeeld naar de al even weinig positieve reacties op Tom Hanks’ verkiezing als Dan Brown’s Robert Langdon of de keuze voor Matthew McConaughey in de rol van Clive Cussler’s Dirk Pitt.

Goed, terug naar deze film. Die gaat dus over Jack Reacher, een oorlogsveteraan die als een soort eenmans-A-team is verdwenen in de Amerikaanse ‘underground’, tot hij besluit een advocate te helpen met een zaak rond een seriemoordenaar. Het plot zit best goed in elkaar en de film is zonder meer onderhoudend. Zonder echter echt bijzonder te worden. Bij mij rees in ieder geval de vraag of deze film voldoende perspectief biedt voor de overduidelijk al voorziene sequel. We zullen zien…

 

Filmrecensie ‘Flight’

Deze film gaat over piloot Whip Whitaker (uiteraard gespeeld door Denzel) die er in slaagt met zijn bijzondere vaardigheden en kunde een defect vliegtuig aan de grond te zetten en de schade te beperken tot slechts een paar doden. De bijzondere manoeuvre die hij hierbij gebruikt (hij vliegt een tijdje ondersteboven) is spectaculair.

Het nadeel is echter dat dit allemaal al is vertoond voor het eerste halve uurtje van de film voorbij is. Pas daarna begin je echt te beseffen waar de overige anderhalf uur over zal gaan: namelijk de aanloop naar een tuchtzaak tegen Whip omdat hij tijdens de vlucht dronken was en onder invloed van drugs. En laat nou net dit deel gewoon niet zo interessant zijn. De bedoeling was misschien een morele kwestie op te werpen die de kijker zou bezig houden: is een dronken piloot altijd fout, ook als hij een catastrofe heeft voorkomen? Maar dat was bij mij niet het geval: Whip zat gewoon zo fout als het maar kan.

Hierdoor zitten we anderhalf uur te kijken naar een worstelende Whip, die heel lang blijft ontkennen dat hij een drank- en drugsprobleem heeft, tot hij eindelijk aan het einde film zijn overduidelijke fout wil inzien en bekent. Hiermee was deze film niet bepaald een succes, op het eerste halve uur na was het ronduit saai, ondanks het zoals altijd degelijke acteerwerk van Denzel.

P.S.: Voldoet ‘Flight’ eigenlijk aan Van Lierde’s scenariowet? Het antwoord is een volmondig ja. Whip bevindt zich in het begin in een relatief evenwicht: hij gebruikt drugs en drank terwijl hij zonder brokken vliegtuigen aan de grond blijft zetten. Zijn blinde vlek is dat hij niet beseft dat dit natuurlijk niet kan en niet goed kan bliven gaan. Het beginincident is de vliegramp. Alle gebeurtenissen daarna (gesprekken met zijn advocaat, ex-vrouw, bezoek aan AA, nieuwe drinkgelagen) brengen hem steeds verder in de problemen en door de tuchtzaak (het crisismoment) wordt hij eindelijk gedwongen zijn blinde vlek onder ogen te zien en komt de film tot een afronding: hij bekent en belandt in de gevangenis; maar is wel eindelijk in het reine met zichzelf.

 

Het verhaal ‘The Joker’ is herzien

Lees hier het verhaal ‘The Joker’. Een filmmaker heeft een briljant plan voor een nieuwe film, gebaseerd op de succesfilm ‘The Dark Knight’ . Maar het loopt iets anders dan hij had verwacht…

“Tony Janson keek vanuit zijn hottub omhoog naar de vrouw die, gehuld in slechts een badjas, over het terras van zijn villa naar hem kwam toe lopen. Ze had twee hoge glazen in haar handen, gevuld met een gelig goedje en beide voorzien van een schijfje citroen… “

 

Filmrecensie ‘Jagten’

Jagten is een maatschappijkritische film over een heel hedendaags onderwerp: pedofilie en de hysterie daaromheen. Deze film gaat over Lucas (een rol van Mads Mikkelsen, bekend als Bond-bad guy uit Casino Royale), die onterecht wordt beschuldigd van seksueel misbruik van kinderen. Heel geloofwaardig wordt aangetoond hoe een redelijk normale situatie al snel volledig uit de klauw raakt. Het kwaad is al geschied als Lucas verdacht wordt, want vervolgens wordt hij door iedereen met de nek aangekeken, in elkaar geslagen in de supermarkt en wordt zelfs zijn hond vermoord. Dat Lucas uiteindelijk onschuldig blijkt, lijkt eigenlijk al niet meer uit te maken. En de huiveringwekkende slotscene toont aan dat Lucas er nooit meer van zal loskomen.

Een indringende film, die zeker de moeite waard is!

Boekrecensie ‘Telegraph Avenue’, Michael Chabon

Ik had echt uitgekeken naar deze nieuwe roman van Michael Chabon, auteur van ‘WonderBoys’ en ‘De wonderlijke avonturen van Kavalier en Clay’. En dan is het natuurlijk extra jammer als het boek bij lezing uiteindelijk gewoon tegenvalt.

Dat begint eigenlijk al meteen op de eerste pagina’s, als meteen duidelijk wordt dat Chabon niet bepaald de doelstelling had een lekker leesbare pageturner te schrijven. Integendeel: Chabon lijkt wel met elke zorgvuldig geconstrueerde en kunstig geboetseerde zin zijn meesterschap te willen onderstrepen. Ergens midden in het boek presteert hij het zelfs om één enkele zin pagina’s lang te laten duren. Erg mooi allemaal, dit literaire spierballengerol, dat ik ook al kende van Chabon’s een-na-laatste worp ‘The Final Solution’, maar of dit een prettig leesbaar boek oplevert? Nou nee, niet bepaald.

Dit was misschien nog niet zo erg geweest, als Chabon boeiende materie bij de hand had gehad. Daarvan is echter geen sprake. Chabon blijft heel dicht bij zichzelf met een down-to-earth verhaaltje dat speelt in zijn eigen achtertuin: Oakland, California. Het verhaal draait min of meer om Archy Stalling en Nat Jaffe, de uitbaters van een ouderwetse platenwinkel met veel vintage vinyl, die gedoemd lijkt te moeten sluiten als er zich een grote mega-store dreigt te vestigen in hun straat. Ook de vrouwen van beide mannen, die samen een bevallingskliniek runnen en in aanvaring komen met het ziekenhuis komen echter aan bod. Net als de beide zonen ten slotte, waarvan de excentrieke Julius ‘Julie’ Jaffe latent homoseksueel is en Titus de wrokkige, opeens opduikende, zoon uit een eerdere relatie van Archy is. Chabon weet de karakters vaardig tot leven te brengen, maar ja: heel interessant zijn hun belevenissen en zieleroerselen eigenlijk niet. Het verhaal kabbelt om deze reden eigenlijk vooral maar een beetje door en komt ook niet echt tot een knallend eind. En wat ook niet echt helpt is dat Chabon zijn boek doordrenkt met populaire Amerikaanse geschiedenis, niet alleen muziek (van elke oude soul/funk/jazz-plaat die wordt genoemd, wordt consequent ook het label en jaar genoemd bijvoorbeeld) , maar ook films, sport, etcetera. Dit gaat als niet-Amerikaan toch deels langs je heen…

Tja, allemaal niet erg positief dus. Niet dat dit boek een volledige mislukking is, overigens. Chabon kan nog steeds bij vlagen briljant om de hoek komen met mooie observaties, originele metaforen of beeldende beschrijvingen. Maar dat is allemaal niet genoeg om dit een goed boek te maken naar mijn mening. Jammer!

Filmrecensie ‘John Carter’

De reden waarom ik deze film wilde zien, was dat Michael Chabon (de schrijver van briljante boeken als WonderBoys) in het schrijversteam zat. Het verhaal is bij deze film echter juist niet het sterkste punt. Defilm vent namelijk vooral de bekende fantasy-clichés uit en is hiermee weinig origineel, getuige ook deze blurb: onwetende eenling komt in een vreemde wereld terecht en groeit hier uit tot held. Waar hebben we dat eerder gezien? Van alle mogelijkheden dat ik al snel aan Avatar, ook al omdat de vreemde wezens, in deze film de Tharks wel wat weg hebben van de Na’vi. Die waren ook smal en lang.

Onze hoofdpersoon komt terecht op het Mars in een parallel universum. Hier vechten twee mensachtige volken om de hegemonie in een rare mengeling van futuristische luchtschepen en zwaardengekletter. Inderdaad: nog zo’n fantasy-cliché, want waarom is het toch zo dat bijna alle fantasy-sages militair in de middeleeuwen blijven steken? Met zwaarden, speren en pijlen en bogen dus; zie bijvoorbeeld ook The Lord of the Rings en Game of Thrones. Misschien is het wel omdat dit het laatste tijdperk in onze geschiedenis was dat oorlogen nog enigszins eervol verliepen: duw iedereen immers een zwaard in de hand en je hebt een ‘eerlijke strijd’. Met de uitvinding van het buskruit was het wel zo’n beetje afgelopen met de heroische ‘schone’ oorlogen.

Het verhaaltje is dus niet het sterkste van deze film. Ook qua acteurs was er weinig bijzonders te genieten. Maar wat deze film wel bijzonder maakte, vond ik, waren de spectaculaire special effects: 90% van deze film is computergeanimeerd en ik moet zeggen: het niveau dat men tegenwoordig haalt is echt imposant. Vreemde wezens, ingewikkelde actiescènes, het ziet er allemaal gewoon echt geweldig uit.

Daarmee is dan wel een beetje het beste van de film besproken. Of het moet de bijzondere hommage zijn aan Edward Rice Burroughs, de schrijver die de personage ‘John Carter’ ooit bedacht, door hem een rol in het verhaal te geven…

 

 

Recensie ‘Bonita Avenue’ van Peter Buwalda

Normaliter heb ik het niet zo op Nederlandse schrijvers, maar hierop vormt misschien Buwalda wel een uitzondering. In ieder geval heb ik me met dit debuut van hem prima vermaakt. Bonita Avenue is een vuistdikke familiesage rondom Siem Segerius, rector van de Tubantia Universiteit (UT) in Enschede. Het verhaal gaat er kortweg over hoe Siem’s leven volledig ontspoort. Dat heeft niet alleen te maken met het geheime internetpornohandeltje van zijn dochter, maar ook met zijn wrokkige en agressieve zoon die juist uit het gevang komt.

Buwalda vertelt het verhaal kundig. Hij spring heen en weer tussen verteltijden en gebruikt ruimschoots flashbacks. Het verhaal wordt verder verteld vanuit drie perspectieven, niet alleen Siem, maar ook de ambitieuze en compromisloze dochter Joni en ook haar vriend Aaron Bever, een emotioneel labiele jongen die op een bepaald moment in een ‘kokkerd van een psychose’  terechtkomt.  Buwalda weet hen alle drie goed tot leven te brengen. En bovendien slaagt hij er ook nog in het boek te beëindigen met een mooie, bloedstollende, climax.

Concluderend kun je dus spreken van een gewoon erg goed boek, met erg weinig slechte kanten. Zeker als je bedenkt dat dit nog maar Buwalda’s debuut was!