Verhalen en meer van Christian Deterink

+menu-


Recensies U-Z

De terrorist | John Updike

12-2009 | Het voornaamste bezwaar aan dit boek van Pulitzer-prijs winnaar John Updike is dat je vanaf de eerste pagina al weet waar het verhaal naar toe gaat. Ook door de recht-toe-recht-aan titel weet je meteen dat de verwarde jongeling Ahmad Mulloy-Ashmawy zich zal ontpoppen tot terrorist. Hierdoor ontbeert het boek elke spanning.
Door de onderwerp-keuze is het boek natuurlijk wel maatschappelijk erg relevant, maar ook als studie naar de beweegredenen van terroristen als Mohammed Atta (waar ook Ahmad zich aan spiegelt) slaagt het ook niet echt. Alhoewel Updike zich goed heeft ingelezen in de Koran en een geloofwaardig inkijkje geeft in de denkwereld van een religieuze fanaticus, weet hij juist bij de sleutelpassage, de beslissing van Ahmad om een vrachtwagen vol explosieven in de Lincoln-tunnel tot ontploffing te brengen, niet geloofwaardig te maken.
Het beste deel van het boek is dan nog dat Updike mooi in beeld brengt hoe niet alleen Ahmad teleurgesteld is in Amerika, maar ook zijn decaan Jack Levy, een goddeloze jood. In ronkende volzinnen brengt Updike de maatschappijkritiek van beide krachtig onder woorden. En ook de slotscene, waarin Jack, ingestapt in de cabine op de fatale rit, Ahmad probeert te weerhouden van zijn zelfmoordaanslag, is goed gevonden. Dit laat echter onverlet dat als geheel dit boek toch wat teleurstelt.

Uit de dood herrezen | Fred Vargas

09-2012 | Dit is zo’n boek waarvan je je nadien een beetje afvraagt waarom je eigenlijk ooit hebt besloten dat je het wilde lezen. Gekocht in de ramsj van de De Slegte, leek dit op een oog wel een aantrekkelijke thriller. Maar na lezing moet ik concluderen dat dit niet helemaal is uitgekomen.
Niet dat het boek geen aardige kanten heeft. De sfeer die Fred Vargas (overigens een vrouwelijke Franse schrijfster) creërt is prettig ontspannen en ‘down-to-earth’ en alhoewel het verhaal zich afspeelt in een voorstad van Parijs, ademt de hele sfeer ademt eigenlijk meer een gemoedelijk provinciedorpje.
Het verhaaltje draait intussen over hoe drie ex-studiegenoten geschiedenis, die geen van allen vooralsnog erg goed geboerd hebben in het leven, samen een vervallen krot huren en hoe zij vervolgens mee worden gezogen in het mysterie rond hun plotseling verdwenen buurvrouw. Deze voormalige operazangeres is al dan niet om het leven gekomen (zie de titel) en natuurlijk is het de vraag wie dit gedaan heeft… En dat is iets waar we, na enkele plotwendingen, natuurlijk pas aan het einde achterkomen.
Conclusie: het verhaaltje is best aardig, maar ook niet bijzonder en de schrijfstijl is op zijn hoogst sympathiek te noemen. Maar al met al maakt dat nog geen gedenkwaardige thriller. Nee, dit is er meer eentje die je ook makkelijk ongelezen had kunnen laten liggen…

De oorlog van het einde van de wereld | Mario Vargas Llosa

06-2009 | Dit boek van Vargas Llosa gaat in het kort over de op- en ondergang van een religieuze ‘sekte’ en speelt zich af aan het einde van de negentiende eeuw in de binnenlanden van Brazilië. We praten over de eerste wankele jaren van de Republiek nadat het Keizerrijk is gevallen. Het moge duidelijk zijn dat geen enkele republikein juist in deze tijd zit te wachten op een godsdienstfanaat die duizenden aanhangers aan zich weet te binden en de strijd aangaat met de Republiek. Want dat is wat er gebeurt als, vanuit het niets, de raadselachtige en charismatische Antonio de Raadgever (Conselheiro) opduikt. Met zijn getrouwen vestigt hij zich tenslotte in het dorpje Canudos, dat wordt omgedoopt tot Belo Monte. En terwijl zijn aanhang blijft groeien, lukt het het gezag maar niet om deze ‘yagunzos’ (opstandelingen), die hun autoriteit afwijzen, onder de duim te krijgen. Uiteindelijk zijn er vier militaire missies voor nodig om, na een afschuwelijke en langdurige oorlog, de yagunzos uiteindelijk te verslaan.
Vargas Llosa doet het verhaal op briljante wijze uit de doeken en hij neemt hiervoor nadrukkelijk zijn tijd. Zo lezen we over de levensgeschiedenissen van de belangrijkste volgelingen van de Raadgever, zoals Joao de Abt, de kleine Vrome, de Leeuw van Natuba en Mario Quadrado, de Moeder aller Mensen. Maar ook de politieke spelletjes rond de opstand in Canudos tussen de Republikeinen en Imperialisten worden haarfijn belicht en we krijgen de oorlog ook te zien vanuit de ogen van bijvoorbeeld een generaal, een Schotse anarchist en een grootgrondbezitter. Vargas Llosa weet uit al deze bouwstenen een fascinerend en werkelijk groots verhaal te bouwen.
Dat besef groeide bij mij alleen nog maar meer, nadat ik op Wikipedia had gelezen dat hij zich voor een belangrijk deel baseerde op historische feiten. In een eerbetoon laat Vargas Llosa zelfs de schrijver van het belangrijkste geschreven verslag over deze opstand, ene Euclides da Cunha, opdraven als romanfiguur, namelijk als (naamloze) bijziende journalist, die ongewild midden in het strijdgewoel beland.
Zo komt in dit boek alles aan bod. Goed beschouwd blijft alleen de centrale persoon in het boek zelf, Antonio de Raadgever, grotendeels in nevelen gehuld. Maar juist hierdoor blijft hij natuurlijk die mythische persoon met messiaanse trekjes.
Concluderend kun je zonder meer spreken van een weergaloos epos, dat je nadat je het hebt uit gelezen vol ontzag dichtslaat. Een meesterwerk!

De helaasheid der dingen | Dimitri Verhulst

08-2010 | In dit boek verhaalt Dimitri Verhulst over zijn rotte jeugd in een ‘white trash’ familie in het troosteloze durp Reetveerdegem. Over hoe hij wordt ‘opgevoed’ door zijn oma en in hetzelfde armetierige huis moet wonen als zijn vader Pierre en zijn ooms Herman, Zwaren en Potrel, alle vier werkloze drinkebroeders. De moeder van ‘Dimmetrieke’ is dan allang gevlogen en hieraan denkt de jeugdige hoofdrolspeler alleen nog maar aan in termen van ‘die vuile hoer’.
Gelukkig blijft het boek ondanks de weinig opwekkende materie zeer leesbaar door de nonchalante en humoristische schrijfstijl van Verhulst. Hij is een goede verteller en blijft je vasthouden tot de laatste pagina. Ook vergroot hij alles zodanig dat het weer grappig wordt, zoals het relaas over Nonkel Potrel’s versie van de Tour de France. Hierbij moeten de etappes afgelegd door het drinken van alcohol, veel alcohol. Voor vlakke etappes bier, maar bij de bergetappes representeren wodka en jenever de gemene cols. Tja, alhoewel het boek autobiografisch is, lijkt het toch wel behoorlijk aangedikt te zijn.
Ergens aan het einde van het boek wil de hoofdpersoon niet meedoen aan een onderzoek van etnografen naar ‘drinkliederen’. Hij vindt dit ‘aapjes kijken’ van de intellectuele elite maar verwerpelijk. Toch wel gek als je bedenkt dat dit boek precies hetzelfde doet: het geeft ons een smeuïg inkijkje in het bestaan van de laagste regionen van de sociale onderklasse. Zeker als je bedenkt dat dit boek -met alle ordinaire scenes- nog is verfilmd ook. Tja…
Hoe het ook zij, dit boek was op zich wel vermakelijk, maar eigenlijk ook niet heel veel meer dan dat. Het blijft allemaal wat oppervlakkig, misschien wel doordat je nauwelijks iets te lezen krijgt over wat voor iemand Dimitri zelf nu is. Dat zorgt ervoor dat het melancholisch bedoelde slot, waarin Dimitri ontdekt dat hij zijn afkomst is ontgroeid, niet echt overkomt…

Art. 285b | Christiaan Weijts

03-2010 | In dit boek vertelt Christiaan Weijts een schijnbaar min of meer autobiografisch verhaal over een ongelukkige driehoeksverhouding. Zijn alter ego, Sebastiaan Steijn, krijgt hierin een relatie met zowel de danseres c.q. stripper Victoria als de minderjarige Rosetta, die hij bij hem thuis pianoles geeft. Het boek begint waar het allemaal uiteindelijk toe heeft geleid: een beschuldiging aan het adres van Sebastiaan door Victoria van stalking, zoals opgenomen in het wetsartikel waarnaar de titel verwijst. Vervolgens weidt Christiaan Weijts ons in over hoe dit allemaal ontstaan is. Hierbij refereert de semi-autobiografische hoofdpersoon bij voortduring naar zichzelf in de derde persoon als ‘verdachte’, want de crux is dat deze roman het verweer zou moeten zijn tegen die beschuldiging van stalking.
Christiaan Weijts schrijft best leuk en hij verleidt je hiermee door te lezen. Hij laat rake observaties op je los, originele en pakkende omschrijvingen en vertelt ook nog eens een verhaal dat heel dicht bij je eigen belevingswereld staat. Dat laatste komt niet alleen doordat het grotendeels in Amsterdam speelt, maar ook omdat hij het verhaal heel eigentijds maakt (vol met ge-sms, het gebruik van de populaire term ‘fokking’ etc.).
Levert het ook een meeslepend verhaal op? Tja, naar mijn idee niet echt. De relationele perikelen van Sebastiaan zijn matig interessant en als conservatorium-pianist vervalt hij wat te vaak in onleesbare muzikaal jargon. De link die Weijts legt tussen de sonates van Scarlatti en zijn relatie met Rosetta is aardig uitgewerkt, maar niet veel meer dan dat. Ook kan Weijts niet nalaten hier en daar wat losse meningen op je los te laten, hetgeen de columnist -die hij ook is- in hem verraadt. En ten slotte loopt het verhaal een beetje op een sisser af. Waar je had verwacht dat de aanklacht misschien wel met kracht kan worden weggeblazen, wordt hij zonder pardon tot 60 uur taakstraf veroordeeld.
Al met al kan je dus spreken van een op zich goed geschreven boek, dat echter teveel mankementen heeft om echt interessant te zijn.

Joe Speedboot | Tommy Wierenga

06-2008 | Een ontzettend leuk boekske dit, dit werkje van Tommy Wierenga. Vanaf de eerste regel deed het verhaal heel fris en lichtvoetig aan. Hoofdpersoon is Fransje, die juist herstelt uit een coma na een zwaar ongeluk en invalide zal blijven, maar de toon is nergens zwaar of sentimenteel. Fransje vertelt eerder met cynisme en een flinke dosis spot over wat er met hem gebeurt en over zijn omgeving. Zoals over die keer dat zijn broers hem machteloos achter laten in een leegstaande boerderij, want ze willen toch zeker niet met hem worden gezien op de kermis!
Het is precies hier waar Fransje voor het eerst de mysterieuze en veelbesproken jongen ontmoet die pas sinds kort in hun slaperige dorpje is komen wonen. Joe Speedboot. Fransje is meteen door hem gefascineerd, vooral door zijn energie en de belofte die hij met zich mee lijkt te dragen. Het boek gaat er verder over hoe Fransje, die zelf gekluisterd zit in een rolstoel, niet bij machte is te praten en het moet doen met alleen één goede arm, in de ban raakt van deze jongen.
Tommy Wierenga heeft met ‘Joe Speedboot’ een fantasierijk, levendig en bijzonder verhaal geschreven, dat is duidelijk. Zelf vond ik echter dat het boek tegen het einde in toch wat inzakt. Echt rond heeft Wierenga zijn verhaal ook niet kunnen maken. Maar misschien wilde hij dat ook wel helemaal niet. Hoe dan ook, het boek is zeker de moeite waard!

En mijn tafelheer is Plato | Rob Wijnberg

07-2012 | Dit boek is eigenlijk niet meer dan een verzameling essays waarvan ik in ieder geval van enkele vermoed dat ik ze eerder gelezen in de NRC of NRC Next, niet toevallig de krant waarop ik geabonneerd ben. Als sinds jaren ben ik een grote fan van de artikelen van Wijnberg, dus wat dat betreft zit het natuurlijk goed. Wijnberg verbindt op een aanstekelijke manier filosofische wijsheden aan hedendaagse fenomenen. In dat laatste zit ook meteen de zwakte, want de hedendaagse fenomenen waarover Wijnberg schrijft zijn inmiddels al weer enkele jaren geleden, waardoor het geheel soms een beetje gedateerd aandoet. Ook de samenhang in het boek is eigenlijk ver te zoeken, hoe Wijnberg ook geprobeerd heeft zijn thema’s in een aantal hoofdthema’s in te delen. Maar goed, dat zijn ook eigenlijk maar een paar kleine minpuntjes van een verder puik boek.

Berg van Zwart Glas | Tad Williams

10-2006 | Op advies van een mede-amateurscribent besloot ik eens aan een boek van Tad Williams, te beginnen, toevalligerwijs het tweede deel van de Anderland-serie. Het beviel me zo dat ik kort daarna ook deel drie las, Berg van Zwart Glas.
De hele serie is gebaseerd op de fascinerende gedachte dat er ooit simulatie-werelden zullen ontstaan die zo echt zijn dat ze niet meer van echt te zijn onderscheiden. In deel 2 las ik al over de belevenissen van de hoofdpersonen die verstrikt raken in de verschillende simulatie-werelden waaruit Anderland bestaat. Deel 3, Berg van Zwart Glas, is niet meer dan een naadloos vervolg op de wederwaardigheden van onze helden.
Williams is een prima schrijver die zijn lezers echt weet te pakken. De vaak uitzinnige belevenissen (één van de simulatie-werelden is bijvoorbeeld een keuken met levende slavorken en meer van dat soort onzin) wordt gecompenseerd door een eenvoudige no-nonsense schrijfstijl. Tevens slaagt Williams erin al zijn karakters een ontwikkeling te laten doormaken, zoals de opbloeiende liefde tussen Orlando (een machtige krijger in Anderland, maar in het echt een doodzieke jongen) en Hendricks, een opstandig pubermeisje.
Wel gek is dat Williams deels uit dezelfde vijver lijkt te vissen als Dan Simmons. Want ook Williams laat een deel van het verhaal zich afspelen op de vlakte van Troje tijdens die historische oorlog (zie daarvoor ook onderstaand verslag). Dat is bijna bizar als je bedenkt dat een geheel ander boek van Williams gaat over Caliban, de “bad guy” uit “The Tempest” van Shapespeare…
Nou ja, hoe het ook zij, voor mensen die van het genre houden (sf/fantasy) lijkt Williams me absoluut een aanrader. Ik heb immers ook al weer deel vier op de plank liggen!

God’s Gym | Leon de Winter

02-2007 | Er zijn maar erg weinig Nederlandse schrijvers die mijn waardering kunnen wegdragen. Met een Zwagerman en Grunberg bijvoorbeeld ben ik allang klaar. Hun respectievelijke boeken “Chaos en Rumoer” en “Gstaad 95-98” (die laatste onder het pseudoniem Marek van der Jagt) heb ik beide halverwege uit pure desinteresse weggelegd.
Wat er overblijft zijn kortweg twee schrijvers: Harry Mulisch (met name zijn “Ontdekking van de Hemel”) en Leon de Winter. Ondanks dat hij me als columnist een beetje de keel begint uit te hangen, bijvoorbeeld om zijn nogal obsessieve pro-Israelische standpunten, heb ik hem als schrijver van bijvoorbeeld “De Ruimte van Sokolov” nog steeds hoog zitten.
Het is om bovenstaande redenen toch wel jammer dat “God’s Gym” uiteindelijk niet bekoort. Toegegeven: het verhaal wordt door Leon de Winter kundig neergezet en is qua thematiek ook interessant te noemen: hele uiteenlopende thema’s als moslim-terrorisme, het verlies van een kind en reïncarnatie krijgen in het boek een rol. Met de hele internationale air die het boek uitstraalt (het speelt ook nog eens in Los Angeles) had het makkelijk de beperkte Nederlandse lezersmarkt kunnen overstijgen. Maar helaas lukt het De Winter niet het boek echt goed rond te krijgen. Waar het verhaal sterk begint (een beschrijving van een aantal “omstandigheden” als de plaattektoniek van de aarde om de verkeersdood van de dochter van de hoofdpersoon Joop Koopman te verklaren), zakt het boek al snel een beetje in. Wat volgt is wat lijkt op een hele lange aanloop, tot ongeveer de laatste 10 pagina’s als het verhaal opeens wordt afgeraffeld -en ook nog niet eens geloofwaardig ook. Jammer, er had echt meer in gezeten in dit boek. Misschien moet De Winter eens weer wat meer tijd in zijn schrijverschap gaan steken, en minder in bijzaken.

De schaduw van de wind | Carlos Ruiz Zafon

01-2013 | De heren critici vielen enige tijd geleden over elkaar heen om hun bewondering uit te spreken over dit debuut van Zafon. Daarom werd het tijd dat -nu de hype allang geluwd is- ik het boek ook eens las.
En ik moet zeggen, ik werd niet teleurgesteld. Zafon heeft een prachtige poëtische, barokke schrijfstijl en vertelt ook nog eens een meeslepend verhaal dat je niet makkelijk weglegt in een ook nog eens kleurrijke omgeving (het Barcelona van net na de burgeroorlog). Het verhaal gaat er kort gezegd over hoe de jonge Daniel Sempere een mysterieus boek vindt (natuurlijk ‘De schaduw van de wind’ geheten) en in zijn zoektocht naar de schrijver, ene Julián Carax merkt dat diens leven merkwaardig veel gelijkenissen heeft met het zijne. Eén en ander komt samen in een mooie apotheose, waarna Zafon afsluit met een eerste hint naar zijn volgende roman: welke reclamegoeroe had dat hem kunnen verbeteren?
Is er dan niets aan te merken op dit boek? Nou ja, misschien is Zafon’s schrijfstijl wel soms een beetje ‘over the top’, en zijn de prachtig geboetseerde volzinnen die hij verschillende eloquente personages laat uitspreken (zoals Fermin Romero de Torres, maar ook Don Barcélo en don Anacleto) wel een beetje te gemaakt. Maar ach, het doet nauwelijks af aan gewoon een erg goede roman. Voor de weinigen die dit boek nog niet gelezen hebben: zeker doen!

Het spel van de engel | Carlos Ruiz Zafon

02-2013 | Dit boek is een hele duidelijke voortzetting van de eerste succesroman van Zafon, De Schaduw van de Wind. Wederom spelen het Kerkhof van Vergeten Boeken en Barcelona een belangrijke rol. Hoofdpersoon David Martin is zelfs een vriend van Sempere, de opa van Daniel.
Dat was allemaal niet erg geweest als ook het plot te veel overeenkomsten vertoont. Aanjager van dit plot is namelijk wederom een boek dat uit het Kerkhof wordt opgediept, waarna de hoofdpersoon wederom opnieuw wordt meegesleept in de intrige die speelde rond de schrijver van dit boek. En ook nu lopen er weer talloze parallellen tussen deze schrijver en onze hoofdpersoon.
Tja, zelfs dat was misschien ook nog niet zo erg geweest, als de plot ook een zelfde dwingende urgentie had gehad als de voornoemde voorganger. Daarvan is echter geen sprake, het verhaal kabbelt eigenlijk maar een beetje voort, soms tegen het loszanderige aan.
Conclusie: ik was niet erg enthousiast. Bij vlagen was Het spel van de engel best aardig, maar zelfs Zafon’s bij vlagen nog steeds prachtige bloemrijke manier van vertellen, kon dit boek niet meer helemaal redden.

The Book Thief | Markus Zusak

10-2011 | Het onderwerp van ‘The Book Thief’ is de Tweede Wereldoorlog. “Oh, nee, alweer een oorlogsboek”, zou je misschien verzuchten, maar dat hoeft niet. Want daarvoor is het verhaal te bijzonder. Allereerst door de verteller, namelijk De Dood zelf. Dit is geen grimmig ìn een donker gewaad gekleed personage met een zeis, die de tijd van zijn leven heeft in deze tijd dat mensen sterven bij bosjes, maar juist een licht melancholisch en gevoelig persoon, die moeite heeft met zijn zware taak. En ten tweede omdat het boek gaat over Duitse burgers, die ook allemaal, zo wordt treffend in beeld gebracht, de zware tol moeten betalen voor de oorlog die ze zelf begonnen zijn.
De Dood vertelt het verhaal van Liesel, een dapper meisje dat hij het eerst treft als hij de ziel van haar broertje moet ophalen. Vervolgens lezen we hoe ze wordt opgenomen door een pleeggezin in een klein Duits dorpje bij München en ze bevriend raakt met een Joodse onderduiker, Max en een jongetje bij haar in de straat, ‘lemon-haired Rudy’.
Liesel’s belevenissen worden liefdevol verteld, in een hele eigen stijl, niiet alleen door de vertelstem maar ook door de inhoudelijke elementen. Zo is het boek doorspekt met een soort kadertekstjes, illustraties en handgeschreven stukken. En ook in het boek het stripverhaal opgenomen dat Max over de pagina’s van Mein Kampf heeft getekend voor Liesel.
Concluderend kun je spreken van een erg bijzonder en bij vlagen zelfs erg aangrijpend boek met hele sterke momenten. Voldoende reden om het te lezen in ieder geval!

Duel | Joost Zwagerman

03-2010 | Ik moet zeggen dat ik niet echt gecharmeerd ben van Joost Zwagerman als schrijver (zijn boek ‘Chaos en rumoer’ vond ik ronduit zwak), maar ik moet toch toegeven dat hij met ‘Duel’ een erg fijn boekenweekgeschenk heeft geschreven. Ik zou zelfs zeggen, het beste in jaren.
Dat komt naar mijn idee vooral door het zeer oorspronkelijke en aansprekende plot. Het verhaal gaat over hoe de directeur van het ‘Hollands Museum’ (hiermee wordt, natuurlijk, het Rijksmuseum bedoeld) verstrikt raakt in een wel heel bijzonder kunstproject. Kopiiste Anne Duiker weet namelijk een peperduur kunstwerk van Mark Rothko uit de collectie van het ‘Hollands’ met één van haar kopieën om te ruilen, en laat dit schilderij vervolgens een bijzondere reis vervolgen door Europa, waar het een tijd in een gemeenschapshuis hangt Macedonië, een school in Polen, etc. Zij laat bij al die plekken vastleggen hoe de mensen, die totaal onwetend zijn van de waarde van de Rothko, hierop reageren, en dat blijkt vaak, zo vertelt Zwagerman het tenminste, heel bijzonder te zijn. Met dit document van de reis van Untitled no. 18 schept Duiker als het ware haar eigen kunstwerk.
Het idee is zo intrigerend, dat je zou willen dat iemand het inderdaad een keer zou uitvoeren. Zouden gewone mensen inderdaad ook de brille van een meesterwerk herkennen, ook als het niet in het Rijks of Louvre hangt?
Alleen al omdat het deze vraag opwerpt, geef ik dit boekwerkje al een dikke voldoende. Misschien dat ik me zelfs nog wel eens aan een andere Zwagerman ga wagen…

Schaaknovelle | Stefan Zweig

11-2012 | De titel van dit boekje geeft precies aan wat je in de kuip hebt: een korte roman over schaken. We praten de jaren ’40 als de grootmeester Czentovic aanmonstert op de stoomboot richting Buenos Aires. Onze verteller (Zweig zelf?) is gefascineerd door deze personage en haalt de zakenman McConnor over een wedstrijd te ‘kopen’. Czentovic gaat hierop in en veegt Zweig, McConnor en de andere verenigde schaakliefhebbers op het schip, moeiteloos van het bord. Tot, tijdens de tweede pot zich opeens ene meneer B. aandient (Bern?) die met enkele briljante tips een remise weet te forceren.
Zweig raakt in gesprek met B., die een voormalige gevangene van de nazi’s blijkt te zijn. Om de dodelijke verveling van zijn eenzame opsluiting te doorbreken, heeft hij zich met behulp van een schaakboekje verloren in het schaken, zelfs zover dat hij in zijn hoofd partijen tegen zichzelf is gaan spelen, hierbij het risico nemend zijn persoonlijkheid te splijten.
Meneer B. is kortom niet meer helemaal goed in zijn hoofd en dat doet hem ook de schaakpot verliezen: Czentovic speelt zo tergend traag dat B. allerlei parallelle wedstrijden in zijn hoofd begint te spelen, en uiteindelijk haalt hij deze partijen door elkaar.
Dit is zo’n boek dat stijf staat van het symbolisme en de dubbele lagen. Staat de raadselachtige verloren schaakpot voor de desolate staat van de wereld ten tijde van de Tweede Wereldoorlog? Staat Czentovic (een ongeletterde Russische boer) symbool voor de bruutheid en stompzinnigheid van de nieuwe opkomende machten? (Hitler en Stalin). Ik moet zeggen dat ik mijn vinger er niet helemaal achter gekregen heb. Misschien dat ik enkele subtiele hints over het hoofd gezien heb. Wel las ik later ergens dat Stefan Zweig een Oostenrijkse schrijver van joodse afkomst was, die vlak voor de oorlog vluchtte uit Oostenrijk, maar vlak na de afronding van deze novelle samen met zijn vrouw uit het leven stapte in 1942. Dat geeft dit bijzondere boekje zonder meer een extra lading…



Comments are closed.