Verhalen en meer van Christian Deterink

+menu-


Recensie M-O

Cal | Bernard MacLaverty

03-2011 | Dit was een boek uit een serie van vijf boeken die ik ooit op de middelbare school voor de literatuurlijst Engels heb gekregen. In die serie, de BlackBirds, zaten de klassiekers als ‘Catcher in the Rye’ van Salinger en ‘Lord of the Flies’ van William Golding, die ik toen ook gelezen heb, maar dus ook dit boek, waar ik toen niet aan toegekomen was.
Nu ik het boek inmiddels uit heb, kan ik zeggen, dat dat wel jammer is. Dit boek past zonder twijfel ook in het rijtje memorabele titels. Het is een beklemmend verhaal over de Noordierse jongeling Cal, die tegen wil en dank vast komt te zitten tussen de IRA en de liefde voor Marcella, wiens man door diezelfde IRA is doorgeschoten. Het boek geeft een perfect beeld van het grauwe bestaan in het provinciestadje in Ulster, dat wordt verteerd door de strijd tussen de katholieke Ieren en de protestante ‘Engelsen’. Het verhaal leest als een trein en laat haarscherp de twijfels en dromen zien van de jonge Cal en het wordt dramatisch als hij verliefd wordt op de vrouw, wiens man hij heeft helpen vermoorden.
Geen vrolijk boek dus, dit werkje van MacLaverty, maar indrukwekkend is het zeker.

De Brug | Geert Mak

10-2009 | Dit boekenweekgeschenk stamt alweer uit 2007, maar ik besloot het nu eindelijk maar eens te lezen. Het is een echte Mak, zoals ik hem ken. Hij vertelt over de geschiedenis en het leven in de stad Istanbul en hangt dat allemaal op aan de brug die de beide stadsdelen met elkaar verbindt. Net zoals in zijn andere boeken zijn zijn vertellingen een mengeling van geschiedschrijving, journalistiek en een optekening van de levensgeschiedenissen van allerlei verschillende mensen. Zijn toon is herbij soms zakelijk en soms weer heel melancholiek of zelfs poetisch. Waat het ook over gaat, Mak is in ieder geval een begenadigd schrijver en weet je altijd mee te slepen.
In het boek wordt met name ingegaan op natuurlijk de roemruchte geschiedenis van de stad (vroeger de Romenise stad Constantinopel en nog eerder de Griekse stad Byzantium). Ook vertelt Mak over de mensen die de brug bevolken: de sigarettenjongens, boekverkopers en brugvissirs bijvoorbeeld. En ten slotte gaat Mak ook veel in op hoe de islam weer meer vat krijgt op de Turkse maatschappij. Hij laat zien hoe de gewone man hier over denkt, maar geeft ook aan dat de Deense cartoonrel niet zozeer een religieus conflict was, maar meer een eerkwestie, in een land waar ‘familie-eer’ zelfs een apart woord is.
Concluderend: interessant! lezen!

In Europa | Geert Mak

06-2007 | Geert Mak kende ik al van “Hoe God verdween uit Jorwerd”. Een prachtige kleine geschiedenis van het Friese dorpje Jorwerd. Zijn verhaal was niet alleen journalistiek (hoe dorpen door sociaal-economische veranderingen uiteen vallen), maar had ook vaak een poëtische toon, door zijn oog voor detail, en zijn verhalende stijl. Ik vond het een geweldig boek.
In Europa, is eigenlijk een verrassend soortgelijk boek, maar dan met een veel groter schaalniveau. De ondertitel zegt het helemaal: “Reizen door de twintigste eeuw”. Mak verhaalt over zijn reizen door het continent en verbindt hieraan de gebeurtenissen van de laatste eeuw. Fantastisch hoe hij de geschiedenis overal dicht op de huid zit en de geschiedenissen vaak heel menselijk en dichtbij weet te maken (gesprekken met mensen die het meegemaakt hebben, dagboekflarden, beschrijvingen van historische plekken, etc.). En natuurlijk hoe Mak het heel boeiend weet te vertellen en zelfs soms enkele vastgeslepen historische interpretaties onderuit weet te halen. Heerlijk! Vooral het eerste deel van het boek (Mak besteedt ruime aandacht aan de beide Wereldoorlogen) is zonder meer meeslepend; daarna, als het over de jaren 50, 60 en verder gaat, wordt het wat minder. Maar over het geheel genomen een boek dat maar weer eens laat zien hoe interessant geschiedenis is. Lezen!

Aan de oever van de tijd | Henning Mankell

07-2011 | De Zweedse schrijver Henning Mankell is natuurlijk vooral bekend van zijn serie over rechercheur Wallander, maar daar heeft dit boek niets mee te maken. Nee, dit boek, met de voor mij aansprekende titel ‘Aan de oever van de tijd’ (zie mijn verhaal De Gouden Rivier), gaat over Afrika, Mozambique om preciezer te zijn. Het is een erg mooi, doorleefd en poëtisch geschreven boek waarin allerlei verschillende verhalen aan bod komen, die in een hele bijzondere soort vertakkende stijl worden verteld: nadat we bijvoorbeeld over de vader lezen, lezen we over een zoon, dan over diens werkster, etc. etc. Alle verhalen ademen verder een soort surrealistische magie, zoals ik die ken van Gabriel Garcia Marquez. Bijvoorbeeld als we lezen hoe een dorpeling die is geëmigreerd naar Europa, ervoor zorgt dat elke maand een vogel een geldstuk bezorgt bij de hut van zijn ouders, of als het gaat over dode Samima, die op de achtergrond nog steeds een belangrijke rol speelt als mater familias.
Mankell bewijst met dit boek naar mijn idee zonder meer een meesterverteller te zijn, nog meer misschien nog wel dan zijn toch wat gewonere Wallander-boeken. Zeer de moeite waard in ieder geval!

Gloed | Sándor Márai

10-2012 | Dit boek wordt algemeen beschouwd als een meesterwerk en de pas na zijn dood erkende schrijver ervan wordt geëerd als één van de grootste schrijvers van de twintigste eeuw.
Na lezing van dit boek kan ik wel begrijpen waarom. Márai schept namelijk prachtige levensechtige beelden van het leven in de adellijke kringen in en rond het hof van de Oostenrijks-Hongaarse keizer aan het eind van de negentiende eeuw. Maar vooral laat de schrijver prachtige, doordachte levenswijsheden op je los, die je echt doen stemmen tot nadenken.
Dit doet hij in een vrij eenvoudig verhaal, dat draait rond de jeugdvriendschap van de adellijke, puissant rijke Henrik en de beduidend minder rijke Konrád en hoe die vriendschap wordt verraden door Konrád omwille van Henrik’s kerverse vrouw Krisztina. Ruim veertig jaar later komen de twee, inmiddels bejaarde, mannen voor het eerst weer samen, om dit uit te praten.
Zo zou je zeggen dat het belangrijkste deel van het boek bestaat uit het gesprek dat volgt tussen beide heren, maar dat gebeurt toch niet helemaal, want wat er volgt is een lange, heel lange monoloog van Henrik, die slechts sporadisch onderbroken wordt door Konrád. In dit deel van het boek vond ik dat het soms wel heel plechtstatig werd, als Henrik in eindeloze volzinnen uitwijdt over bijvoorbeeld de aard van de vriendschap. En pathetisch-romantisch ook, als blijkt dat Henrik letterlijk ruim veertig jaar zijn leven on-hold heeft gezet (hij heeft al die tijd zijn kasteel niet meer verlaten) in afwachting van de langverwachte confrontatie met zijn jeugdvriend die hem verraden heeft. Allemaal erg passioneel van de lichtgevoelige Henrik, maar je kunt ook denken: had hij geen schop onder de kont moeten hebben van iemand zodat hij gewoon na te zijn uitgehuild zijn leven weer had opgepakt?
Overigens, die iemand had dan waarschijnlijk de min moeten zijn, Nini, het oude kindermeisje, dat al die tijd Henrik heeft bijgestaan als een moeder, of misschien wel meer? Die suggestie wordt in ieder geval wel gewekt in het enigszins raadselachtige slot van het verhaal…
Kortom: dit is zonder meer een heel bijzonder boek dat, ondanks enkele zwaktes erin, nog steeds zeer de moeite waard is om te lezen!

Voyage along the horizon | Javier Marías

10-2008 | Een uiterst curieus boekje dit, een soort vertelling in een vertelling. Uiteindelijk gaat het om een groep kunstenaars die inschepen op een reis naar Antarctica. Uit de lovende aanprijzingen die op het boek staan, begrijp ik dat het boek een ode is aan schrijvers als Joseph Conrad, Henry James en Conan Doyle. Allemaal erg leuk en literair natuurlijk allemaal erg boeiend, maar het levert allemaal weinig interessante fictie op. De bootreis is vooral saai en we moeten hoofdzakelijk lezen over hoe de hoofdpersoon, de schrijver Arledge, geobsedeerd raakt door een buitenissige ontvoeringsgeschiedenis van één van zijn medereizigers, waarvan hij koste wat kost de toedracht wil achterhalen.
Niet mijn kop thee dus en ik heb het boek danook half uitgelezen terzijde gelegd.

De indringers | Michael Marshall

10-2010 | Ondanks het feit dat ik Michael Marshall niet reken tot mijn favoriete schrijvers (in tegenstelling tot bijvoorbeeld David Mitchell, Michael Chabon, Stephen King, Philip Kerr, Dan Simmons of Niccolo Ammaniti), kan ik zijn boeken toch moeilijk weerstaan. Alle boeken die in vertaling zijn verschenen, heb ik van hem gelezen. Dit heeft met name te maken met zijn aanstekelijke schrijfstijl, vol met originele observaties, mooie perspectieven en inzichten. Ook zijn de hoofdpersonen, vaak eigengereide types aan de rand van de maatschappij, altijd interessant. Maar het grootste manco bij Michael Marshall blijft dat hij zijn verhalen baseert op nogal vergezochte plots. Zo ging zijn Stromannen-trilogie, ondanks het op zich spannende en meeslepende verhaal, eigenlijk helemaal nergens over (iets met een eeuwenoude sekte van moordenaars of zoiets, ik weet het niet eens meer). Ik was in ieder geval blij dat deze heilloze onderneming op zijn eind liep, in de hoop dat hij zich zou revancheren.
Daar echter, slaagt Marshall met dit boek wederom niet in. Het ligt niet aan de schrijfstijl en ook niet aan de karakters of de opbouw. Je wordt al snel het verhaal ingezogen. Maar wederom blijft het plot achter. Deze keer gaat het over ‘indringers’, geesten van gestorven mensen die iemands hoofd indringen. Op zich een boeiend en kansrijk vertrekpunt, kijk bijvoorbeeld naar wat Dan Simmons met zijn aanverwante concept van de breinvampiers doet in het sublieme Carrion Comfort. Maar helaas blijft Marshall hangen in een onduidelijk plotje over oude Indiaanse geesten die zich wreken in het hedendaagse Seatlle, of zoiets, want helder wordt het nooit. En dat is jammer, want dat maakt ook dit boek weer een net-nietje.

Engelenbloed | Michael Marshall

08-2008 | Dit boek is het vervolg op “Het Oudste Offer”, een boek dat ik al eerder op deze reviewsite heb besproken. En eigenlijk geldt voor dit boek weer hetzelfde als voor het vorige in de serie: het verhaal is prima geschreven, in een vlotte goed leesbare stijl, maar waar het toch weer aan blijft mankeren is het plot. Niet zo gek, als het boek nog steeds gaat over die merkwaardige Stromannen. We leren in dit boek weer wat meer over hen (het zou een duizenden jaren oude cultus van seriemoordenaars zijn, of zo), maar eigenlijk blijft dit allemaal zo ontzettend vergezocht en ongeloofwaardig overkomen, dat ik er nog steeds niet ook maar enigszins in mee kon gaan. En dat is jammer, want voor de rest kan Michael Marshall toch echt verdomd goed schrijven. Om die reden vind ik het niet zo erg dat Michael Marshall zijn ‘Stromannen’-serie heeft beëindigd en weer andere boeken schijnt te hebben gescheven. Ik ga er ooit zeker nog één van lezen!

Het Oudste Offer | Michael Marshall

12-2006 | Michael Marshall, voorheen voorzien van de tweede achternaam Smith, is een begenadigde schrijver, zoals hij al in eerdere geweldige boeken als “Only Forward” en “Spares” aantoonde. Wat hem met name zo goed maakt is zijn soepele en zeer leesbare schrijfstijl. Zo was zijn eerste boek, met een science fiction sausje overgoten, juist zo leesbaar omdat het in een enigszins onderkoelde, ironische en lichtvoetige stijl geschreven was. Alsof hij het zelf allemaal ook niet zo serieus nam.
Dat speelsige is er met dit boek, de tweede van een trilogie, wel een beetje af. Alhoewel het sarcasme en de humor toch deels zijn gebleven. Wat we overhouden is een goedgeschreven thriller met veel vaart en spanning waarbij het enige manco misschien is gelegen in het toch wel wat al te ongeloofwaardige plot, over de sekte van de Stromannen en iets met de evolutie dat een beetje aan me voorbij is gegaan, zo wazig was het.
Maar al met al zeker een “good read”, zoals de Amerikanen dar zelf zouden zeggen!

Beatrice en Vergilius | Yann Martel

03-2012 | Centrale vraag in dit boek is of de Holocaust niet zo vreselijk is, dat je er eigenlijk geen fictie over kunt of moet schrijven. Het is in essentie al de vraag die de hoofdpersoon, de schrijver Henry, zich stelt als hij een nieuwe roman aan het schrijven is. Hij kiest voor een zogenaamd ‘flipbook’, bestaande uit deels fictie en deels non-fictie. Helaas zijn de redacteuren van zijn uitgeverij beduidend minder enthousiast. Henry is hierdoor zo ontgoocheld dat hij zijn project staakt, verhuist en met zijn vrouw een nieuw leven begint in een nieuwe stad. Hier ontmoet hij op een dag een taxidermist, een onsympathieke ondoorgrondelijke man, die een redelijk bizar theaterstuk aan het schrijven is over de brulaap Vergilius en de ezel Beatrice. Langzaam komt Henry erachter dat de taxidermist eigenlijk met precies dezelfde vraag gepreoccupeerd is als hij.
Martel, die ik al ken van zijn briljante ‘Life of Pi’ en ‘Zelf’, heeft met dit boek een prikkelend en onderhoudend verhaal geschreven, met kostelijke scenes, zoals die waarin pagina’s lang een peer wordt beschreven. Tegelijkertijd heeft het boek ook nog eens een duidelijke boodschap. Dit maakte dit boek voor mij een prima leeservaring, alhoewel ik wel verwacht dat dit boek door de toch wel wat extravagante schrijfstijl en bijzondere onderwerpkeuze, niet snel een breed lezerspubliek zal aanspreken.

Zelf | Yann Martel

01-2010 | Misschien wel één van de meest buitenissige aspecten aan dit ongewone boek van de Canadeze schrijver Yann Martel (bekend van ‘Het leven van Pi’), is wel dat je nooit achter de naam van de hoofdpersoon komt. Het enige wat daarover ergens terloops wordt verteld is dat het zowel een jongens- als een meisjesnaam kan zijn. Waarmee ik meteen gekomen ben bij het hoofdthema van het boek: sekseverwarring.
Al in de eerste pagina’s (ik moet niet zeggen hoofdstukken, want dit boek bestaat voor 99% uit één enkel hoofdstuk) van deze fictieve autobiografie komt dit thema aan de orde als de hoofdpersoon, dan nog een kleuter, het maar spijtig vindt dat er slechts twee seksen zijn: wat saai! Waarom zijn er niet veel meer? Niet dat je dan al doorhebt dat dit een hoofdthema wordt, want op dat moment lees je nog over tal van malle gedachten en ingevingen van de fantasierijke jongeling.
Het wordt allemaal anders als de ouders van de ‘ik-persoon’ (die ik verder Yann zal noemen) omkomen bij een vliegramp. Yann weet zich geen raad en neemt tenslotte de eerst beschikbare vlucht naar (toevallig) Portugal. Als hij na maanden terug komt in Canada is hij… vrouw. Het valt niemand op, want Yann besluit een nieuw leven te beginnen en te gaan studeren in een provinciestadje.
Hier ben je op het punt belandt dat het verhaal eigenlijk steeds gewoner wordt. Het wordt steeds meer een recht-toe-recht-aan verslag van hoe een jonge studente haar draai in het leven probeer te vinden. En zo lezen we over hoe ze haar studie verprutst, over haar bindingsangt en hoe ze dan weer op iemand van het vrouwelijke en dan weer op het mannelijke geslacht verliefd kan worden. Het enige vreemde is dat blijkt dat Yann letterlijk een vrouwenlijf gekregen heeft(!).
Maar dat duurt niet voor eeuwig. Want helemaal aan het einde van het boek (als Yann probeert door te breken als schrijver) maakt ze opnieuw een traumatische gebeurtenis mee en dat triggert in hem opnieuw een transitie, van vrouw naar man deze keer. Ook nu verandert hij ook feitelijk fysiek en ook nu besluit hij elders een nieuw leven te beginnen. Daar, op het moment dat de hoofdpersoon dertig jaar oud wordt, eindigt dan het boek…
Al met al vond ik dit boek, door de bijzondere schrijfstijl, zeker de moeite waard. Tegelijkertijd is het zeker geen boek dat bij de mainstream zal aanslaan. En zo zou het, ook gezien Martel’s lage productiviteit, best wel eens kunnen zijn dat Martel een one-hit-wonder blijft en voor altijd alleen bekend blijft van die alom geprezen eerder genoemde beststeller…

Kreeftengang | Paolo Maurensig

10-2010 | Dit bijzondere boek is een soort vertelling in een vertelling, die uiteindelijk draait om de Hongaarse jongen Jenö Varga, een talentvolle violist. Heel beeldend wordt beschreven hoe diens leven van jongs af aan draait om de muziek en welke plaats een bijzondere viool hieirn inneemt. Als Jenö na de voltooiing van zijn opleiding aan het Collegium Musicum, besluit te logeren bij zijn studievriend en rivaal Kuno, begint zich een psychologisch drama van formaat te ontvouwen, waarin tevens die viool weer een belangrijke rol speelt. Ten slotte komt het verhaal tot een knappe ontknoping. Hiermee is Kreeftengang een prachtig gecomponeerd en bijzonder mooi verteld verhaal. Een aanrader.

Dat wat overblijft | Tom McCarthy

07-2012 | Dit buitengewoon ongewone boek begint ijzersterk. Er wordt een naamloze hoofdpersoon opgevoerd (dertiger, Londenaar, man), die revalideert van een ongeluk (iets wat even nevelig blijkt, het viel uit de lucht in ieder geval). Dat heeft hem bepaald niet onberoerd gelaten, niet alleen moet hij alles opnieuw leren, maar ook geestelijk lijkt hij helemaal van het padje. Hij voelt zich alsof hij niet langer meer deel uitmaakt van de werkelijkheid, alsof alles om hem heen ‘tweedehands’ is.
In een geluk bij een ongeluk krijgt hij een kolossale schadevergoeding van 8,5 miljoen pond, maar hij besluit al snel dat geldt op een niet erg rationele manier te besteden. In een wanhopige zoektocht iets te beleven wat ‘echt’ aanvoelt, besluit hij een levendige droom die hij heeft gehad na te spelen. En zo koopt hij na een lange zoektocht een woongebouw, vult die met acteurs en probeert alles (geluiden, geuren, tot op een scheur in een badkamerwand) zo precies mogelijk na te bootsen, in de zoektocht naar dit ‘werkelijke’ gevoel.
Natuurlijk blijft het hier niet bij, want al snel volgen er andere heropvoeringen, zoals van een incident bij een autogarage, een moord en, ten slotte, een bankoverval. Voor al deze projecten huurt hij ene ‘Naz’ in, een efficiënte Indiër, die niet echt lijkt te zitten met de absurde wensen van zijn opdrachtgever, maar ze vooral ziet als interessante uitdagingen, die elke keer weer zijn organisatietalent testen.
Natuurlijk kan dit alles niet blijven goed gaan en het verhaal eindigt dan ook (min of meer) op een even bizarre manier als het begon.
McCarthy heeft met dit boek een uiterst prikkelende ideeënroman geschreven, die zeker in het begin zeer meeslepend is. Maar verderop in het boek begint zich steeds meer te wreken dat een echt plot, of een echte ontwikkeling, ontbreekt. Hierdoor blijft het boek een beetje een experimenteel, abstract karakter houden. Daarom vond ik het toch niet een volledig geslaagd boek. Interessant was het echter zeker!

Zaterdag | Ian McEwan

02-2012 | In dit boek beschrijft Ian McEwan nauwgezet precies één dag in het leven van de neurochirurg Harry Perowne, uiteraard een zaterdag. Eén heel boek, en niet eens een dunnetje, over slechts één dagje, wordt dat niet al snel saai, zou je zeggen. Nou, dat hoeft niet, weet ik. Het briljante boek ‘For Whom the Bell Tolls’ van Ernest Hemingway gaat bijvoorbeeld ook slechts over één dag. Dat boek speelde dan wel weer in een oorlog (de Spaanse Burgeroorlog om precies te zijn), maar ook daarvan blijft dit boek van McEwan niet ver verwijderd: het heeft namelijk heel nadrukkelijk oorlog en conflicten als thema.
In ‘Zaterdag’ bestaat de kern van het boek uit een ruzie die Perowne krijgt met ene Baxter, een gevaarlijk onderwereld-figuur en ook nog eens iemand die lijdt aan een (dodelijke) ziekte. Perowne weet hem eerst af te wimpelen, maar dan dringt Baxter zijn huis binnen om vervolgens zijn hele gezin te gijzelen.
Wat het boek interessant maakt is niet alleen dit plot, maar dat zijn ook de vele boeiende ideeën, prikkelende gedachtengangen en ethische dilemma’s die je worden voorgeschoteld. Niet alleen op kleine schaal (mag Perowne misbruik maken van zijn kennis als neuro-chirurg om Baxter voor te liegen bijvoorbeeld) maar ook op grote schaal (mag Engeland Irak invallen- dit verhaal speelt net voordat dit zal gebeuren). Dit tesamen met de verbluffende beheersing van zijn onderwerp (McEwan lijkt alles te weten van de neurochirurgie bijvoorbeeld), maakt dat dit een imponerend en goed boek is van waarschijnlijk wel één van de beste hedendaagse schrijvers.

De geestverwantschap | David Mitchell

11-2009 | Dit is alweer het vierde boek dat ik las van David Mitchell en het verhoogt alleen maar mijn bewondering voor de auteur. Wat een prachtboek is het weer! Het lijkt in veel opzichten op Wolkenatlas: ook in dit boek vertelt Mitchell een aantal op het eerste oog losstaande verhalen, die allemaal op een bepaalde manier toch met elkaar te maken hebben. En elk van die verhalen is zonder meer de moeite waard om te lezen. Zo kruipen we in de denkwereld van de dader van de gifaanslag in Tokio en lezen we onder meer over een instortende beurshandelaar in Hong Kong, een oud animistisch vrouwtje aan de voet van een heilige berg in China, twee backpackers in Mongolië, een kunstdievegge in Sint Petersburg en een ghostwriter in Londen. Wat bij al deze verhalen met name opvalt is de enorme rijke verbeeldingskracht van Mitchell. De oorspronkelijke vondsten lijken hem te komen aanwaaien en hij verwerkt ze moeiteloos in zijn rijk geschakeerde verhaal.
Hiermee is De Geestverwantschap zeker geen eenvoudig boek. Met name de laatste delen in het boek vergen veel van de lezer. Je moet wel bereid zijn mee te gaan in de verhalen over pratende bomen, ronddolende geesten, met alfagolven communicerende sekteleiders en godachtige computerentiteiten die de wereld vanuit het satellietennetwerk observeren en bijsturen. Maar als je dat kunt, dan heb je aan het lezen van dit boek echt een opwindende ervaring! En het is ook nog eens in een verbluffend goede stijl is geschreven: ik als amateur-schrijvertje voelde ik me bij deze literaire krachtpatserij van Mitchell in ieder geval opeens heel nietig…

Dertien | David Mitchell

10-2009 | Dit is een opmerkelijk ‘normaal’ boek van David Mitchell, de schrijver die je met Wolkenatlas nog meevoerde in een adembenemende achtbaanrit tussen verschillende verhalen, personages, tijden, werelden en schrijfstijlen. Dertien vertelt namelijk maar één verhaal, dat van de dertienjarige Jason Taylor en kan worden beschouwd als zo’n coming of age-verhaal, waarvan er in de wereldliteratuur al tientallen, honderden, misschien wel duizenden bestaan.
Ik had er echter alle vertrouwen in dat Mitchell er niet de schrijver naar is om een dertien-in-een-dozijn boek te schrijven en dat gebeurt ook inderdaad niet. Met dit boek weet Mitchell haarscherp de dromen, wensen en angsten van een dertienjarige jongen te vatten. Zijn pogingen populair te worden in zijn klas, hoe bang hij is ‘af te gaan’, hoe hij zich teweer probeert te stellen tegen het steeds erger wordende getreiter van een paar pestkoppen en hoe hij niet durft in te zien hoe zijn ouders op het punt staan te scheiden, het wordt allemaal heel beeldend en aanstekelijk beschreven in de dertien hoofdstukkken die het boek telt (het boek beslaat ook nog eens precies dertien maanden van Jason’s leven).
Alsof alles al niet moeilijk genoeg is, stottert Jason ook nog eens, alhoewel hij dat zelf ‘stamelen’ noemt. Hangman, zoals hij het noemt, belet hem bepaalde woorden te zeggen en koloniseert steeds verder zijn alfabet. De angst van Jason om als stotteraar te worden ‘afgemaakt’ door zijn klasgenoten is voor mij, iemand die ook ‘stottert’ of ‘stamelt’ maar al te invoelbaar.
Het bijzondere van het boek zit hem met name in de lyrische en soms bijna poetische beschrijvingen die op je worden losgelaten. Alhoewel Mitchell dit aannemelijk maakt door Jason als een erg voorlijke jongen af te schilderen, die ook nog eens, onder een pseudoniem natuurlijk, poezie schrijft, heb je soms wel een beetje het idee dat de stem van de schrijver hier is teveel in doorklinkt. Maar eigenlijk stoort dat geen moment. Ook de soms bijna magisch-realistische gebeurtenissen in het boek, maken het alleen nog maar interessanter en leuker. Zeker als er zowaar een personage uit Wolkenatlas opduikt, de inmiddels hoogbejaarde Eva van Outryve de Crommelynck, die ooit verliefd was op de jonge componist Robert Frobisher. In de enkele gesprekken die ze hebben, brengt ze Jason enkele waardevolle lessen bij over de poezie en het leven.
Misschien dat dat Jason het zetje geeft wat hij nodig had, want tegen het einde van het boek rekent hij min of meer af met de pestkoppen, praat hij makkelijker, krijgt hij een vriendinnetje en heeft hij zelfs een betere relatie met zijn zusje en ouders. Hierna eindigt het boek eigenlijk vrij abrupt. Hiermee ontbeert het boek misschien een duidelijke plot, maar misschien was dat ook helemaal niet Mitchell’s bedoeling. Hij wilde je alleen maar een stukje uit het leven laten zien van een opgroeiende jongen. En daarin slaagt Mitchell met glans. Een prachtig boek!

Droomnummernegen | David Mitchell

07-2009 | Dat Mitchell een buitengewoon schrijver is, wist ik al na zijn boek ‘Wolkenatlas’ te hebben gelezen, maar met dit boek bevestigt hij het nog eens. Opnieuw wordt je onweerstaanbaar meegesleept in een hilarisch, krankzinnig, aangrijpend, enerverend en soms bijna onnavolgbaar verhaal. In dit geval over de 19-jarige Eiji Miyake, die in Tokio de vader die hij nooit gekend heeft probeert te vinden.
Mitchell’s schrijfstijl is op zijn minst bijzonder. Neem deze passage: “Ik word in een rond bed wakker, eenzaam als een weggesmeten stuk speelgoed. Dit liefdeshotel is een tempel van roze. Geen bloemenroze – kadaverroze. De gordijnen zijn met ochtend bezoedeld. Ik hoor drilboren, kruispunten en kraaien. Uitgedroogde zonnebloemen hangen voorover in hun vaas. Mijn hoofd zit vastgeplakt van slaap tot slaap. Mijn tong is gezouten, zongedroogd en door woestijnwezels ondergescheten. Mijn keel is bewerkt met een geologenhamer. […] Twee maagden hebben elkaar dus van hun functie ontheven. Die liesnies was seks? Geen Golden Gatebrug naar een beloofd land. Een wiebelige plank over een drassig moeras. Je krijgt niet eens een insigne om op te naaien.”
Het hele boek ademt een surreële sfeer door het dunne onderscheid tussen droom en ‘werkelijkheid’. Het boek is namelijk doorspekt met (dag-)dromen van Eiji en hiernaast belandt Eiji ‘in het echt’ ook nog eens in allerlei bizarre situaties. Alsof dat het boek al niet apart genoeg maakt, zijn er ook nog enkele gekke uitstapjes. Zoals een fabel over een struise kip, een vergeetachtige bok en een zachtaardig oermens, dat Mitchell als achteloze vingeroefening lijkt te hebben ingepast.
Al met al kun je dus spreken van een wervelend en geweldig boek, waarbij je je alleen wel kunt afvragen wat Mitchell uiteindelijk eigenlijk probeert te vertellen. Want een echt einde breidt hij er niet aan – wat heet: het laatste hoofdstuk 9 is blanco! Maar misschien was dat juist de crux, want niet voor niets is het boek vernoemd naar het liedje ‘#9dream’ van John Lennon, waarover deze ooit zei: “De betekenis van Droom Nummer Negen verschijnt pas wanneer alle betekenissen hebben afgedaan.”

The thousand autumns of Jacob de Zoet | David Mitchell

07-2010 | David Mitchell is vooral met zijn boeken ‘De Geestverwantschap’ en ‘Wolkenatlas’ één van mijn favoriete schrijvers geworden. Beide boeken laten zich lezen als een enerverende achtbaanrit tussen fantastische verhalen, personages en vertelstijlen. Mitchell heeft met deze boeken getoond een alleskunner met een grenzeloze fantasie en formidabele schrijfstijl te zijn.
Met ‘Jacob de Zoet’ lijkt Mitchell een nieuwe weg in te slaan. Het is namelijk een historische roman, dat zich min of meer beperkt tot één verhaallijn en één hoofdpersonage. Dat is natuurlijk Jacob de Zoet, een Nederlander die wordt gestationeerd op Decima (of Dejima). En hiermee is het toneel natuurlijk al interessant, immers: Decima, niet meer dan een klein eilandje voor de kust van Nagasaki, was eeuwenlang de enige buitenlandse handelspost in het verder hermetisch gesloten Japan. Juist voor ons Nederlanders fascinerend; want Decima was van de VOC.
Het verhaal waarin Mitchell zeer kundig het leven in het Decima en het Japan van eind achttiende eeuw schetst, concentreert zich vooral op de opbloeiende liefde tussen de roodharige Zeeuw De Zoet en de prachtige maar deels verminkte Aibagawa Orito, die in de leer is bij de kleurrijke wetenschapper Dr. Marinus. Maar voordat er sprake kan zijn van echte toenadering wordt Orito weggevoerd van Decima en door de zeer machtige Japanse heerser Lord Abbott Enomoto opgesloten in het klooster Shiranui, waar kwaadaardige dingen gebeuren. De Zoet komt achter de vreselijke zaken die voorvallen in het klooster, maar is machteloos. Bovendien wordt hij in beslag genomen door de onontkoombare neergang van Decima, als gevolg van het faillisement van de VOC, de verovering van Holland door het Frankrijk van Napoleon en de steeds sterker wordende Engelse territoriumdrift.
Zonder het einde te verklappen is het boek, met alle voornoemde ingrediënten, zeker interessant. Het was echter zeker geen eenvoudig boek om te lezen in het Engels door de uitgebreide ingewikkelde beschrijvingen, de bloemrijke schrijfstijl en het vele ‘Oud-Engels’ dat erin voorkomt. Hiermee heeft het boek me niet zo geraakt als voorgaande werken van Mitchell. Maar een goed boek is het zeker! Ik zou alleen wel aanraden dit boek in de vertaling te lezen (‘De niet verhoorde gebeden van Jacob de Zoet’).

Wolkenatlas | David Mitchell

08-2008 | Dit formidabele en meesterlijke boek bevat geen één verhaal, maar maar liefst zes, alle losstaand van elkaar en spelend in verschillende tijden, maar toch met een aantal merkwaardige parallellen. Zo krijgen we van alles voorgeschoteld: het reisdagboek van een Amerikaanse notaris, de vaak hilarische brieven van een musicerende engelse oplichter in Brugge, de spannende zoektocht van roddeljournaliste ergens aan de westkust van de V.S., de uitzinnige lotgevallen van een engelse uitgever, de ondervraging van een Koreaanse diensterkloon in de verre toekomst en tenslotte de lotgevallen van een jonge man op een postapocalyptisch Hawaii, nòg verder in de toekomst. Mitchell trekt letterlijk alle registers open: elk verhaal verschilt in stijl en vertelwijze geheel van elkaar. Hij schrikt er zelfs niet voor terug om het laatste verhaal te laten vertellen in het gedegeneerde Engels van hoofdpersoon Zachry. En toch blijft het leesbaar! Nog veel knapper is, dat elk van de afzonderlijke verhalen je meteen meesleept. Wat een geweldige schrijfkracht! Zoals een recensie op de achterflap jubelt: “uitbundig leesbare [en] onweerstaanbare leesvraatzucht oproepende vertellingen”. Ik kan me er alleen maar mee aansluiten: wat een super-boek!

P.S.: Opvallend detail: net als Jonathan Coe (hiervoor besproken) verwerkt ook mede-Brit Mitchell een catastrofale treinreis in zijn verhaal. Zou dat uit frustratie zijn over de desolate toestand van het Engelse spoorwegnet? Misschien mogen wij ons hier nog in de handen wrijven met de NS!

Dodemanschantage | Max Moragie

07-2007 | Nog een boek dat ik heb gelezen tijdens mijn vakantie. Het is niet meer dan een aardig spionage-verhaal dat speelt ten tijde van de Suez crisis. De rijke effectenhandelaar Victor van Ransbeek heeft tijdens de Tweede Wereldoorlog clandestien een fortuin vergaart en wordt hiermee gechanteerd om te spioneren voor de Russen. Wat zich ontvouwt is een aardige plot, door Moragie aan het papier toe vertrouwd in een keurige stijl. Maar bijzonder wordt het nergens, of het moet zijn dat een deel van het verhaal zich in Breda afspeelt, op een plek die ik toevallig al kende. Tja, wel grappig, maar meer ook eigenlijk niet.
Conclusie: Er zijn betere spionage-romans dan deze. Dit boek kun je rustig laten liggen.

Godenslaap | Erwin Mortier

06-2010 | De achterflaptekst op dit boek, die onder meer een aantal zeer positief gestemde flarden uit recensies van gerenommeerde kranten bevatte, stemde mij in eerste instantie nog wel hoopvol, maar na de eerste pagina’s was daar erg weinig (om niet te zeggen: niets) meer van over.
De verbazing groeide. Want ook recensies die ik hier en daar op internet vond, waren over het algemeen zeer positief. Het ontgaat mij echter te enen male wat men aan vindt aan dit boek. Erwin Mortier schrijfstijl deed mij een beetje denken aan die van die andere Belg, Hugo Camps. Die heeft naar mijn idee ook erg de neiging aan mooischrijverij te doen. In zijn korte columns en interviews destijds in Elsevier is dat nog niet zo hinderlijk, maar bij Erwin Mortier begon me het al na een paar pagina’s te irriteren. Mortier begint niet gewoon zijn verhaal te vertellen, maar blijft naar mijn idee hangen in een poging alleen maar monumentale zinnen te schrijven, waardoor het geheel een brij van labyrintische pseudopoëzie wordt waar met de beste wil van de wereld niet doorheen te komen is. Nee, dit was absoluut niet mijn kop thee, wat een flop!

De procedure | Harry Mulisch

01-2009 | Gek eigenlijk dat ik dit boek van Harry Mulisch nog nooit had gelezen: het boek dat hij hiervoor schreef, ‘De ontdekking van de Hemel’ beschouw ik immers als een absoluut hoogtepunt uit de literatuur. Nog gekker is misschien wel dat dit boek, net als het hiervoor beschreven boek van Michael Chabon handelt over de golem, het uit de klei van de Moldau, door rabbijn Löw tot leven gebrachte, wezen dat de Joodse inwoners van Praag moest beschermen. Een merkwaardig toeval…
De centrale thema’s in het boek zijn leven en dood. Na het nogal hermetische begin, dat onder meer handelt over het Hebreeuwse alfabet, wordt het tragische verhaal ontvouwd van Victor Werker, een briljant geleerde. Hij heeft het ‘eobiont’ uitgevonden waarmee hij net als rabbijn Löw uit niets leven zou kunnen wekken, als een soort ‘omgekeerde moordenaar’ dus, zoals Mulisch het ergens verwoordt. Tegelijkertijd worstelt hij nog steeds met de herinneringen aan zijn doodgeboren dochter en met het feit dat zijn vrouw na die tragische gebeurtenis van hem is gescheiden.
Het boek neemt hierna een rare richting, naar mijn idee. Waar ik dacht dat het zou gaan over hoe Victor Werker zijn eobiont gebruikt om, tja… misschien wel zijn eigen dode dochter tot leven te wekken, lezen we onder meer over een vrij onbeduidende ontmoeting met drie ‘melkbroerders’. Nog gekker wordt het als Victor een flard van een telefoongesprek te horen krijgt, waarin iemand de opdracht krijgt een moord te plegen en vervolgens de hele stad afloopt in een nogal dwaze poging de moord te proberen voor te zijn. Uiteindelijk blijkt, in een krankzinnig toeval, dat het beoogde slachtoffer Victor zelf was, en in de laatste dramatische scene, lezen we over zijn dood.
Concluderend moet ik zeggen dat ik niet goed weet wat ik van dit boek moet vinden. Natuurlijk staat het wel weer vol met de typische Mulischiaanse taalgebruik en de originele spitsvondigheden. Maar het verhaal op zich vond ik wat ongericht, waarbij het einde op mij ook wat gekunsteld over kwam. Niet zijn beste boek dus.

After Dark | Haruki Murakami

03-2012 | Dit boek vertelt over wat er allemaal kan gebeuren in een doorwaakte nacht in het hedendaagse Tokyo. Parallel aan elkaar worden enkele verhalen verteld. Dat van hoe er tussen Mari, een studente die de nacht probeert door te brengen in restaurants, en Takahashi, een trombone-speler, iets lijkt op te bloeien bijvoorbeeld. Of dat van de kille zakenman, die ’s nachts overwerkt, maar wel tussendoor nog een Chinees hoertje heeft misbruikt in een love hotel. Maar het meest buitenissige is wel de verhaallijn over Mari’s zusje Eri, die onafgebroken slaapt. Pagina’s wijdt Murakami in een observerende, cinematografische schrijfstijl eraan hoe ze daar maar roerloos ligt. Tot in een bizarre plotwending, zij zich ineens bevindt in de kamer die zichtbaar was op het scherm van de tv in haar slaapkamer. De kamer waarin een gezichtloze man haar leek te observeren.
Murakami heeft hiermee ongetwijfeld een diepere bedoeling, maar die wordt nogal onuitgesproken gelaten. Ergens hebben alle verhaallijnen met elkaar te maken, maar hoe precies? Hiermee liet dit boek me na lezing toch wel een beetje zitten met een ontevreden gevoel. Want alhoewel Murakami je mee weet te slepen in een vaardig geschreven verhaal, vind ik toch wel dat hij je te veel laat zwemmen over de bedoeling en betekenis ervan. Daarom hoogstens een mager zesje.

De opwindvogelkronieken | Haruki Murakami

12-2012 | Dit boek heet wel het magnus opus te zijn van de Japanse schrijver Haruki Murakami, waarvan ik eerder ‘Ten zuiden van de grens’, ‘Hard Boiled Wonderland (…)’ en ‘After Dark’ las. Gezien de omvang van het boek (ca. 900 pagina’s) zou dat inderdaad zomaar kunnen. En, ik moet zeggen na lezing van het boek, misschien is het wel het toppunt van Murakami’s oeuvre.
In ieder geval herbergt het boek alles waar Murakami bekend om is. Personages die aan de rand van de samenleving leven, een hele dunne scheidslijn tussen de werkelijkheid en alles daarbuiten, surreële verhaallijnen en dat alles verteld in een zeer prettige en gemakkelijk leesbare stijl.
Het verhaal draait intussen om Töru Okada, een jongeman die al enige tijd werkeloos is, en de wereld vooral aan zich voorbij laat gaan. Maar alles wordt anders als zijn vrouw Kumiko verdwijnt en vanaf dat moment heeft Töru nog maar één doel: haar terugvinden. Hij weerstaat de druk van de familie, haar broer Noboru Wataya voorop, om de officiële scheidingspapieren te tekenen en zelfs als Kumiko hem zelf schrijft dat hij moet ophouden met proberen haar terug te krijgen, laat hij de zaak niet rusten.
Tot nu toe lijkt dit nog bijna de plot van een heel realistische thriller, maar dat wordt het geen moment. Daarvoor ontvouwt het verhaal zich veel te buitenissig. Dat komt vooral door de bonte stoet aan personages die voorbij trekt aan Töru, zoals Malta Kano en haar zusje Kreta Kano, de oude luitenant Mamiya, het buurmeisje May Kasahara en ene ‘Nootmuskaat’ en haar zoon ‘Kaneel’. Allemaal voegen ze iets toe aan de verwikkeling en hoewel deze bijdragen op zichzelf interessant genoeg zijn, blijft het toch wel onhelder wat precies het grote plaatje is. Want ook wat betreft dit aspect is dit boek een echte Murakami: verwacht geen rond plot waarin alle stukjes in elkaar passen en alles uiteindelijk te verklaren is. Alhoewel Murakami in deel 3 van het boek (dat, zoals je in zijn epiloog leest, veel later heeft geschreven dan de eerste twee) min of meer een soort eind brouwt aan zijn verhaal, blijven heel veel vragen onbeantwoord. Dat maakt het boek misschien aan de ene kant interesssant, want je blijft malen over betekenislagen en dwarsverbanden, maar aan de andere kant geeft het een beetje een onbevredigend gevoel, want je vraagt je af: wat heb ik nu eigenlijk gelezen?
Murakami verklaart in zijn epiloog dat hij, toen hij begon met zijn boek, nog absoluut niet wist waar de plot naar toe zou gaan, en eerlijk gezegd doet die opmerking wel een beetje af aan de kwaliteit van het boek. Want het geeft aan dat, om heel onbeleefd te zijn, Murakami maar wat deed. Hiermee lijkt hij misschien wel een beetje op Stephen King, want net als de grote meester heeft Murakami ontegenzeggelijk een groot verteltalent, maar lijkt het ook bij hem te ontbreken aan een heel duidelijk idee over welk verhaal hij nu wil schrijven.
Nou ja, hoe dan ook was dit toch weer een zeer genietbaar boek, alhoewel ik wel voorlopig even geen Murakami’s meer lees.

Hard-boiled wonderland en het einde van de wereld | Haruki Murakami

01-2011 | Murakami vond ik in Ten zuiden van de grens, een genuanceerd verhaal over liefde en verlangen, niet eens zo bijzonder. Maar dit boek sprak me beter aan: een prettig uitzinnig verhaal bestaande uit twee verhaallijnen die zich langzaam aaneen rijgen. ‘Hard boiled wonderland’ is het Tokio van de nabije toekomst, waarin de hoofdpersoon werkt als ‘calcutec’, een soort IT-nerd met de gave om data te ‘schudden’. Als hij de wetenschapper die dit alles heeft bedacht in diens onderaardse laboratorium, verborgen achter een waterval (!), bezoekt, blijkt dat de zaken er voor hem niet zo best voor staan. ‘Het einde van de wereld’ is een droomwereld van een perfecte, maar ook hermetisch gesloten stad, vol geestloze mensen. Onze hoofdpersoon blijft echter contact houden met zijn ‘schaduw’, die gevangen zit en besluit uiteindelijk met hem te vluchten.
Gesproken kan dus van een wonderlijk verhaal, dat vooral een metafoor lijkt voor de werking van de menselijke geest. Een heel bijzonder en lezenswaardig boek in ieder geval. Top!

Ten zuiden van de grens | Haruki Murakami

02-2010 | Ik had nog niet eerder werk van een Japanse schrijver gelezen toen ik begon met dit boek van Murakami. Om de één of andere reden verwachtte ik een heel bijzonder, misschien zelfs exotisch boek, van een schrijver uit zo’n andere cultuur als de Japanse. Dat kwam echter helemaal niet uit. Het boek was voor mij verbazingwekkend gewoontjes. In de kern is het niet meer dan een liefdesverhaal, dat in dit geval zich afspeelt in Tokyo, maar dat had net zo goed Amsterdam of Parijs kunnen zijn.
Het goede nieuws is dan weer wel dat het boek in dit genre absoluut een positieve uitschieter is. Murakami zet zijn personages goed neer en laat je de passie, pijn, liefde en eenzaamheid van hen goed mee voelen en beleven.
Het verhaal gaat over Hajime: een succesvol zakenman, die gelukkig is getrouwd en twee schatjes van dochters heeft. Maar toch heeft er bij hem altijd een verlangen geknaagd, alsof er toch iets ontbrak. Als hij Shimamoto weer ontmoet, zijn jeugdvriendinnetje die hij sinds zijn twaalfde niet meer heeft gezien, beseft hij dat alleen zij die leegte kan vullen. Maar moet Hajime voor de passie die hij voor haar voelt, zijn vrouw en zijn hele leven verloochenen?
De titel van het boek refereert aan een nummer van Nat King Cole, dat de jeugdige Hajime en Shimamoto vroeger eindeloos luisterden, waarbij ze fantaseerden wat voor een wonderlijks er dan wel niet zou zijn, ten zuiden van de grens. Het geeft de essentie van dit boek weer, dat gaat over verlangen en meer specifiek: over onvervuld verlangen.
Concluderend: zonder meer een goed geschreven boek. En alhoewel het thema niet echt mijn kop thee was, is het zeker de moeite waard!

Pnin | Vladimir Nabokov

01-2008 | In dit boek vertelt Vladimir Nabokov op een liefdevolle manier over Timofej Pnin, een Russische emigrant, die als verstrooide professor op een universiteit in een Amerikaans provinciestadje werkt. Het verhaal is enerzijd grappig, bijvoorbeeld door de hilarische taalfouten van Pnin en diens onbeholpen escapades.
Anderzijds heeft het boek een duidelijk tragische kant, als wordt verteld hoe Pnin moet leven in een land waarin hij niet kan aarden en dat niet het zijne is en nooit zal worden. Hiernaast blijkt hij ook nog eens verlaten door zijn hardvochtige vrouw en een zoon te hebben die hij niet kent.
Het leidt tot een boek dat tot nadenken stemt en ontroert. Nabokov zet zijn hoofdpersoon vooral liefdevol en begripvol neer en laat je inzien dat de aandoenlijke, maar o zo sympathieke Pnin meer verdient dan bespot te worden.
Concluderend: een tragikomisch boek dat het lezen zeker waard is.

In de bergen van Nederland | Cees Nooteboom

06-2007 | Zelden was ik met een boek zo snel klaar als met dit exemplaar. Misschien dat ik nog juist de eerste 10 bladzijdes gehaald heb, maar toen had ik het wel gehad met dit boekje van Cees Nooteboom. Niet aan mij besteed.
Mijn advies? Gewoon laten liggen…

In zee, twee jongens | Jamie O’Neill

08-2011 | Je kunt veel zeggen over dit boek, maar niet dat het is geschreven voor een grote en brede groep lezers. De belangrijkste reden hiervoor is de schrijfstijl, die nogal veel van de lezer vraagt. O’Neill hanteert namelijk een stijl met zeer veel ‘monologue intérieure’, oftewel: hij beschrijft precies wat er in de personen omgaat. De proloog bijvoorbeeld al is één grote ‘train of thought’. Hiernaast is zijn schrijfstijl sowieso al erg bloemrijk, vertellend en hiermee bepaald niet vlot of vloeiend.
Een tweede reden is de inhoud van het boek: in grote lijnen beschrijft het vooral de opbloeiende (homoseksuele) liefde tussen twee jongens èn de Ierse revolutie van 1916. Twee onderwerpen waar niet heel veel mensen allebei in geïnteresseerd zijn, denk ik.
Een laatste reden ten slotte is eenvoudigweg de omvang: met dik 500 pagina’s is dit zeker geen snel weglezend vakantie-romannetje.
Al met al maakt dit het boek nogal een taaie kluif en ik moet alleen daarom al zeggen dat ik bijna opgelucht was dat ik het uiteindelijk uit had. Dat ik het tòch uitgelezen heb, kwam omdat er toch voldoende moois in het boek is te vinden. De liefdesgeschiedenis tussen de naïeve Jim en de wereldwijze Doyler, alsmede de bijzondere vriendschapsrelatie die beiden krijgen met de aristocraat MacMurrough, die evenzeer van de herenliefde is, is prachtig genuanceerd en rijkgeschakeerd beschreven. Het centrale thema dat Doyler Jim zwemmen leert, maar eigenlijk hiermee ook leert te leven, is mooi gevonden. En ook enkele andere personages (zoals de beide vaders van de jongens, die ooit samen in het leger hebben gezeten en de tante van MacMurrough) komen mooi uit de verf. Het verhaal komt ook uiteindelijk tot het dramatische en emotionele einde dat je eigenlijk al had zien aankomen.
Hiermee is het boek uiteindelijk tòch wel de moeite waard geweest. Alhoewel ik dit boek eenieder zou afraden die niet een geoefende lezer is, want dit boek is wel echt voor de doorzetters.

Netherland | Joseph O’Neill

05-2009 | Gezien de lovende recensies op voor- en achterkaft had ik best hoge verwachtingen van dit boek. Het gaat over hoe de hoofspersoon Hans van den Broek (nee, niet de voormalige CDA-minister) moet proberen zijn draai te vinden in het New York na 9-11. Ik moet zeggen: het is absoluut niet slecht geschreven; O’Neill is overduidelijk een goede schrijver en laat soms prachtige en erg rake observaties op de lezer los. Leuk is ook nog dat we geregeld lezen over de Haagse jeugd van Hans, met tal van die typische Nederlandse eigenaardigheden die nog kloppen ook.
Maar dat is onvoldoende om het verhaal interessant te houden. Want dat hobbelt eigenlijk maar een beetje voort. Een plotje over een verbroken relatie, de schoonheid van het cricket-spel en Hans’ vriendschap met de buitenissige Chuck Ramkissoon, het was allemaal onvoldoende om mijn aandacht vast te houden. Ergens op tweederde deel van het boek ben ik dus, helaas, afgehaakt…



Comments are closed.