Dit is een heel interessant boek over kaarten. In mij geval is het erg moeilijk om daar een saai boek over te schrijven, want al vanaf dat ik kind was, ben ik gefascineerd geweest door kaarten, atlassen en alles wat daarmee samenhangt. Ik heb zelf vele kaarten van fantasiewerelden getekend, en bijvoorbeeld een wereldkaart waarop alle tochten van ontdekkingsreizigers stonden ingetekend (nog zo’n fascinatie die ik als kind had).
Simon Garfield vertelt met een aanstekelijk enthousiasme en in een zeer prettige stijl over de geschiedenis van de kaartenmakerij in een twintigtal hoofdstukken die je ook prima los kunt lezen. Zijn scope is hierin ontzettend breed. Hij begint natuurlijk met de klassieke cartografen zoals Ptolemeus en Eratosthenes. En natuurlijk heeft hij het ook over de gouden eeuw van de cartografie, de 17e eeuw, waarin ook Nederland een aanzienlijke rol speelt, met als hoogtepunt de Atlas Maior van Blaeu (die ik thuis heb).
Maar ook belicht Garfield tal van curiositeiten. Hoe kon het zo zijn dat Amerika is genoemd naar de vrij onbeduidende Amerigo Vespucci? Hoe slopen er tal van hardnekkige misverstanden in de kaarten (zoals het eiland California, en Terra Australis Incognita)? Was er een schat op de plaats van het kruisje op de schatkaart die model stond voor Treasure Island?
Ook aan moderne verschijnselen gaat Garfield niet voorbij. Het gebruik van kaarten in computerspellen als Grand Theft Auto, de revolutie die Google met haar Maps heeft bewerkstelligd, de navigatiesystemen in auto’s, alles wordt belicht op een smakelijke, interessante en vaak verrassende manier.
Het moge duidelijk zijn: dit is een heel fijn werkje! Lezen!
‘The Walking Dead’ heeft een prima seizoen 3 achter de rug. Het verhaal is interessant omdat er veel aandacht is voor de ontwikkeling van de personages. Zo is Glenn, de kwieke voormalige pizzabezorger uit seizoen 1, nu een stuk verbetener en heeft hij een relatie gekregen met Maggie. Carl, Rick’s zoontje, wordt hiernaast wel heel snel volwassen en ’triggerhappy’. En Rick zelf gaat door een diepe crisis als zijn vrouw overlijdt.
En dan dus ‘The walking Dead‘, waar ik seizoen 1 van hem afgekeken (was ook maar 6 episodes). Het gegeven is dat van een post-apocalyptische wereld (ja, alweeeeer!) waarin 99% van de bevolking in rondstrompelende gruwelijk uitziende zombies is veranderd. Is nog niet echt aanlokkelijk. Verder is het plot soms wel erg ongeloofwaardig (zo blijft Rick, die in coma in het ziekenhuis ligt als de catastrofe gebeurt, vreemd genoeg gespaard) en blijft veel onduidelijk (is de hele wereld nu echt naar de gallemiesen? Hoe kan het zijn dat die zombies in enkele weken een hele samenleving verwoesten? Zo vlug ogen ze niet!).
Ja mijn tv is nog steeds kapot, en nee: dit is niet erg als je series als Community op je Mac kunt kijken.
Voordat ik met dit boek begon wist ik niet dat het plot van ‘The men who stare at goats’ (een hoogst vermakelijke film) is geschreven door dezelfde Jon Ronson. Niet dat het heel onverwacht is; qua thematiek ligt dit boek duidelijk in het verlengde.
Van Mark Haddon heb ik eerder Het Rode Huis gelezen, een psychologische roman die messcherp de zieleroerselen blootlegt van twee gezinnetjes die samen een weekendje doorbrengen op het platteland. Het grote inzicht in de menselijke psyche en de wijze waarop haddon dit weet te verwoorden, waren ijzersterk.