Verhalen en meer van Christian Deterink

+menu-


Recensies A-E

De kraai | Kader Abdolah

04-2011 | Ook dit jaar heb ik natuurlijk ook nog weer even het boekenweekgeschenk gelezen, De kraai dus, van Kader Abdolah. Was vorig jaar was Zwagerman’s werkstukje Duel nog zeer de moeite waard, dat kan je van dit boekje helaas niet zeggen.
Het lijkt er een beetje op dat Abdolah, bij gebrek aan inspiratie, bedacht dan maar weer even iets te schrijven over zijn eigen levensgeschiedenis. En zo ontstaat een sterk autobiografisch getint verhaaltje over hoe de Perzische Refiq Foad asiel vindt in Nederland en hier een schrijver wil worden. Een aardig detail is dat Refiq koffiehandelaar is en woont op een adres dat lezers van de ‘Max Havelaar’ heel bekend voorkomt. Zo is het boekje sowieso doorspekt met odes aan Nederlandse dichters: er zijn zelfs hele gedichten opgenomen. Dit zou op zich best iets kunnen toevoegen, als Abdolah er dan zelf ook echt iets mee weet te doen. Dat is echter nergens het geval. Het loszanderige plotjes beweegt zich naar een soort einde en dat is dan dat…
Tja, jammer. Ik kan niet zeggen dat ik door dit boekje geïnspireerd ben vooralsnog iets anders van Kader Abdolah te gaan lezen, zoals zijn nieuwe worp ‘De Koning’.
En CPNB: Volgens jaar weer beter!

Het huis van de moskee | Kader Abdolah

11-2011 | Alhoewel ik het boekenweekgeschenk van Kader Abdolah, ‘De Kraai’, niet bepaald sterk vond, heb ik me toch maar eens gewaagd aan zijn meest geroemde boek, ‘Het huis van de moskee’. En dat is maar goed ook, want dit boek heeft zonder meer de monumentale statuur van een klassieker.
In een vloeiende en soms poëtische stijl geeft Abdolah een prachtig portret van de tijd dat het moslimfundamentalisme vat krijgt op Iran. Tragisch hoofdpersoon is Aga Djan, hoofd van het huis van de moskee en tapijthandelaar en in het ‘oude’ Iran een belangrijk en gerespecteerd man. Lijdzaam moet hij toezien hoe hij wordt vermorzeld door de gebeurtenissen die Iran in hun greep krijgen. Eerst als het traditionele Iran wordt overspoeld met westerse invloeden in de tijden van de sjah. Later als er een heftige tegenbeweging volgt en de fundamentalistische hardliner Khomeini aan de macht komt. Abdolah laat treffend zien hoe deze revolutie de hele structuur van het land met veel geweld aan stukken scheurt.
Op de achterflap staat dat Abdolah met dit boek met recht een plaatsje in de schaduw van Garcia Marquez heeft verdiend. Ik zou zeggen, misschien zelfs wel iets meer. En ‘Het huis van de moskee’ mag dan wel als tweede zijn geëindigd in de lijst van beste Nederlandse boeken ooit, maar volgens mij ontstijgt het Nederland zelfs. Het is een belangrijk boek dat zonder meer thuis hoort in de wereldliteratuur. Als je dan ook nog bedenkt dat Abdolah het heeft geschreven in een taal die niet zijn moedertaal is, kun je alleen maar bewondering opbrengen!

Noem me bij jouw naam | André Aciman

02-2008 | Het boek gaat over de liefde tussen de jonge Elio en de Amerikaanse student Oliver, die is uitgenodigd om enkele weken te verblijven in het zomerhuis van Elio’s ouders in Italië. Ik werd meteen als het ware in het verhaal getrokken. Dit komt vooral, denk ik, omdat vanaf de eerste pagina alle aandacht is gefocust op alle heftige, verwarrende en tegenstrijdige gevoelens die Oliver bij Elio, de ik-persoon oproept. De schrijver besteedt vrijwel geen aandacht aan beschrijvingen van omgevingen, situaties of andere karakters, maar gaat in plaats hiervan heel diep in op het gevoelsleven van Elio en de innerlijke strijd die hij voert. Dit maakt het boek wel indringend, maar misschien wel wat moeilijk leesbaar voor de gemiddelde lezer, als die weer verzeild raakt in een beschrijving van de gedachtenstorm in Elio’s hoofd. Aciman’s soms wel erg geëxalteerde schrijfstijl maakt het er ook niet makkelijker op.
Het boek beschrijft hoe de twee jongens uiteindelijk elkaar vinden en hoe gepassioneerd hun relatie is. Tegelijkertijd weten ze hoe gedoemd hun relatie zal blijken. Ze leven al op geleende tijd, bedenkt Elio zich meermalen. En als Oliver weer terug moet naar Amerika, splitsen hun wegen zich toch, ondanks hun nog steeds heftige gevoelens.
Concluderend kun je spreken van een zeer indringend boek, dat heel nauwgezet de opbloeiende liefde tussen deze twee jongens verbeeldt. Zo levensecht dat je nauwelijks kunt voorstellen dat Elio en Oliver nooit bestaan hebben.

Milton’s vlucht naar Amerika | Peter Ackroyd

08-2008 | Het boek heeft als hoofdpersoon John Milton, wat bij enkelen misschien al een belletje doet rinkelen. Inderdaad, de dichter die bekend werd met zijn magnus opus “Paradise Lost”. Ackroyd voert hem op als hoofdpersonage in een boek dat tegenwoordig in de categorie faction zou vallen: Milton is immers een bestaand persoon, en al even waar is dat hij als rijkssecretaris zijn leven niet meer zeker was nadat Cromwell’s puriteinse regime viel en de koning terugkeerde aan de macht. Maar in werkelijkheid vluchtte Milton hierna helemaal niet naar Amerika, maar leidde hij een teruggetrokken leven. Een leven waarin hij dus dat bekende dichtwerk afleverde.
Op zich dus een interessant gegeven, maar minder boeiend als je niet bekend met die tijd, het puriteinse gedachtegoed, noch het werk van Milton. Zo zal het boek vast en zeker doorspekt zijn met listige en vermakelijke verwijzingen naar Paradise Lost, maar die komen dan toch niet over. Om die reden heb ik, moet ik bekennen, dit boek niet uitgelezen. Voor fijnproevers is dit vast een goed boek, maar ik laat het dus even passeren…

The White Tiger | Aravind Adiga

04-2009 | De juichende kritieken die dit boek ontving, ook nog eens winnaar van de prestigieuze Man Booker Prize, logen er niet om. Daarom begon ik dit boek vol verwachting. Die komen echter maar deels uit. Het boek is feitelijk een lange, in zes of zeven avonden geschreven brief van hoofdpersoon Balram aan de Chinese premier Jiabao. Balram probeert de Chinees van zijn ‘entrepeneurship’ te overtuigen. Dit buitenissige begin gecombineerd met de melding dat Balram zijn eigen baas heeft vermoord, beloofd nog veel goeds, maar dan wordt het boek al snel wat saai. We lezen hoe Balram in armoe opgroeit in een dorp in het ‘donkere’ deel van India (‘The Darkness’), hoe hij zich opwerkt tot chauffeur en met zijn baas Ashok in Delhi terecht komt. Daar duurt het nog heel lang voor er gebeurt wat je al heel lang verwacht: Balram vermoordt Ashok en gaat er met zijn geld vandoor. Hier begint hij dan -met een nieuwe identiteit- zijn tweede leven in Bangalore als ‘entrepeneur’.
Adiga’s boek is een felle aanklacht tegen de scheiding tussen arm en rijk in India. De eigenzinnige Balram ziet uiteindelijk maar één manier om aan de armoe en de onderwerping te ontsnappen, ook als dat betekent dat de nabestaanden van Ashok de familie van Balram zullen vermorzelen. Hiermee is het boek zeker relevant, maar uiteindelijk blijkt het niet het sprankelende, uitbundige boek te zijn dat ik, ook op basis van de cover, had verwacht.

De gele hond | Martin Amis

01-2011 | Martin Amis heeft me eigenlijk maar met één boek kunnen bekoren, namelijk het uiterst inventieve ‘The arrow of time’, een achterwaarts verteld verhaal van een Nazi-misdadiger. Min of meer een literaire tegenhanger dus van de eveneens geweldige film ‘Memento’.
Helaas vond ik de andere boeken duidelijk minder. Nachthuis (zie recensies 2010) was matig en ook De gele hond kon me niet bekoren. Wat me tegenstond was Amis’ schrijfstijl, die chaotisch, satirisch en abstract is – bijna een beetje arrogant zelfs: alsof Amis vindt dat hij zich niet al te druk meer hoeft te maken over de verhaalopbouw, omdat wat hij schrijft toch wel geweldig is. Dat laatste is het, naar mijn idee, helaas niet. De karakters: een acteur wiens karakter na een ongeval omslaat, een roddeljournalist en zelfs de troonopvolger, blijven vlak en daarom nauwelijks interessant, zeker als niet-ingezetene van Engeland. De horkerige schrijfstijl maakt het lezen er niet gemakkelijker op. Dit heeft ervoor gezorgd dat ik dit boek nog niet eens halverwege weer weg heb gelegd. Vooralsnog geen Amis meer voor mij, ik ben er wel weer even klaar mee…

Nachthuis | Martin Amis

05-2010 | Martin Amis is een begenadigd schrijver, die bij mij hoge ogen gooide met zijn meesterlijke boek ‘The arrow of time’. Over dit boek ben ik echter wat minder lyrisch. Amis heeft op zich interessant materiaal: zijn boek gaat over twee Russische broers die elkaar bevechten om dezelfde vrouw, ook als ze beide in een kamp belanden in het barre Siberië.
Verwacht echter niet dat Amis een uitgebreid beeld schept van de ontberingen en de verschrikkingen van de Gulag archipel. Daarvoor schrijft hij veel te abstract. Hij laat heel veel aan de fantasie van de lezer over en in zijn schildering hanteert hij een woeste penseelstreek. Hiermee is het boek zeker niet makkelijk te lezen. Mooi en indringend wordt echter wel op veel plekken in het boek. Deze momenten worden echter afgewisseld met mindere, waardoor het boek mij een beetje met een dubbel gevoel achter liet. Aan de ene kant is soms de brille van Amis onontkoombaar, aan de andere kant levert het al met al geen echt geweldig boek op. Mensen die geïnteresseerd zijn in verhalen over het Rusland van Stalin kunnen daarom misschien beter eens iets van Solzjenitsyn lezen, of één van de boeken van de recente sensatie Tom Rob Smith.

Ik ben niet bang | Niccolo Ammaniti

10-2009 | Dit bijzondere boek gaat over hoe de negenjarige Michele tijdens het spelen bij een oud huis een in een gat opgesloten jongen vindt van zijn eigen leeftijd. Een bizar gegeven, maar het wordt steeds gekker als bijna iedereen in het piepkleine Italiaanse dorpje waar hij woont, daar iets mee te maken heeft.
Ammaniti werkt dit basisgegeven uit tot een boek waarin hij je perfect verplaatst in de denkwereld van een klein jochie. Omdat de verteller een volwassen Michele is, ontloopt Ammaniti de valkuil dat het verhaal te kinderlijk wordt. De broeierige sfeer in het loeihete dorpje wordt heel knap neergezet en Ammaniti ontvouwt gedoseerd hoe alles in elkaar steekt.
Dit leidt tot een spannend boek dat je vanaf de eerste bladzijdes in spanning houdt. Het einde was misschien wel wat abrupt en liet nog veel te raden over naar mijn idee, maar een prettige leeservaring was dit zeker. Buitengewone klasse!

Ik haal je op, ik neem je mee | Niccolò Ammaniti

12-2010 | Genadeloos. Zo zou je de boeken van Ammaniti misschien wel in één woord moeten omschrijven. Genadeloos om de wijze waarop Ammaniti zijn karakters geheel bloot legt: hun mooie kanten maar ook erg vaak hun lelijke kanten. En genadeloos om het noodlottige plot dat hij uitstippelt voor de hoofdpersonen.
Zo ook dit boek van Ammaniti, dat eigenlijk maar één echte hoofdpersoon heeft, het introverte jongetje Pietro Moroni. Hij is in het boek meteen eigenlijk het enige lichtende baken in een duistere omgeving vol onsympthieke, egoïstische, getroubleerde of ronduit verknipte mensen. Hierin lijkt het boek natuurlijk meteen al heel erg op ‘Zo God het wil’ en ‘Ik ben niet bang’, die tevens draaiden om een een onschuldig jongetje in een boze wereld.
Maar er zijn meer overeenkomsten, want ook in dit boek schetst Ammaniti een bizar plot dat uiteindelijk voor de meesten slecht afloopt. De tere ziel van de lezer wordt dus geenszins gespaard. Zelf leefde ik erg mee met Pietro, die moet leven in een vreselijk gezin, belaagd wordt door sadistische pestkoppen en door hun hopeloos in de problemen wordt gebracht. Het boek handelt hiernaast deels over de onverbeterlijke vrouwenjager Graziano Biglia, die even de liefde van zijn leven lijkt te vinden, maar dan toch alles door zijn impulsieve egoïsme alles door zijn handen laat glippen.
Hiermee is het boek zeker niet vrolijk. Door de messcherpe karakters en zeer bijzondere plot is het echter wel meer dan lezenswaardig! Een absolute aanrader!

Laat het feest beginnen! | Niccolò Ammaniti

01-2012 | Ik heb al diverse boeken van Ammaniti gelezen, maar dit is bij uitstek het meest bizarre. Waren boeken als ‘Ik ben niet vang’ en ‘Ik haal je op, ik neem je mee’ nog te beschouwen als soms indringende psychologische drama’s, dit boek valt toch gewoon het best te karakteriseren als klucht.
Het begint nog redelijk voorspelbaar. Ammaniti voert twee hoofdpersonen op, die schijnbaar niets met elkaar te maken hebben en dan laat hij de verhaallijnen steeds meer samenkomen. In dit geval zijn de hoofdpersonen Saverio Moneta, de leider van een kwijnende satanische sekte die door zijn vrouw en baas wordt gekleineerd en Fabrizio Ciba, een losbandige schrijver die volledig vast is gelopen in zijn derde boek.
Saverio staat onder grote druk om eindelijk eens iets neer te zetten met zijn sekte en komt met een plan om tijdens het feest van de bouwmagnaat Chiatti een zangeres te vermoorden. Ciba, intussen, staat op het punt gewipt te worden bij zijn uitgever, en besluit, in een radeloze stemming, ook naar dit feest te gaan.
En zo komt natuurlijk alles samen bij dit feest, op landgoed Ada in Rome, waar de gehele Italiaanse jetset aanwezig lijkt. Een uitgelezen kans voor Ammaniti om die heerlijk schmierend en hyperbolisch neer te zetten. Maar waar het verhaal uit de bocht vliegt, is wat er vervolgens gebeurt. Een drietal jachtpartijen op exotische dieren die in het landgoed uitgezet zijn, de krankzinnige wijze waarop alles in het honderd loopt en als klap op de vuurpijl… de monsterachtige wezens die opeens opduiken uit de catacomben en alles tot een apocalyptische climax brengen.
Tja, dit is zo’n boek waarvan je je heel goed kunt voorstellen dat de schrijver heel veel plezier heeft gehad in het schrijven ervan. Van de lezer echter wordt wel heel veel verwacht. Het is allemaal wel heel vergezocht en overdreven. En hiermee was dit misschien wel een leuk boek, maar toch lang niet zo indrukwekkend als de voornoemde andere boeken van Ammaniti.

Zo God het wil | Niccolo Ammaniti

12-2009 | Dit boek lijkt in veel opzichten op ‘Ik ben niet bang’, dat ik eerder van deze schrijver las. Ook in dit verhaal speelt een jonge jongen de hoofdrol in een wereld die wordt beheerst door het kwaad dat de volwassenen om hem heen aanrichten. In dit boek heeft de hoofdpersoon, Cristiano, te kampen met zijn gewelddadige en drankzuchtige vader Rino, een brute neonazi. Die leert hem alleen maar slechte dingen, bijvoorbeeld kopstoten geven en schieten op onschuldige beesten, en vergiftigt hem met de woede die hij koestert tegen de maatschappij.
Het boek raakt in een stroomversnelling als Rino en zijn vrienden, de gefrustreerde Danilo en de zwakzinnige ‘4 Kazen’, besluiten een pinautomaat te kraken. Al snel volgt de ene catastrofale verwikkeling de andere op en wordt ook de wanhopige Cristiano meegezogen in de krankzinnige draaikolk van rampen die hem dreigt te verzwelgen.
Net als in ‘Ik ben niet bang’ ontvouwt Ammaniti in dit boek een bizar plot, dat met name laat zien dat omstandigheden mensen tot slechte daden kunnen bewegen. Hij legt zijn karakters helemaal bloot, niet alleen die van de arme Cristiano, zijn vader en diens kompanen, maar bijvoorbeeld ook de welzijnswerker die zich om zijn lot bekommert, maar zelf ook weer zijn eigen sores heeft. De beweegredenen, twijfels en emoties van de karakters worden door Ammaniti allemaal beschreven. Voor de ‘internal monologues’ gebruikt hij veelvuldig het stijlmiddel van cursieven, hetgeen mij deed denken aan Stephen King.
Op deze wijze probeert Ammaniti je te laten begrijpen hoe de verschillende personen tot hun daden komen. Vooral de vreselijke beproefingen die Cristiano moet ondergaan zijn invoelbaar en het boek schrijnt daardoor des te meer als je tegen het einde van het boek merkt hoeveel woede en wantrouwen tegen de wereld zich hebben opgebouwd in hem. Het plotse en onaffe slot van het boek komt daarna nog harder aan, want het lot van Cristiano blijft in het ongewisse.
Hiermee is het boek zeker niet vrolijk van toon geworden. Maar spannend is het wel en ik kan me goed voorstellen dat ook dit boek snel verfilmd zal gaan worden. En zeker voor lezers die ervan houden diep door te dringen in de drijfveren van mensen, is dit boek een aanrader.

Het boek der illusies | Paul Auster

12-2011 | Met dit boek versterkt Paul Auster de status die hij bij mij heeft als één van mijn favoriete schrijvers! Auster is een schrijver met een enorme vertelkracht, die eerder teveel verhalen te vertellen lijkt te hebben, dan dat hij er ooit om verlegen zit. Dit blijkt ook uit zijn boeken, die vaak bestaan uit allerlei verhaaltjes in verhaaltjes, soms zover doorgevoerd dat het doet denken aan een Matroesjka-pop. Een ander centraal thema in Auster’s werk in de dunne scheidslijn tussen de ‘echte’ wereld en droomwerelden, niet voor niets heet dit boek natuurlijk ook ‘Het boek der illussies’.
Het verhaal draait om David Zimmer, wiens gezin is omgekomen bij een vliegramp. Hij vindt troost bij het schrijven van een boek over Hector Mann, één van de laatste grote acteurs in het tijdperk van de Stille Film. Deze Mann is na een briljante maar ultra-korte carrière van de een op de andere dag spoorloos verdwenen uit Hollywood. Maar als Zimmer zijn boek heeft uitgebracht wordt hij, zestig jaar na data geschreven, met de vraag of hij Hector Mann wil ontmoeten. Dat gebeurt uiteindelijk ook en David krijgt nog de kans de oude man één keer te spreken voor die sterft…
Auster speelt een listig spel met de verschillende verhalen in zijn boek. Waar Zimmer na de dood van zijn gezin ook eigenlijk dood wilde, brengt Mann hem terug in het leven. Mann zelf echter ontzegt zich datzelfde leven door schuldgevoel over een noodlottige moord die hem uit Hollywood verdreef. Ook de films van Mann, die soms uitgebreid beschreven worden, verhouden zich allemaal op de een of andere manier tot elkaar. Hiermee is het boek een heel bijzondere stijloefening geworden. Een boek dus dat, met de enorme verbeeldingskracht van Auster, zéér de moeite waard is.

Invisible | Paul Auster

03-2011 | De schrijver Paul Auster kende ik niet, maar dit boek scheen na een paar flops weer een toppertje van hem te zijn. Vol vertrouwen begon ik dus te lezen. Aanvankelijk maakt het boek de verwachtingen ook wel waar: het begint als een broeierige ‘coming of age’ novel over de jonge talentvolle student Adam die in de ban raakt van een Frans stelletje dat hij ontmoet op een feestje. Met de vrouw, Margot, krijgt Adam een (sappig beschreven) seksuele relatie en de mysterieuze en onheilspellende Rudolf Born lijkt zich tot Adam te verhouden als Mefisto tot Faust. Een veelbelovend begin dus, dat echter niet echt wordt ingelost. Het enige onheil dat gebeurt is dat Born nogal onorthodox een overvaller overmeestert en doodt, maar veel verder dan dat komt het niet.
Auster’s vertelstijl intussen is wel bijzonder: het boek is verdeeld in drie seizoenen (Spring, Summer en Fall) en is respectievelijk in de ik-, jij- en hij-vorm opgetekend, waardoor je steeds verder af komt te staan van onze Adam. Een vervreemdend effect in een dito boek. Want wat er allemaal verder nog beschreven wordt (Adam’s bizarre incestueuze relatie met zijn zus, Adam’s reis naar Frankrijk en een halfslachtige wraakpoging op Born en ten slotte de dagboekaantekeningen van Rudolph’s (stief-)dochter Cécile, die hem bezoekt op zijn afgelegen eiland in de Cariben) lijkt weinig samenhangend.
Een raar boek dus, dat me onbevredigd achter liet. Ongetwijfeld bezit Auster vertelkunst, maar het verhaal was naar mijn idee te buitenissig om het goed te kunnen vinden. Maar ach, het kan ook best zijn dat ik iets over het hoofd heb gezien, misschien wel de ‘onzichtbare’ aanwijzing, waar de titel naar zou kunnen verwijzen?!?

Man in the dark | Paul Auster

08-2011 | Hoofdpersoon van dit boek is de bejaarde en gehandicapte August Brill, die in één huis woont met zijn dochter en kleindochter en lijdt aan slapeloosheid. Hij komt de doorwaakte nachten door met het bedenken van verhalen. Zoals die over Owen Brick, die bij kennis komt in een wereld die hij niet kent, een wereld waarin Amerika niet in oorlog is met Irak, maar met zichzelf. In een bizar plot dat misschien alleen Auster kan verzinnen, krijgt Brick de opdracht degene te vermoorden die deze hele toestand veroorzaakt heeft, alleen door deze te bedenken, namelijk August Brill zelf. En zo wordt hij teruggezonden naar onze parallelle werkelijkheid om hem te vermoorden.
Je zou op dit punt in het verhaal denken dat het boek zal leiden tot een climax waarin Brill en Brick tot een confrontatie komen. Echter, niet bij Auster, want op tweederde van het boek wordt het verhaal van Brick bruut beëindigd en focust het zich op Brill zelf. We lezen over hoe hij zijn gestorven vrouw mist en komen ook meer te weten over de al even ongelukkige liefdeslevens van zijn dochter en kleindochter Katya. August praat erover met de al eveneens slapeloze Katya. Deze vraagt op een gegeven moment veelbetekenend: ‘Why is life so miserable, grandpa?’. En de laatste pagina’s van het boek worden besteed om deze vraag uit te leggen, als Auster vertelt hoe Katya’s vriend Titus in Irak op een verschrikkelijke wijze zijn einde heeft gevonden. Een naargeestig einde van een niet al te vrolijk stemmend maar wel aangrijpend boek.
Mede op basis van ‘Invisible’, het boek dat ik eerder las, kun je concluderen dat Auster niet de schrijver is van boeken met mooie eenduidige en ronde plots. Hiermee zal Auster misschien niet iedereen aanspreken. Ik vond echter dit boek zonder meer de moeite waard.

Oefeningen in waarheid | Paul Auster

05-2012 | Dit boekje is een aardig tussendoortje van de door mij zeer bewonderde schrijver Paul Auster waarin hij vertelt over de rol van het toeval in zijn leven en zijn directe omgeving. In tal van soms korte anekdotes vertelt hij over merkwaardige voorvallen, waarin nogal onwaarschijnlijke toevalligheden plaatsvinden. Auster laat zien hoe volstrekt onwaarschijnlijke gebeurtenissen onze levens verregaand kunnen beïnvloeden en lijkt ook te willen aantonen dat er ook sprake is van een soort noodzakelijkheid: in een soort ‘poetic justice’ of noodlot moèsten we wel gebeuren.
Met al die korte anekdotes over gekke voorvallen die hem, zijn vrienden, of vrienden van vrienden zijn overkomen, wil Auster ook laten zien wat voor een belangrijke rol deze spelen voor zijn werk als schrijver. Ze geven hem de inspiratie die hij nodig heeft. Sterker nog, Auster vertelt hoe uit een dergelijk absurd voorval (hij wordt meermalen thuis opgebeld door iemand die denkt detectivebureau Pinkerton gebeld te hebben) het idee ontstond voor zijn meesterlijke boek City of Glass. Een prachtig inkijkje in Auster’s keuken in een verder alleraardigst boekje!

Sunset Park | Paul Auster

01-2013 | Bij boeken van Paul Auster hoef je doorgaans zeker geen ‘gewone’ leeservaring te verwachten: zijn verhalen zijn over het algemeen zeer verrassend en staan vaak vol van de dubbele betekenislagen en zijn plots zijn altijd op het minst heel bijzonder. Ook de onscherpe scheiding tussen de werkelijkheid en alles daar buiten alsmede de vele subplotjes en mini-verhaaltjes in het verhaal, zijn constanten in zijn werk.
Dit wetende van Auster, is diens laatste worp voor zijn doen wat ‘gewoontjes’. Niet dat het geen herkenbare Auster is natuurlijk, daarvoor is diens schrijfstijl te kenmerkend, maar wel is het verhaal wat conventioneler en eenduidiger dan normaal, aangezien het zich beperkt tot het verhaal van Miles Heller en de mensen direct om hem heen.
Eind-twintiger Miles reist al zeven jaar het land door, bezwaard als hij is over de toedracht van de dood van zijn halfbroer, waar hij al dan niet schuldig aan is. Als hij dan terugkeert naar zijn geboorteplaats New York is het tijd een streep onder het verleden te zetten. Hij weet een kamer te krijgen in het kraakpand van Bing, Alice en Ellen, die allemaal zo hun eigen moeilijkheden hebben. Stuk voor stuk krijgen de zoekende jongvolwassenen het woord van Auster, die hun ‘hopes and fears’ messcherp onder woorden brengt. Maar hij beperkt zich niet tot de bewoners van ‘Sunset Park’, ook de beide ouders van Miles komen aan het woord.
Al met al is dit boek een prachtig gecomponeerde psychologische roman. Bijzonder is verder het volledig ontbreken van dialoog. De gesprekken die Auster aan de orde laat komen, vat hij kernachtig samen. Dit werkt verbazend goed. Verder kan Auster het laten enkele op het eerste oog niet zo relevante details te bespreken, zoals de film ‘The best days of our lives’ waarover Alice een dissertatie schrijft en gekke honkbalanekdotes.
Concluderend is ‘Sunset Park’ gewoon weer een uitstekende Auster, alhoewel misschien niet zo spectaculair als gebruikelijk.

The New York Trilogy, deel 1 | Paul Auster

12-2011 | Deel 1 van ‘The New York Trilogy’ betreft het boek ‘City of Glass’. Het is, zoals we van Auster gewend zijn, weer een zeer bijzonder boek. Aan de ene kant blijft Auster heel dicht bij zichzelf, omdat het boek speelt in zijn woonplaats New York, handelt over een schrijver, en zelfs Paul Auster ‘zelf’ er een rol in speelt. Aan de andere kant is het juist heel buitenissig, omdat in het boek een duizelingwekkend spel wordt gespeeld met identiteiten en realiteiten.
Het verhaal gaat over de detectiveboeken-schrijver Daniel Quinn, die door een misverstand in wordt gehuurd door ene Peter Stillman, die bang is te worden vermoord door zijn vader met dezelfde naam. Deze vader heeft zijn zoon als kind jarenlang opgesloten in een godsdienstwaanzinnige dwaling dat zijn zoon dan de taal van de goden zou gaan spreken. Hij is vrij gelaten uit de gevangenis en op weg naar New York. Quinn wacht hem op op Grand Central en begint de man dagenlang te volgen, om vervolgens zelf steeds meer af te glijden in de waanzin.
In het boek is het steeds de vraag wie wie is. Zo vindt Quinn zichzelf eigenlijk een schim, net als het pseudoniem waaronder hij publiceert. De enige echte is Max Work de detective in zijn romans. Van Peter Stillman zijn er zelfs twee, ook van de oude, merkt Quinn als hij hem op het station opwacht. Paul Auster is weer eerst detective, dan schrijver, maar is het dezelfde als de schrijver van dit boek? Het wordt nog verwarrender als de verteller van het boek weer iemand anders is…
Ook speelt Auster een spelletje rond het boek Don Quichote (D.Q., dezelfde initialen als onze protagonist). De schrijver Cervantes putte zich namelijk uit in verklaringen dat hij het verhaal niet zelf bedacht had, maar gevonden heeft. Hetzelfde doet Auster eigenlijk ook weer, als de verteller verklaart het verhaal te hebben geschreven met behulp van de aantekeningen van Quinn.
Concluderend: een fascinerend en ingenieus boek. De volgende twee delen ga ik ook zeker nog lezen!

The New York Trilogy, deel 2 en 3 | Paul Auster

03-2012 | Dat Paul Auster een bijzondere schrijver wist ik al. Al eerder had ik het eerste deel van deze trilogie gelezen, City of Glass, en nu heb ik ook de andere twee delen heb gelezen, moet ik opnieuw bevestigen. Wat een bijzonder en duizelingwekkend kunstwerkje is dit weer! Want Auster varieert in deel 2 en 3 meesterlijk door op het bekende ‘detective’-themaatje uit deel 1.

Deel 2 ‘Ghosts’ gaat ook al over een detective, nu met de naam Blue, die van ene White de opdracht krijgt een zekere Black te schaduwen. De naamkeuze sluit aan bij het schematische, abstracte en surrealistische karakter van het verhaal, want opnieuw speelt Auster spelletjes, bijvoorbeeld als steeds meer de vraag op komt wie er nu eigenlijk wie nu in de gaten houdt? En net als in deel 1 met Quinn gebeurde, glijdt Blue langzaaam weg in de waanzin, tot alles samen komt in een bijzondere ontknoping.

Deel 3 ‘The Locked Room’ biedt weer een ander zeer origineel plot. De hoofdpersoon, een vrij onbeduidende journalist, wordt in het leven van zijn voormalige jeugvriend Fanshawe gezogen als die plotseling verdwijnt. Deze laat niet alleen een briljant oeuvre nog onbekende boeken na, maar ook een prachtige vrouw en baby. Even lijkt de hoofdpersoon Fanshawe’s plaats over te nemen, als hij zijn boeken met veel succes laat uitgeven en een relatie krijgt met diens vrouw, maar hij wordt toch verteerd door de vraag waar Fanshawe is gebleven. Bij zijn zoektocht naar zijn oude jeugdvriend, die in een zelfgekozen isolement verkeert, zakt hij steeds dieper weg in het moeras.

En zo lijken alle drie de verhalen nauw met elkaar verbonden door de thematiek. In elk verhaal zit de verwarring besloten over wat iemands identiteit nu is en ook raken alle hoofdpersonen het contact met de realiteit kwijt in een zoektocht naar een ander (en hiermee ook zichzelf?). En natuurlijk zit ook elk verhaal vol kleine andere verhaaltjes,’paaseiereren’ zogezegd. Auster weeft zo al met al een nauw web van betekenislagen en heeft zo een boekenreeks gecreërd die je echt aan het denken zet. En als je dan ook nog bedenkt dat hij je intussen trakteert met prachtige zinnen, ideeën en observaties, dan kun je toch wel spreken van een erg goed boek van een briljante schrijver. Lezen!

De zee | John Banville

07-2008 | Zeker niet makkelijk te verteren, dit boek van John Banville. Het is een droevig, zwaarmoedig verhaal over hoe Max Morden, na de tragische dood van zijn vrouw, terug keert naar de badplaats waar hij als kind vaak kwam. Hij neemt zelfs zijn intrek in “De Ceders”, het huis waar tijdens zijn jeugd ooit de familie Grace logeerde. Die bewuste zomer leert hij de Graces intiem kennen en gebeuren er dingen die hem de rest van zijn leven zullen bij blijven.
Een belangrijke reden waarom het boek moeilijk leesbaar is, is door de lange en zeer gedetailleerde beschrijvingen die Banville op je afvuurt en het vrijwel geheel ontbreken van dialogen. Toch straalt de klasse en vertelkracht van het boek af. Banville kan ongelooflijk knap schrijven, vaak met een zeer inventieve woorkeuze en volstrekt originele maar zeer beeldende metaforen. Soms is het zelfs grappig, zoals de beschrijving van ene juffrouw Knot: “Ik trof haar om twaalf uur aan in de salon waar ze haast hulpeloos en lichtjes hijgend achterover hing in een rieten fauteuil, die haar nauwelijks kon bevatten. […] Toen ze wankelend opstond slaakte de rieten stoel een kreet van getormenteerde opluchting. Ze is echt onvoorstelbaar volumineus. Als die gesp het begaf en de ceintuur losschoot, dacht ik, zou haar romp in een perfecte bolvorm floepen, met haar kersenput in het midden als een grote kers op een taart.”

Before she met me | Julian Barnes

06-2012 | Dit debuut van de Britse schrijver Julian Barnes gaat, kortgezegd, over ziekelijke afgunst. Hoofdpersoon is Graham, een universitair docent, die -na een eerder gestrand huwelijk- nu is getrouwd met Ann. Deze Ann heeft vroeger in wat films gespeeld en als Graham er een aantal van kijkt, begint hij zich steeds meer af te vragen welke mannen zij eigenlijk allemaal vroeger heeft gehad. De broeierige fantasieën over wat Ann allemaal voor hun huwelijk uitgespookt heeft, beginnen hem steeds meer te verteren. Daarbij helpt niet mee dat zijn goede vriend Jack, een losbandige schrijver, hem niet echt voorziet van goed advies en bovendien ook zelf al eerder wel of niet iets met Ann heeft gehad. Natuurlijk loopt de situatie vanaf hier steeds meer uit de hand, tot een dramatische ontknoping.
Barnes is overduidelijk een vaardige verteller. Hij weet je kundig mee te nemen in de hersenspinsels van Graham en houdt het boek licht door de vele humoristische passages. Ik vond echter het onderwerp eigenlijk onvoldoende interessant om bij mij de aandacht vast te houden. Daarom geef ik dit boek hoogstens een zesje…

Flaubert’s Papegaai | Julian Barnes

07-2012 | In dit veelgeprezen boek van Barnes maakt een Engelse gepensioneerde arts, ene Geoffrey Galbraithe, een reis door Noord-Frankrijk, langs plekken die van belang waren voor de door hem zeer geadoreerde schrijver Gustave Flaubert. Wat volgt is een curieus boek dat heen en weer schiet tussen allerlei genres: allereerst natuurlijk literatuur-geschiedenis, want ja: we duiken diep in leven en werk van genoemde schrijver, maar ook een kritiek òp literatuurgeschiedenis. En dan is het ook nog ergens soms een komische ‘road’-novel en zelfs een psychologisch drama. Over dat eerste: het lijkt moeilijk te geloven, maar vaak genoeg komt Barnes toch gewoon erg humoristisch uit de hoek. En wat betreft de raakvlakken met het psychologische genre: eigenlijk gebruikt Galbraithe Flaubert natuurlijk als verdedigingslinie, om zich er toch vooral voor te beschermen over zichzelf en zijn tragisch gestorven vrouw te moeten gaan vertellen.
Al met al is dit dus een zeer buitenissig, soms moeilijk en bijna onvolgbaar, maar wel erg goed boek. Voor wie dus iets wil lezen voorbij het niveau ‘page-turner’, zeg maar ‘hoge literatuur’ -als zoiets heus bestaat- zeker een aanrader.

De geur van sterfelijkheid | Simon Beckett

08-2009 | De hoofdpersoon van het boek is David Hunter, een forensisch antropoloog, die echter sinds de dood van zijn vrouw en dochter al drie jaar teruggetrokken als huisarts in het kleine dorpje Manham woont. Maar ook hier kan hij niet aan het leven ontsnappen, want als er het vreselijk verminkte lijk van een vrouw wordt gevonden, wordt David tegen zijn wil toch betrokken bij de zaak. Als er nog een vrouw verdwijnt en een paar dagen laat wederom zwaar verminkt wordt aangetroffen, bestaat er geen twijfel meer dat er een seriemoordenaar aan de gang is. En voor David wordt de zoektocht opeens nog veel persoonlijker als Jenny, zijn eerste vriendin na de dood van zijn vrouw, de volgende in de rij is die verdwijnt.
Beckett heeft met dit boek een heel aardige thriller geschreven. De benauwende sfeer in het dorp, waar iedereen elkaar door de moordpartij die onder hen plaats vindt begint te wantrouwen, weet hij goed te kenschetsen. Ook de kijkjes over de schouder van het werk van de forensische antropologie zijn fascinerend en goed geschreven. En de ontknoping ten slotte, waarin eindelijk duidelijk wordt wie er achter de brute moordpartijen zit, is goed bedacht en verrassend (wie in het dorp zou het nu zijn, wie o wie?). Tegelijkertijd is er wel wat aan te merken op het boek. Zo zie je de aanstaande ontvoering van Jenny al van mijlenver aankomen en ook met de interne logica zit het soms niet helemaal goed. Maar al met al was dit toch, alhoewel niet heel bijzonder, een prima thriller.

Er was eens een God | Bas, Jan sr. en Jan jr. Blokker

09-2010 | In dit boek hervertellen en interpreteren Jan Blokker (de recent overleden NRC-Next columnist) en diens twee zoons de Bijbel. Ze benaderen het bekendste boek ter wereld niet zozeer vanuit theologische hoek, maar hebben voorals als doel om als ‘ongelovigen’ zonder persoonlijke bijbedoelingen, te vertellen over de kracht van de bijbelverhalen.
En hierin slagen ze goed. De Blokkers vertellen bloemrijk over de verschillende bijbelboeken, beginnend bij Genesis, en vullen dit aan met enkele persoonlijke interpretaties of historische duidingen. Hiermee is het zeker boeiend voor iedereen die enige interesse heeft voor de Bijbel en religie.
Wat na lezing uit het boek duidelijk blijkt is onder meer de scherpe tegenstelling tot de ‘Joodse’ god uit het Oude Testament (veeleisend, jaloers, wrokkig) en de ‘Christelijke’ versie uit het Nieuwe (de barmhartige en milde ‘Vader’ voor alle mensen). Ook is het Oude Testament eigenlijk veel interessanter dan het Nieuwe: waar het Oude fascinerende en rijkgeschakeerde verhalen bevat over Abraham, de vorming van het Joodse volk, Noach, Mozes, de uittocht uit Egypte, de vele oorlogen en onderlinge twisten en de Baylonische ballingsschap, is het Nieuwe veel eenduidiger: het bevat slechts 4 versies (‘Evangelies’) van in wezen hetzelfde verhaal, namelijk de opkomst en -vooral- ondergang van Jezus, een boek over de jaren hierna (‘Handelingen’) en een stapel brieven van Christus’ belangrijkste profeet Paulus. Oh ja, en natuurlijk het uiterst cryptische en apocalyptische Openbaringen, dat door Dawkins al heel raak werd gekenschetst als ‘Johannes aan de LSD’.
De conclusie is duidelijk. De Blokkers hebben een mateloos interessant onderwerp gekozen en vertellen hier mooi over. Geillustreerd met de prachtige platen van H.J. Isings levert het een zeer lezenswaardig boek op.

De Aleph en andere verhalen | Jorge Luis Borges

05-2012 | Borges wordt door vele schrijvers, zoals Mario Vargas Llosa en Gabriel Garcia Marquez geroemd als grote voorbeeld. Alhoewel deze Zuidamerikaanse schrijver vooral bekend is door zijn poëzie, heeft hij ook proza geschreven. Deze bundel bevat schijnbaar een groot deel van zijn korte verhalen.
Als ik zeg dat me met moeite door dit bepaald dikke boek heb gewerkt, geeft dit natuurlijk al wel een beetje aan wat ik ervan vindt. Het is namelijk nogal zware kost. Borges lijkt in zijn korte verhalen eigenlijk nauwelijks moeite te doen je als lezer te behagen en mee te slepen in zijn plots, maar lijkt vooral zijn grote kennis van het werk van de grote mondiale schrijvers, filosofen en klassieke denkers tentoon te spreiden. Dat zorgt ervoor dat veel van zijn verhalen niet eens meer zozeer op korte verhalen lijken, maar eerder op doorwrochte literatuurkundige wetenschappelijke beschouwingen.
Dit leidde, helaas, tot een toch niet al te prettige leeservaring, als je weer eens merkt dat je weer eens verzandt in wel erg ingewikkelde filosofische bespiegelingen van Borges. Wat me toch deed doorlezen is dat Borges wel een enorme ideeënrijkdom tentoonspreidt en me enkele malen positief verraste met volstrekt originele plots.
Daarom dus een beetje een dubbel gevoel. Minpunt was de vaak toch wel erg zware materie waarmee Borges je belast, pluspunt waren zijn soms prikkelende ideeën en gedachtenexperimenten. Voor fijnproevers valt er dus zeker wat moois te ontdekken, maar als ongeoefende lezer moet je hier in ieder geval zeker niet aan beginnen.

De Ingewijden | T.C. Boyle

12-2007 | Het verhaal gaat over John Milk, die als student in het slaperige universiteitsstadje Bloomington in Indiana (V.S.) onder de invloed raakt van professor Kinsey. Deze bioloog (die zich voorheen bezighield met een uitgebreid onderzoek naar galwespen) heeft zich gericht op het onderzoek naar de menselijke seksualiteit.
In het meeslepende verhaal lezen we hoe John Milk steeds meer in de ban raakt van de fascinerende professor Kinsey (die hij Prok noemt). Hij wordt zijn eerste medewerker en is hiermee eigenlijk de eerste die toetreedt tot wat de groep van “ingewijden” zal worden; de kleine groep vertrouwelingen die meewerken aan het onderzoek en van wie Prok een volledig vrije seksuele moraal verlangt.
En zo lezen we hoe Milk Prok in alles probeert te volgen, hoe ver de seksuele experimenten en manipulaties soms ook gaan, maar intussen zichzelf lijkt te vervreemden van zijn eigen vrouw, Iris. En dat leidt uiteindelijk tot moeilijke keuzes.
Boyle weet hoe hij een verhaal moet vertellen. Hij dompelt je onder in het verhaal en in de personages. De show steelt toch Kinsey, die Boyle neerzet als een indrukwekkende verschijning en een energieke wervelwind die ieders aandacht opeist.
Conclusie: een zeer goed boek en absoluut een aanrader!

De scheepsjongen | John Boyne

11-2012 | Het genre van romans over (grotendeels) waargebeurde verhalen, ‘faction’, heb ik altijd interessant gevonden. Klinkend voorbeeld vind ik nog altijd het boek ‘The Crook Factory’ van Dan Simmons, dat gaat om een spionagecomplot rondom Hemingway in het Cuba van tijdens WOII. De plot lijkt te spectaculair om waar te zijn, maar is dat volgens Simmons toch, tenminste, voor 99%! Alleen de protagonist van het verhaal, ene Joe Lucas, heeft nooit echt bestaan.
Precies zo’n soort boek is deze worp van Boyne, vooral bekend van ‘The boy in the striped pyjamas’. Het handelt namelijk over de (waargebeurde) muiterij op de Bounty en ook hier is het belangrijkste verzonnen element de hoofdpersoon vanuit wie het verhaal wordt verteld, de scheeps- c.q. kajuitjongen John Jacob Turnstile.
Boyne weet meeslepend te vertellen en hij sleurt je mee het nogal Dickensiaanse plot in: wees en straatboefje Turnstile wordt door een barmhartige heer van het gevang gered en een baantje op de Bounty bezorgd. En zo maakt Turnstile als absoluut groentje al snel kennis met het soms keiharde zeemansleven.
Boyne vertelt het allemaal smakelijk en heeft ook nog eens een erg aanstekelijke hoofdpersoon gekozen: een voorlijke jongen met een soepel verstand en ‘the gift of word’, sympathiek ook nog eens, die met zijn licht-anarchistische inslag een mooie tegenhanger vormt voor de in beton gegoten hierarchie op het schip. Als kajuitjongen staat hij ook nog eens heel dicht bij de echte hoofdpersonen van dit verhaal: kapitein William Bligh en luitenant (en aankomend hoofdmuiter) Fletcher Christian.
Tegen het einde toe vond ik het boek echter wel minder worden. De feitelijke muiterij verloopt opmerkelijk tam en het relaas over hoe de afgezette kapitein en zijn getrouwen zes weken lang in een sloep op zee ronddobberen, is niet echt spannend, omdat je al weet hoe het afloopt. En het verhaal sluit ook nogal Dickensiaans af, als Boyne ook nog even snel afraffelt hoe Turnstile, terug in Engeland, korte metten maakt met zijn voormalige baas in het onfrisse ‘jongenshuis’ waar hij opgroeide en we lezen hoe Turnstile zich uiteindelijk zelf, tientallen jaren later, zal opwerken als kapitein. Eind goed al goed, zullen we maar zeggen…
Maar was vooral jammer is, is dat Boyne in enkele zaken niet helemaal consequent of zelfs slordig lijkt te zijn. Zo komen bepaalde karakters niet goed uit de verf, zoals dat van luitenant Fryer. En is Turnstile nou een van de beste zakkenrollers uit het jongenshuis, of is hij dat, omdat hij altijd op de weinig lucratieve boekenmarkt rondhangt, nu juist niet? En, een laatste voorbeeld: is meneer Samuel nu één van de muiters of niet, want daarin is het verhaal ronduit tegenstrijdig. Met name dat laatste lijkt een storende fout die de kracht van de vertelling wel een beetje onderuit haalt.
Al met al kun je dus praten van een op zich erg vermakelijk en meeslepend boek, dat echter toch wel gebukt gaat onder wat slordige inconsequenties en sommige matig uitgewerkte personages.

Pontus | Job Breemer ter Stege

12-2012 | De reden dat ik dit boek gelezen heb, is dat ik er via TenPages (met 10 aandelen) mede-aandeelhouder van ben. En omdat Job Breemer ter Stege er in slaagde maar liefst 2000 aandelen te verkopen, heeft hij een uitgever gevonden om zijn boek daadwerkelijk uit te geven.
En dan dringt de vraag zich natuurlijk op: was het het waard? Na lezing van het boek heb ik daar wel wat twijfel over, want, om heel eerlijk te zijn: met dit boek heeft Job Breemer zich niet echt gemanifesteerd als de nieuwe Nederlandse literaire sensatie. Daarvoor, helaas, is het boek veel te matig.
Niet dat het boek een totale mislukking is. Er zitten best aardige elementen in. Job Breemer vertelt zijn verhaal in een snelle stijl, met veel Kluun-achtige ultrakorte hoofdstukjes, waardoor het makkelijk weg leest. Ook weet hij soepel te switchen tussen verschillende verteltijden. Wat ik verder aardig vond is dat in de dialogen van de hoofdpersoon Pontus (het verhaal is in een ik-perspectief geschreven) consequent niet alleen wordt vermeld wat Pontus zegt, maar ook wat hij denkt. Dat werkt best goed.
Maar deze goede punten maken de zwakke niet bepaald goed. De schrijfstijl is vaak niet veel beter dan wat een slordige student die een dagboek bij zou houden op papier zou kwakken. Verder formuleert hij vaak wat ongelukkig, waarbij ik mezelf steeds erop betrapte dat ik nadacht over hoe hij iets adequater, in een betere bewoording, zou kunnen zeggen. En het plotje, ten slotte, is niet heel bijzonder. Een jonge, zoekende student, rouwt om zijn gestorven vader, daarmee heb ik het wel zo’n beetje verteld.
Nee, al met al was dit dus geen erg goed boek. Maar wie weet was dit boek ook voor Job Breemer niet meer dan een eerste opstapje voor een heuse literaire carrière. We zullen zien!

Het Bernini Mysterie | Dan Brown

08-2007 | Natuurlijk moest ook ik me nog eens wagen aan deze overbekende bestseller van Dan Brown. Met de Da Vinci Code had ik me al prima vermaakt, maar dit boek is eigenlijk beter. De plot is door Brown zeer ingenieus opgezet en ondanks dat ik voorbereid had moeten zijn, werd ik toch enkele keren op het verkeerde been gezet door de verrassende wendingen. Hiernaast heeft het boek, waarin de Illuminati een aanval doen op het Vaticaan, dezelfde vaart als de Da Vinci Code, waardoor je toch weer geneigd bent het boek in één keer uit te lezen. Wat dan ook gebeurd is.
Conclusie: Ik kan dit boek dus alleen maar aanraden!

De geheimen van de Da Vinci Code | Dan Burstein

06-2011 | Dit boek is een redelijk losse verzameling van (populair-)wetenschappelijke stukken die geschreven zijn over de internationale bestseller ‘De Da Vinci Code’ van Dan Brown. Dat is op zich een prima beginpunt, want de theorieën die Brown in dit boek naar voren laat komen, zijn ronduit fascinerend. Gelukkig is dit boek ook niet een snel in elkaar gedraaid broddelwerkje van een uitgever die op de successen van Brown wil meeliften. Daarvoor staan er teveel echt interessante en diepgravende stukken in.
Na lezing is mij duidelijk dat Brown in diens boek een bijzondere mix heeft opgenomen van bijna-waarheden (zoals enkele zaken die over Opus Dei worden gezegd), plausible theorieën (zoals dat de Kerk stelselmatig de rol van vrouwen als Maria Magdalena probeert weg te schrijven), voer voor fantasten (zoals dat Maria Magdalena kinderen van Jezus kreeg en de Merovingische dynastie in Frankrijk stichtte) en absolute bull-crap (zoals de Priorij van Sion, waarvan is bewezen dat dit een staaltje boeren-bedrog van een 20e eeuwse Fransman is).
Conclusie: een hoogst interessant en informatief boek! Voor mensen die De Da Vinci Code gelezen hebben is het zeker de moeite waard!

De logica van het moorden | Aifric Campbell

01-2012 | Dit boek heeft destijds nogal lovende kritieken gekregen (onder meer van Pieter Steinz), dus daarom waagde ik me er ook maar eens aan. Het boek kon me echter toch beduidend minder bekoren.
Dat ligt opeens nog niet eens aan het verhaal. De hoofdpersoon Jay Hamilton is psycho-analyticus en psychiater. In plaats van zijn patiënten te willen helpen, zuigt hij ze echter als een vampier leeg en gebruikt hun verhalen in de succesvolle romans die hij onder een pseudoniem schrijft. Dat er hier en daar een patiënt door zijn schuld van het padje raakt, vind hij ook nog niet eens erg.
Maar dit is nog niet eens waar het verhaal om draait: dat gaat erom dat Hamilton, door een interview dat een journaliste met hem afneemt, gedwongen wordt weer terug te denken aan hoe dertig jaar eerder zijn broer, een briljant taaldeskundige en wiskundige, vermoord werd. Jay was de eerste die hem vond na zijn dood.
Campbell bewijst zich met het boek zonder meer een zeer intelligent schrijfster te zijn. Het verhaal zit goed in elkaar en zit vol met interessante denkbeelden en scenes. Waarom het boek toch niet helemaal geslaagd is, is omdat er zo weinig gebeurt. We lezen over Jay, die maar blijft terugdenken aan zijn broer of eerdere sessies met patiënten en nergens enige handeling van betekenis verricht. Het verhaal heeft daarom totaal niet de dwingende vaart die een echt goede thriller kenmerkt. Daarom geef ik dit boek hoogstens 3 uit 5 sterren.

Lelystad | Joris van Casteren

02-2011 | Dit boek vertelt vanuit de ogen van de schrijver het verhaal van Lelystad, de volledig bedachte stad die vanaf de jaren zestig uit het niets oprees midden in de Flevopolder. De materie is natuurlijk zeer boeiend, zeker voor mij als planoloog. Hoe kan het toch dat een stad die geheel is ontworpen en waar niets aan het toeval is overgelaten, toch zo faliekant is mislukt? En hoe kan het zijn dat juist de stad waar álles mogelijk was en de stedenbouwers hun verbeelding ten volle konden gebruiken, zo’n geestdodend oord is geworden van lineaalrechte dreven en zeeën inspiratieloze rijtjeshuizen?
Interessante kost dus, maar Van Casteren’s schrijstijl vond ik aanvankelijk wel wat moeilijk te pruimen. Die is kaal en gortdroog, heel observerend en altijd met een licht ironische ondertoon. Alle schijnbaar willekeurige triviale details die hij oplepelt, brengt hij als algemeenheden, wat een heel vreemd effect heeft. Ook is zijn boek een raar soort tussenvorm tussen een ‘coming of age’-novel (vol met beschrijvingen van jeugdvriendjes en kattenkwaad dat hij als kind uithaalt) en een journalistieke studie (met beschrijvingen over Cornelis Lely, de inpoldering van de Zuiderzee en het aanvankelijke dictatoriale bewind van de Rijksdienst bijvoorbeeld).
Toch blijft het boek boeien, niet alleen ondat het onderwerp boeiend is, maar ook omdat Van Casteren’s schrijfstijl uiteindelijk toch effectief blijkt. Het laatste deel, waarin de volwassen schrijver teruggaat naar Lelystad om er herinneringen op te halen werkt juist zo goed omdat hij weer kort allerlei dingen terughaalt waar je eerder ook al over had gelezen. Zo weet hij Lelystad tot leven te brengen, iets wat de stedenbouwkundigen die de stad ontworpen hebben niet gelukt is.

De geheimen van Pittsburgh | Michael Chabon

01-2011 | Natuurlijk moest ik ook nog dit debuut lezen van de zeer door mij bewonderde schrijver Chabon. De hoofdpersoon van het boek, Art, is een jonge joodse student in Pittsburg en aangezien Chabon hier ook gestudeerd heeft zal het verhaal ongetwijfeld veel autobiografische elementen in zich hebben. Dit is wat mij betreft bepaald geen pre, als je kijkt hoeveel autobiografische ‘drivel’ er op de markt is (zoals dat boek van Jan Siebelink dat ik laatst las).
Het verhaal van dit boek draait erom hoe de met zijn seksuele identiteit worstelende Art verscheurd raakt tussen zijn liefde voor het meisje Flox en de jongen Arthur. De relatie met zijn strenge vader, een maffia-baas, is al even problematisch, zeker als zijn stoere biker-vriend Cleveland ook het criminele pad op gaat en in diens vaarwater komt.
Het boek is zeker onderhoudend en goed geschreven, maar van alle boeken is dit toch echt Chabon’s minste. Zeg maar een soort Pablo Honey dus, het debuutalbum van Radiohead, dat met vlagen ook de ontluikende brille liet zien, maar op zichzelf nog weinig bijzonder was.

De wonderlijke avonturen van Kavalier & Clay | Michael Chabon

01-2009 | Dit boek gaat erover hoe de New-Yorkse Sam Clay samen met zijn eveneens joodse neef Joe Kavalier, die uit Praag is gevlucht voor de nazi’s, een zeer succesvolle strip begint. Het is het begin van de jaren ’40, als de hoogtijdagen van de Amerikaanse comics rondom superhelden als Superman, Batman en Wonder Woman aanbreken. Het duo Clay & Cavalier heeft veel succes met hun creatie, de Escapist.
Net als in zijn boek The Yiddish Policemen’s Union schept Chabon in dit boek een soort parallelle werkelijkheid. Natuurlijk hebben die superhelden die hij door Clay & Kavalier laat scheppen, nooit bestaan. Maar dat maakt ook niet uit. Want Chabon zet een prachtig tijdsbeeld neer in een sublieme schrijfstijl en vertelt ook nog eens een, in al haar schrijnendheid, prachtig verhaal. Want Joe Kavalier gebruikt zijn superheld eigenlijk om al zijn woede tegen de nazi’s, die nog steeds zijn in Praag achtergebleven ouders en broertje gevangen houden, te botvieren (niet voor niets neemt The Escapist het al in aflevering 1 op tegen Adolf Hitler). Sam Clay heeft het al even moeilijk, als hij worstelt met zijn homoseksualiteit. En de situatie wordt nog ingewikkelder als Joe’s vriendin een kind krijgt, juist op het moment dat Joe zich, na het bericht dat zijn broertje is omgekomen, aanmeldt voor het Amerikaanse leger…
Chabon heeft met dit boek een geweldige prestatie geleverd. De schrijfstijl is, door de vele lange zinnen, niet altijd even makkelijk, maar wel heel origineel en treffend. Al met al dus zeker een boek om eens te lezen!

Heren van de weg | Michael Chabon

04-2011 | Nog eens kijkend door mijn recensies viel me opeens op dat ik dit boek van Chabon, dat ik toch echt ergens de laatste maanden gelezen heb, nog niet opgenomen had. Bij deze alsnog, want het is een te leuk boekje om onvermeld te laten!
De heren van de weg is een kostelijk ouderwets avonturen-verhaal in de beste tradities dat plaats vindt in Khazarië, een 13e eeuws ‘Joods’ rijk gelegen aan de Kaspische Zee in hedendaags Rusland. Hoofdpersonen zijn een langere magere Frank, Zelikman geheten, en de sterke Nubiër Amram. Ze reizen door het land, onbezorgd levend van kleine zwendeltjes, als ze Filaq tegen het lijf lopen, een heetgebakerde jongen en schijnbaar de Khazaarse troonopvolger. De beide vrienden besluiten hem te helpen en hebben al hun vernuft nodig om hem weer op de troon te krijgen.
Het boekje leest als een trein dankzij Chabon’s stijl en taalgebruik: sprankelend, origineel en vaak erg geestig. Tezamen met het in de basis lichtvoetige en ongecompliceerde plot, zorgt het voor een leuk en vrolijk boek, dat je leest als een lekkere tractatie tussendoor. Ergens heeft Chabon schijnbaar nog een ‘hoger doel’ gehad met dit boek (zoals het tonen van een wereld waarin de joden nog wel zelf het zwaard op durfden te pakken), maar ja, dat zal eigenlijk allemaal wel…

The Final Solution | Michael Chabon

04-2011 | De vermaarde schrijver Michael Chabon van meesterwerkjes als WonderBoys en De wonderbaarlijke avonturen van Kavalier en Clay heeft zich met dit boek weer zichtbaar uitgeleefd. En dat pakt vooral positief uit. Ten eerste om de heel bijzondere ode aan ’s werelds beroemdste speurneus, Sherlock Holmes, die in het boek een prominente rol speelt. Ten tweede om de unieke wijze waarop Chabon de verschrikkingen van de holocaust heel invoelbaar maakt door een Joods jongetje op te voeren dat zijn familie heeft verloren en door alles wat er is gebeurd geen woord meer wil zeggen, alles achterwaarts opschrijft en alleen nog gehecht lijkt te zijn aan zijn onafscheidelijke papegaai. En ten slotte door de soms prachtige zinnen en passages die Chabon aan het papier heeft toevertrouwd.
Dat ik het boek toch niet helemaal geslaagd vind, is met name door de soms wel erg wollige en ronduit labyrinthische schrijfstijl die Chabon loslaat op zijn lezer. De soms oneindig lange zinnen en de vele ongebruikelijke woorden, maken het boek bij vlagen ronduit moeilijk leesbaar. Het deed me afvragen of Chabon nu echt dacht zijn boek hiermee beter te maken of dat dit gewoon hinderlijk pretentieus en opgeblazen literair gerol van spierbundels is?
Hoe dan ook is dit boek al met al zeker weer een bijzonder pareltje geworden. Laten we alleen wel hopen dat Chabon van die toch wat al te ingewikkelde schrijfstijl geen gewoonte gaat maken. We zullen zien, binnenkort schijnt zijn nieuwe boek Telegraph Avenue uit te komen. Ik ben benieuwd!

WonderBoys | Michael Chabon

11-2010 | Chabon is één van mijn favoriete schrijvers, en met dit boek verstevigt hij alleen maar die status! Wat een geweldig, heerlijk, grappig, tragisch boek is dit weer, dit WonderBoys.
Chabon blijft dicht bij zichzelf en verhaalt over een succesvolle schrijver die volledig vastloopt in het snel uitdijende moeras dat het manuscript van zijn nieuwe boek is geworden. Iets dat Chabon ook overkwam met zijn tweede boek, Fountain City, een project dat hij uiteindelijk nooit heeft afgerond. Gelukkig maar, zou je bijna zeggen, want anders had WonderBoys waarschijnlijk niet het venijn en de scherpte gehad dat het nu heeft. Want vrijwel elke zin in dit boek is goed getroffen, elke observatie is raak en elke metafoor is spitsvondig.
Het verhaal gaat intussen over de universitair docent creatief schrijven Grady Tripp, die niet alleen eindelijk de harde waarheid onder ogen moet zien dat zijn manuscript (natuurlijk WonderBoys geheten) is mislukt, maar ook zijn vrouw, maitresse en baan lijkt te verliezen. Met zijn losbandige redacteur Terry Crabtree en de veelbelovende maar getroubleerde student James Leer, die overal een jaloersmakend briljant manuscript met zich meedraagt in een morsige rugzak, maakt hij een knotsgek weekend mee, een weekend dat zijn leven zal veranderen…
Conclusie: lezen dit boek, zoals alles van Chabon!

Zoon van de wolvenman | Michael Chabon

09-2009 | Michael Chabon begint een favoriete schrijver van me te worden. Na de twee uitstekende boeken ‘The Yiddish Policemen’s Union’ en ‘De wonderbaarlijke avonturen van Kavalier & Clay’, las ik deze verhalenbundel van hem en ik werd meer dan uitstekend vermaakt.
Aangezien ik ooit een zeer matige bundel heb gelezen met naar verluid ‘de beste Amerikaanse korte verhalen’, begon ik een beetje wantrouwend aan het boek, maar dat werd al snel weggenomen. Ook in zijn korte verhalen zet Chabon zijn personages fantastisch goed neer, met een soepel en sierlijk taalgebruik, vaak zeer vindingrijke metaforen en met verrassend veel humor. En in sommige verhalen wist hij me ook nog eens te verrassen met een goed plot, iets waar die andere Amerikaanse korte verhalen geheel van verstoken leken.
Hiermee is dit boek een absolute aanrader en ook een uitstekende manier om, als je nog niet bekend bent met de grote schrijver die Michael Chabon is, voor een eerste keer met hem kennis te maken.

Glaucus | Giovanni Chiara

01-2010 | De achterkaft van dit boek sprak me wel aan, omdat het aangeeft dat het boek één van personages uit de Trojaanse oorlog betreft, een interessant onderwerp waar ik de laatste jaren al menig boek over gelezen heb. Het zou gaan over over de terugreis van de Lycische prins Glaucus naar zijn geboorteland na de val van Troje; zo te lezen een moeizame en lange tocht vol ontberingen. Klinkt als de Odyssee in een ander jasje, maar goed: ik begon met goede moed… om er al snel achter te komen dat er weinig klopte van wat op de achterkaft stond… Een euvel dat ik nogal vaak tegenkom: lezen uitgevers en kafontwerpers hun boeken eigenlijk wel eens, vraag je je af?
Hoe dan ook, het werkelijk verhaal handelt met name hoe Glaucus, eenmaal terug in Xanto, de hoofdstad van Lycië, verstrikt raakt in alle intriges die daar spelen. Zo lezen we over de zwakke koning en zijn bevallige vrouw, de sinistere hogepriester die alle touwtjes in handen lijkt te hebben, opdringerige Achaeïsche handelaren en een mysterieuze reus die het heeft voorzien op het hele Lycische koningshuis.
Op zich voldoende interessants, zou je zeggen. Ook Chiara’s schrijfstijl is goed te pruimen. Hij blijft vaak vrij afstandelijk (weinig dialoog), maar laat rake beschrijvingen op je los met hier en daar een dichterlijke en liederlijke noot.
Maar ondanks dit alles kan dit boek niet echt interessant worden. Glaucus blijft als karakter nogal in nevelen gehuld en ook het verhaal gaat eigenlijk vooral een beetje nergens naar toe.
Conclusie: In de Ilias is door Homeros opgetekend dat Glaucus werd gedood door de grote Ajax. Misschien was het beter geweest als Chiara hem voor dit verhaal niet opnieuw weer tot leven gewekt had.

De onschuldigen | Harlan Coben

05-2008 | Harlan Coben is een behoorlijk gehypte schrijver, als je de hoogte van de stapels van diens boeken in de Selexyz in ogenschouw neemt. Nadat ik dit boek (natuurlijk een “literaire thriller’) gelezen had, wist ik wel waarom. Vanaf de eerste pagina heeft het verhaal een enorme vaart en Coben slaagt erin je, mede door de vele opeenvolgende plotwendingen en de opbouwende spanning, aan het boek gekluisterd te houden. Ook slaagt hij erin je tot de laatste pagina te laten gissen naar hoe het nu alleemaal precies zit.
Op zich een knap geschreven thriller dus, maar is het ook een goed boek? Tja, daarvoor vond ik de plot toch wel wat al te vergezocht. Coben heeft het schrijven van een degelijke, vlot leesbare thriller goed in de vingers, maar daar blijft het ook een beetje bij.
Conclusie: als ‘lees-snack’ een prima boek. Anders niet.

Het moordende testament | Jonathan Coe

05-2008 | Het boek gaat over de stinkend rijke familie Winshaw, waarvan het ene familielid nog egoïstischer, inhaliger en meedogenlozer is dan de andere. De fijngevoelige Michael Owen (nee, niet de voetballer!) wordt door de als gek versleten tante Tabitha ingeschakeld om een familiekroniek te schrijven, maar kan deze klus niet aan, zeker als steeds meer blijkt hoe Owen’s leven is verknoopt met de Winshaws. Het verhaal is bij vlagen hilarisch, aangezien Coe de horkerige Winshaws lekker overdreven aanzet. Zo laat hij Henry lekker lomp in zijn dagboek optekenen: “3 juli 1974. Toen vergeten op te schrijven, maar Wendy [zijn vrouw] is vorige week gestorven.” Waarna Henry vrolijk optekent dat de begrafenis gelukkig niet te lang duurde en hij nog op tijd terug was in Londen. Al even heerlijk overdreven zet Coe andere personages aan, zoals Owen zelf en bijvoorbeeld de gedenkwaardige detective Findlay Onyx.
Tegelijk heeft het boek een serieuze ondertoon: de Winshaws vertegenwoordigen alles wat in Thatcher’s Engeland van de jaren 80 is misgegaan. Zo heeft Dorothy zo’n beetje de bio-industrie uitgevonden, zit Mark in de wapenhandel, schrijft Hillary pulp in de kranten, leidt Thomas een bank, verziekt Roddy de kunstwereld en is de al genoemde Henry een “backstabbing” politicus, die de gezondheidszorg naar z’n grootje helpt. Zelf vond ik deze laag in het boek wat minder interessant, aangezien het voorkennis veronderstelt van allerlei binnenlandse Britse aangelegenheden uit die tijd.
Er is echter nóg een kant aan het boek, namelijk dat het ook lijkt te zijn bedoeld als ode aan oude griezelfilms. Zo verknoopt Coe op wonderlijke wijze de film “What a carve up!” (over een ‘Tien Kleine Negertjes’ achtige moordpartij in een van de buitenwereld afgesloten landhuis) in het verhaal. Waarmee ook al bijna kan worden geraden hoe de apotheose, die zich afspeelt in het sinistere Winshaw Towers, zich gaat voltrekken.
Al met al is dit in ieder geval een vermakelijk, en bij vlagen zelfs heerlijk, boek. Jammer alleen van de afzichtelijke cover.

The terrible privacy of Maxwell Sim | Jonathan Coe

08-2011 | Dit boek heb ik gekocht tijdens mijn vakantie in Noorwegen en hier ook uit gelezen. Dat was niet alleen omdat ik hiervoor wel tijd had, maar ook omdat het een onbedaarlijk leuk en vermakelijk boek is. Het begint met het krantenbericht dat een handelsreiziger met de naam Maxwell Sim verward, naakt, dronken en onderkoeld aangetroffen is in een Prius, gestrand midden in de barre besneeuwde Schotse wildernis. Vervolgens legt het verhaal uit hoe het zover gekomen is…
Maxwell is zelf de verteller en aangezien hij onlangs gescheiden is, midden in een depressie zit, gebrouilleerd is met zijn vader en zich hopeloos eenzaam voelt, zou het een deprimerend relaas kunnen worden. Dat wordt het echter geen moment. Coe weet zijn personage prachtig menselijk neer te zetten en weet een lichte en humoristische toon aan te slaan die ik ook al uit zijn boek ‘Het moordende testament’ kende. Tevens zijn alle verhaallijntjes (zoals die over de ondergang van de frauduleuze zeezeiler Donald Crowhurst) gewoon te kostelijk om je er mee te kunnen vervelen.
Het verhaal lijkt zelfs tot een redelijk goed einde te komen als Maxwell, nadat hij de Schotse episode heeft overleefd, zijn leven weer op de rit lijkt te krijgen. Maar dan volgt een uiterst bizerre ontmoeting van Maxwell met de schrijver zelf, die genadeloos het verhaal met een vingerknip afsluit. Een buitenissig en denk ik niet geheel geslaagd einde van een desondanks wel erg goed boek!

De alchemist | Paulo Coelho

04-2007 | Ik wilde al een tijdje wat van Paulo Coelho lezen en het werd dit op het eerste zicht een wat curieus boek, zowel om de beperkte omvang, maar bijvoorbeeld ook om de vele illustraties (overigens prachtig werk van de strip-tekenaar Moebius). Is het een soort sprookje? Het lijkt erop als Coelho het in zijn voorwoord heeft over een symbolische vertelling. Maar eenmaal begonnen, laat het boek je niet meer los en wordt een pareltje onthuld; een prachtige sage vol filosofische bespiegelingen.
Het verhaal gaat kortweg over de herdersjongen Santiago die zijn dromen volgt, naar de piramiden reist en zo zijn eigen legende weet te vervullen. Coelho laat zien dat Santiago doorgaat waar zovelen falen; zij negeren hun eigen legenden en verliezen de controle over hun levens. Coelho lijkt de lezer dus een levensles te willen geven. Als je het maar wilt, kun je je eigen lot bepalen. Want, zo orakelt hij, als je echt wilt dat er iets gebeurt, dan zal het hele universum samenspannen zodat je wens waarheid wordt. En hiermee is “De Alchemist” van Coelho een zeer optimistisch boek.
Ik ga zeker meer van hem lezen!

De poorten van Eden | Ethan Coen

11-2010 | Dit boek is een zeer aanstekelijke verhalenbundel van een van de Coen-broertjes, inderdaad, het befaamde regisseur-duo dat bekend is van fantastische films als Fargo, The Big Lebowski en No Country for Old Men. In dit boek bewijst Ethan Coen dat hij ook een begenadigd schrijver is. In zijn verhalen heeft hij een voorkeur voor mafiose milieus en mislukkingen in de maatschappij en ook zijn joodse achtergrond speelt meer dan eens een rol. Dat Ethan Coen erg filmisch denkt bewijzen enkele verhalen die als filmscript opgezet zijn. Zijn verhalen zijn erg inventief, vaak hilarisch en even vaak schrijnend realistisch. Hilarisch als bijvoorbeeld de wederwaardigheden van prive-detective Hector Berlioz worden beschreven, schrijnend en realistisch als Coen de twijfels beschrijft van een man die op vakantie is met zijn twee onhandelbare kinderen en zich wanhopig afvraagt waarom ze zo zijn geworden en sterker nog: wie ze eigenlijk zijn…
Al met al in ieder geval een zeer bijzonder en lezenswaardig boek!

In ongenade | J.M. Coetzee

11-2010 | Dit bekende en veel geprezen boek (onder meer winnaar van de Booker Prize 1999) handelt over de docent literatuur David Lourie, die werkt op de universiteit van Kaapstad. Als hij -terecht- wordt beschuldigd van het onderhouden van een relatie met een leerlinge, ontvlucht hij Kaapstad om te gaan wonen bij zijn dochter Lucy, die woont op het platteland. Daar ontspint zich het thema waar dit boek om draait: hoe de verschillen in opvattingen hem en zijn dochter uiteen drijven. Waar David in wezen een individualist is, die zijn eigen weg gaat, is zijn dochter juist wel iemand die zich wil confirmeren aan aan haar omstandigheden en omgeving. Het leidt ertoe dat als de boerderij wordt overvallen door drie zwarten en Lucy wordt verkracht, het juist David is die in opstand komt, en niet Lucy, die wel lijdt onder het gebeurde, maar toch weigert te verhuizen of zelfs maar na te streven dat één van de schuldigen, die een neefje van haar zwarte buurman blijkt te zijn, zijn straf krijgt. En als ze zwanger blijkt te zijn, wil ze ook nog eens het kind houden. Allemaal zaken die ervoor zorgen dat ze zich vervreemdt ten opzichte van haar vader.
Coetzee heeft een zeer relevant boek beschreven, vooral omdat het haarscherp de moeizame verhoudingen in het Zuid-Afrika in het post-apartheid-tijdperk schetst. In al haar genuanceerdheid is het ook een heel mooi boek, een verhaal dat je aan het denken zet. Een aanrader dus.

Echo Park | Michael Connelly

08-2012 | Dit boek is een degelijke en redelijk onderhoudende ‘policier’ over een rechercheur die een 13 jaar oude moordzaak onderzoekt. Het is geschreven door een voormalige misdaadjournalist die veel aandacht heeft voor het betere rechercherende handwerk. En zo krijg je een aardig inkijkje in hoe dit in zijn werk gaat: het najagen van aanwijzingen, het denkproces, etcetera.
Het verhaal is intussen best meeslepend maar toch ook niet heel boeiend. Een misdadiger wil de doodstraf ontlopen door aan te wijzen waar hij het al 13 jaar geleden vermiste meisje heeft begraven, waarna deze tijdens het veldbezoek ontsnapt. Het is het begin van een klopjacht waarin zich een steeds grotere intrige begint te ontvouwen die doorgaat tot de politietop.
Conclusie: een aardig boek, maar niet heel bijzonder. Meest opvallende detail is misschien dan nog wel dat de hoofdpersoon Hiëronymus ‘Harry’ Bosch heet.

De laatste vlucht van de flamingo | Mia Couto

06-2012 | Dit boek gaat over Mozambique, het geboorteland van de schrijver Mia Couto. Het is een surreälistisch verhaal dat als thema het onbegrip tussen de moderne westerse wereld en de traditionele Afrikaanse bevolking heeft. De Italiaan Massimo moet in het dorpje Tizangara de spontane ontploffing onderzoeken van VN-blauwhelmen, van wie alleen, bizar genoeg, hun mannelijk lid overblijft. Massimo raakt al snel het spoor bijster in het raadselachtige dorpje, waar niets is wat het lijkt en er geen enkele logica in de gebeurtenissen zit. De hoofdpersoon is de tolk die Massimo krijgt toegewezen, alhoewel deze laatste de Portugeze taal uitstekend machtig is en dus helemaal geen tolk nodig heeft. Samen spreken ze tal van belangrijke personen in het dorp, zoals de corrupte burgemeester, de vader van de tolk en de plaatselijke ‘tovenaar’.
Couto heeft een surrealistisch boek geschreven in de sfeer van Garcia Marquez. Helaas vond ik het verhaal wel beduidend minder meeslepend dan bijvoorbeeld het briljante ‘Honderd jaar eenzaamheid’ van deze Zuidamerikaanse literaire reus. Daarom kon dit boek me toch uiteindelijk matig bekoren. Positief is dat het prettig ‘ongewoon’ is, negatief is toch wel dat het verhaal toch niet echt ergens heen gaat.

Tokio Centraal | Martin Cruz Smith

04-2008 | Eén van de voordelen van Arnhem is dat er zowaar nog een Slegte zit. Het was hier dat ik dit boek kocht, met het oog op het broodnodige leesvoer voor in de trein. Daarvoor was dit boek heel geschikt: een sappige schelmenroman over de Amerikaan Harry Niles, die als jongen is opgegroeid in Tokio en zich als volwassene in het Japan van vlak voor de Tweede Wereldoorlog heeft ontwikkeld tot zo’n echte onaangepaste sjacheraar.
Vanaf de eerste pagina’s word je meteen in het verhaal gezogen en lezen we over Harry’s levenswandel, hier en daar afgewisseld met herinneringen uit zijn jeugd. Het verhaal leest lekker weg. Harry is een interessant hoofdpersoon: zo’n man waar je, ondanks al zijn tekortkomingen, sympathie voor kunt opbouwen, omdat zijn hart toch op de goede plaats zit. Ook zijn de belevenissen waarover je leest allemaal erg leuk en onderhoudend. Maar wat dit boek ontbeert is een duidelijke richting. Zelfs na de eerste 200 pagina’s kon ik nog geen duidelijke plot ontwaren. Dit terwijl er van alles langs komt: Harry’s relatie met een geisha, zijn zwendelpraktijken en zijn eigen café, hoe hij wordt gezocht door de Japanse gedachtepolitie, hoe hij de woede op zijn hals heeft gehaald van een eerzuchtige Japanse kolonel en natuurlijk zijn belevenissen in zijn jeugd. Op zich allemaal wel interessant, maar het verhaal lijkt zich nergens naar toe te bewegen.
Tot het einde blijft de focus van Martin Cruz Smith zo ongericht en het onbestemde open einde vol losse eindjes is in die zin maar al te passend bij het boek. Het laat toch een beetje onbevredigend gevoel achter.
Concluderend: een vermakelijk boek, maar in alle eerlijkheid ook niet veel meer dan dat.

Stralende dagen | Michael Cunningham

09-2011 | Het boek ‘Stralende dagen’ bestaat uit drie verhalen, die enigszins met elkaar samenhangen. Hiermee lijkt het al meteen op dat andere boek van hem, The Hours, waarvan ik de film gezien heb. Tevens is het net als dit boek een ode aan een schrijver, in dit geval de Amerikaanse dichter Walt Whitman, die in zijn leven heeft gewerkt aan één magnus opus, Leaves of Grass.
Het eerste verhaal, dat speelt in eind-negentiende eeuws New York is meteen erg goed. In een beklemmende stijl lees je over Lucas, die het baantje van zijn broer Simon in de fabriek overneemt, nadat die is vermorzeld door de machine. Deze Lucas, een misvormd kind, heeft de afwijking om overal te strooien met zinnen uit Whitman, het boek dat alles betekent voor hem in zijn armzalige leventje.
Het tweede verhaal is conventioneler en is een soort policier dat speelt in onze tijd. Politievrouw Cat heeft over de telefoon contact met jongens die bizarre zelfmoordaanslagen plegen. Ze probeert één van deze jongens, die opgegroeid zijn in een huis dat is behangen met pagina’s uit Leaves of Grass, te redden.
Het laatste verhaal speelt, dat kun je bijna al raden, in de toekomst. In een nogal clichématig aandoende postapocalyptische wereld slaan Simon, een bionische robot, en Catareen, een buitenaards wezen, op de vlucht. Simon is volgeprogrammeerd met dichtregels van Whitman, die hij te pas en te oppas ter berde breng.
Het lijdt geen twijfel dat, naast de consequent zelfde benaming van de hoofdpersonen en het feit dat bijvoorbeeld in elk verhaal een zelfde antieke pot terugkomt, Whitman de rode draad moet zijn in dit boek. Het is mij echter onduidelijk wat die rode draad dan eigenlijk is. Van wat ik gelezen heb, schreef Whitman nogal statige en plechtige poëzie die op velerlei manieren kan worden (on)begrepen, maar welke van zijn ideeën probeert Cunningham nu eigenlijk een plaats te geven of uit te werken?
Deze onduidelijkheid maakt dat ik dit toch niet echt een heel sterk boek vond. De eerste twee verhalen waren goed, het derde minder, en de bindende factor Whitman is mij ontgaan.

God als misvatting | Richard Dawkins

02-2009 | In dit prikkelende boek poneert bioloog Dawkins zijn nogal stevige stelling dat God een waanbeeld (‘delusion’) is. Meteen haast Dawkins zich om het begrip ‘God’ in te perken tot een opperwezen dat de wereld doelbewust geschapen heeft en zich sindsdien op persoonlijke wijze met mensen bemoeit. Hiermee wil Dawkins dus nog geen uitspraken doen over andere manieren om ‘God’ te beleven. Zoals de deïstische God die zich nadat hij het door natuurwetten geregeerde universum schiep, nooit meer liet zien. Of de ‘Einsteiniaanse’ God, een metafysische constructie voor het religieuze gevoel wat de bewondering voor de natuur en alles erin opriep bij Einstein.
Hiermee is Dawkins’ boek misschien alleen nog schokkend voor mensen die echt nog in een persoonlijke God geloven, de God uit de Bijbel. Want met deze God maakt Dawkins korte metten door overtuigend aan te tonen dat deze vrijwel zeker niet bestaat. Een zeer centrale rol in zijn argumentatie vormt Darwin’s evolutietheorie, aangezien deze aantoont hoe de gehele ‘schepping’ in al haar complexiteit, wel degelijk kan ontstaan uit een nog steeds doorlopend ‘trial and error’ proces. Een opperwezen als ontwerper, wat de theïsten geloven (ook in de halfbakken ‘intelligent design’-variant) vormt hiervoor een veel slechtere verklaring, als het al een verklaring is, want het roept ook natuurlijk de vraag op: “wie ontwierp dan de ontwerper?”
Als Dawkins dieper ingaat op de inhoud van de Bijbel, begint zijn relaas een beetje op prijsschieten te lijken, want hij toont aan met gemak aan dat het boek vol groteske tegenstrijdigheden zit. Zoals dat in twee evangelieën twee geheel verschillende stambomen worden gepresenteerd om te ‘bewijzen’ dat Jezus afstamt van David. Allemaal nog absurder als je bedenkt dat Jezus helemaal niet afstamt van wie dan ook, want hij is toch immers de ‘zoon van God’, die is geboren uit een ‘maagd’?
Ook interessant is dat belangrijke passages uit de Bijbel afkomstig zijn uit oudere mythologieën, zoals het verhaal van de Ark van Noach. Of de geboorte van Christus, waar de Evangelisten, gebruik makend van bestaande mythes in de tijd, een pakkend verhaaltje bij bedacht hebben, met een stal, een kribbe en een drietal koningen uit het oosten.
Nu zijn veel van die verhalen afkomstig uit het Oude Testament, maar het Nieuwe Testament is weinig beter, getuige bijvoorbeeld het apocalyptische “Openbaringen”, dat Dawkins aanhaalt als het boek van ‘John on LSD’. Veel mensen stellen dat deze verhalen dan ook symbolisch moeten worden gezien. Maar Dawkins geeft aan dat dit geen hout snijdt. Hoe kun je dan verklaren dat Jezus Christus moest sterven voor de zonde die was begonnen met Adam, uit het toch echt weinig geloofwaardige Genesis-boek, dat ook veel gelovigen als een bedenksel aanmerken? Moest Jezus dan sterven voor een symbolische zonde? En zo kunnen we nog wel even doorgaan. De conclusie die Dawkins terecht stelt is dat de Bijbel niet veel meer is dan een nogal onsamenhangende verzameling vaak zeer gedateerde schrijfsels.

Hetgeen ons brengt tot het volgende belangrijke punt dat Dawkins wil maken: namelijk dat religie niet alleen onzin is, maar ook ronduit slecht is. Hij haalt hier in eerste instantie opnieuw de bijbel bij, die vol staat met barbaarse en abjecte verhalen: zoals Abraham’s neef Lot die zijn dochters aanbiedt aan een groep verkrachters, Jozua die op bijzonder brute wijze het ‘Beloofde Land’ verovert en natuurlijk het overbekende maar niet minder walgelijke verhaal van Abraham, die op een haar na zijn eigen zoon op de brandstapel roostert. Niet bepaald geschikt om te gebruiken als ethisch richtsnoer, kortweg.
Toen ik midden in dit hoofdstuk zat, zag ik toevallig een aflevering van ‘De Wereld Draait Door’, waarin Bert Doreman, ex-voorzitter van de EO, de uitspraak deed dat hij de Bijbel als het letterlijke woord van God beschouwde. Het duizelde me: hoe kon een verder zo op het oog redelijk weldenkende man, zo’n adembenemende domme uitspraak doen? Hoe kun je er je ogen voor sluiten dat de Bijbel overduidelijk een vrij onsamenhangende verzameling geslaagde en minder geslaagde verzinsels is van mensen? En hoe kun je geheel voorbijgaan aan de verpletterende hoeveelheid bewijs voor de evolutietheorie? Het enige wat Doreman hier op zei was: “Er kan geen orde uit chaos ontstaan.” Tja…
Maar om terug te komen bij Dawkins: Hij laat treffend zien hoe religie verdeeldheid onder mensen schept en dit al vele eeuwen heeft geleid tot tegenstellingen en oorlogen, maar ook tot verdrukking van minderheden en mensen met afwijkende ideeën. De voorbeelden die Dawkins laat zien geven aan hoeveel misstanden zijn ontstaan uit en goedgepraat door de verwijzing naar religieuze regels. In het bijzonder geeft hij hierbij hard af op de wijze waarop kinderen al van jongs af aan worden ‘geïndoctrineerd’ met religieuze standpunten.
Ook het argument dat juist religie mensen een kader kan geven van wat goed is en wat kwaad, veegt Dawkins overtuigend van tafel. Hij laat zien dat moreel besef tot op een zeker vlak is ‘ingebakken’ in onze genen. Met name door te verwijzen naar intrigerend onderzoek dat uitwees dat mensen, van welke cultuur of gezindte ook, over het algemeen in hoge mate hetzelfde denken over bepaalde ethische dilemma’s die hun wordt voorgeschoteld.

Alhoewel hij veel goede punten maakt, kan ik toch niet zeggen dat ik in het alle opzichten eens ben met Dawkins. Zo ben ik me ervan bewust dat Dawkins alles uit de kast trekt om zijn gelijk te bewijzen. In de Bijbel staan bijvoorbeeld ook best veel waardevolle verhalen, waar hij even aan voorbij gaat. Ik vind hiernaast dat Dawkins religie wel heel erg zwart maakt. Hij gaat er naar mijn idee veel te snel aan voorbijgaat dat ook ‘groepsgevoel’ iets is wat bij de mens lijkt te zijn ‘ingebakken’. Naar mijn idee ontstaan veel oorlogen alleen al doordat de mens nu eenmaal gevoelig is voor de “wij tegen zij”-emotie. Soms kan religie de splijtzwam zijn, maar ook net zo goed iets anders: neem bijvoorbeeld de rellen tussen de supporters van twee rivaliserende voetbalclubs.
Hiernaast heeft Dawkins hij naar mijn idee te weinig oog voor het feit dat religie ook tal van goede aspecten met zich mee kan dragen bijvoorbeeld door de steun die mensen er toch van kunnen ondervinden (God als de ultieme Placebo), de richting en betekenis die mensen ermee aan hun leven kunnen geven (of het nu is gestoeld op iets of niet) en de versterking van de sociale cohesie. En ten slotte denk ik dat Dawkins zich vergist in het gezonde verstand van het overgrote deel van de gelovigen: die zijn volgens mij prima in staat om zelf te bepalen wat goed en slecht is en laten zich echt niet alleen maar leiden door hun heilige boek, of dit nu de Bijbel, de Koran of iets anders is.

Concluderend kun je stellen dat dit boek je zeker aan het denken zet (dat verklaart ook wel de idiote lengte van deze recensie). En alhoewel ik me niet altijd kon vinden in de net iets te venijnige afrekening met religie en het geloof in een ‘persoonlijke God’, vond ik het boek zeer de moeite waard. Zeker aan te raden dus voor mensen die iets beter willen nadenken dan types als Bert Doreman.

Zware tijden | Charles Dickens

06-2010 | Nadat ik twee romans had gelezen over Charles Dickens en één in Dickensiaanse stijl (De Quincunx), werd het hoogste tijd om eens een boek van de meester zelf te lezen. Het werd deze nog vrij nieuwe vertaling van ‘Hard Times’.
Ik moet zeggen: ik werd niet teleurgesteld. Charles Dickens bewijst een kundig en soms virtuoos schrijver te zijn. Hij is ijzersterk in het neerzetten van personages en het beschrijven en doorgronden van hun (onderlinge) gedrag. Hiernaast laat hij prachtige en oorspronkelijke beschrijvingen op de lezer los.
Tegelijkertijd is er (natuurlijk) ook wel wat aan te merken op het boek. Het laat bijvoorbeeld goed zien dat Dickens vooral aandacht heeft voor de personages en weinig voor het plot. Dit zorgt ervoor dat het plot weinig bijzonder is en bovendien door een aaneenschakeling van twee redelijk absurde toevalligheden aan het eind van het boek in leven moet worden gehouden. Ten tweede is Dickens wel wat moraliserend. Dat Thomas Gradgrind, de strenge leraar die zich laat leiden door ratio en het gevoel buitenspel zet, uiteindelijk tot inkeer komt, ligt er dik bovenop. En de arme fabrieksarbeiders die een rolletje spelen (Stephen en Rachael) zijn wel heel erg nobele mensen (zoals in zoveel van Dickens’ boeken is de echte snodaard natuurlijk de rijke vrek). En ten slotte is de schrijfstijl soms wat wollig en gebruikt Dickens erg veel erg lange zinnen, iets waaraan is af te lezen dat dit toch alweer een boek is dat anderhalve eeuw oud is (onvoorstelbaar eigenlijk).
Maar over het geheel genomen was dit boek zeker een prettige leeservaring, mooi om eens iets van de oude meester te lezen!

Wat is de wat | Dave Eggers

03-2010 | Dit sublieme boek vertelt het heftige levensverhaal van Valentino Achak Deng. Als één van de zogenaamde Lost Boys behoort hij tot de generaties Soedanezen die al sinds hun vroege jeugd zijn blootgesteld aan de verschrikkelijke oorlog in hun moederland. We lezen hoe hij als klein kind op de vlucht moet slaan, slachtoffer en getuige is van vreselijk oorlogsgeweld en ongelooflijke ontberingen moet ondergaan. Na vele jaren in diverse vluchtelingenkampen te hebben doorgebracht, krijgt hij uiteindelijk asiel in de Verenigde Staten, en probeert hij -hoe moeizaam ook- hier een nieuw leven op te bouwen.
Dave Eggers heeft met dit boek misschien wel een nieuw genre geïntroduceerd, namelijk een soort tussenvorm tussen een journalistiek portret en een roman. Het eerste omdat hij de waargebeurde levensgeschiedenis van Achak (die gebroederlijk naast Dave Eggers of de achterkaft staat afgebeeld) optekent, maar ook dat tweede: omdat hij ook een literaire touch geeft aan het verhaal: bijvoorbeeld doordat hij Achak zijn Soedanese belevenissen steeds laat vertellen aan personen die hij, als hij al in Amerika is, om wat voor reden dan ook tegenkomt. Zo richt Achak zich achtereenvolgens naar het zoontje van de man die hem gijzelt in zijn Amerikaanse flatje (bizar maar waar), de ziekenhuismedewerker die hem negen uur op een behandeling laat wachten, de bezoeker van de sportschool waar hij werkt, etc. Eggers brengt hiermee prachtig naar voren dat Achak een absolute noodzaak voelt zijn verhaal te vertellen. Hiermee is ‘Wat is de wat’ een zeldzaam urgent boek geworden: een boek dat geschreven moét worden, een verhaal wat gehoord moét worden. Gecombineerd met de fantastische wijze waarop Eggers het verhaal vertelt, is het vooral hierdoor nu al een absolute klassieker geworden. Maar één tip dus: lezen!
Zelf ga ik binnenkort zéker Eggers’ nieuwe boek Zeitoun lezen, waarin hij op dezelfde wijze een waargebeurd verhaal vertelt, nu van een man in het New Orleans van na Katrina.

Zeitoun | Dave Eggers

09-2010 | Zeitoun is net zoals ‘Wat is de Wat’ een sociaal bewogen roman waarin Dave Eggers vertelt over de waargebeurde belevenissen van iemand die hij hiervoor intensief heeft geïnterviewd. In dit boek is die persoon Aldulrahman Zeitoun -‘Zeitoun’ genoemd door veel vrienden-, een geboren Syriër die in de Amerikaanse stad New Orleans als hardwerkende en eerzame burger een bestaan heeft opgebouwd.
Het verhaal concentreert zich rondom de rampzalige ontwikkelingen als gevolg van de orkaan Katrina die de stad trof, maar Eggers besteedt ook veel aandacht aan de persoonlijke geschiedenis van zijn hoofdpersoon. Zeitoun besluit, als zijn gezin is gevlucht, in de stad achter te blijven. In zijn kano vaart hij door de ondergelopen straten en probeert hij mens en dier te helpen. Maar dan slaat het noodlot toe, niet in de vorm van gewapende bendes die de stad onveilig maken, maar juist in de vorm van de National Guard die de stad en haar bewoners zou moeten beschermen. In een noodlottige opeenstapeling van verkeerde aannames, imcompetentie, door 9-11 gevoed anti-islamitisch sentiment en algemene bruutheid die het Amerikaanse leger wel vaker eigen lijkt te zijn, wordt Zeitoun opgepakt als plunderaar of wellicht zelfs ‘terrorist’ en moet hij als gevangene de meest afschuwelijke wreedheden ondergaan, zonder enige kans zijn onschuld te bewijzen of zelfs maar een telefoontje te mogen plegen.
Het maakt het boek tot een schrijnende aanklacht tegen de enorme blunders die de Amerikaanse overheid en haar leger hebben gemaakt na Katrina. En het boek maakt deze ramp heel tastbaar, door de persoonlijke gevolgen ervan voor Zeitoun en bijvoorbeeld zijn vrouw Kathy, invoelbaar te maken. Het is hiermee, zeker in Amerika, een heel relevant boek. En een goed verhaal is het ook, mede door de schrijfstijl die Eggers heel basic en onopgesmukt houdt: hij vertelt precies wat verteld moet worden. Een schrijfstijl die perfect past bij het onderwerp.

High Society | Ben Elton

08-2010 | Van Ben Elton, één van de schrijvers van onder meer de serie ‘Blackadder’, had ik al eens eerder het boek ‘Popcorn’ gelezen. Ik wist dus wel een beetje wat ik kon verwachten, namelijk een verhaal dat letterlijk druipt van de ironie.
Deze keer neemt Elton de rol van drugs in de samenleving op de korrel. Hierbij richt hij de aandacht op steeds verschillende mensen, bijvoorbeeld een drugshoertje, een drugssmokkelaar die in Thailand wordt gearresteerd, een drugsverslaafde Robbie Williams-achtige popster en een vreemdgaande politicus die een wetsvoorstel doet álle drugs te legaliseren.
Elton is op zijn best als hij lekker schmierend de draak kan steken met stereotypes. Zo zijn de verhalen van popster Tommy Hanson bij tijd en wijlen hilarisch, als die zonder blad voor de mond te nemen vertelt over zijn sex, drugs and rock & roll bestaan. Een nadeel is dat je lange tijd niet echt het idee hebt een serieuze roman te lezen, omdat Elton wel erg blijft steken in het op ironische wijze uitserveren en uitvergroten van alle clichés over de drugsscene. Bovendien wordt het soms wel erg plat en banaal. Dit laatste komt ook door de grote hoeveelheid gesproken tekst in het verhaal, waarbij de vertaler blijkbaar heeft geprobeerd het volkse karakter volop naar voren te laten komen; bijvoorbeeld door in plaats van ‘mijn’ vaak ‘me’ te schrijven. Iets wat toch wel schrijnt voor taalliefhebbers als mezelf.
Tegen het einde toe krijgt het verhaal gelukkig toch nog wat meer diepgang. De zoektocht van Tommy naar drugshoertje Jessie, op wie hij verliefd is, is aandoenlijk en de uiteindelijke val van de schuinsmarcherende parlementariër is invoelbaar pijnlijk beschreven. Een mooi besluit van een al met al toch góed boek.



Comments are closed.