Leonardo da Vinci is één van die zeldzame genieën die de wereld heeft voortgebracht, in de buitencategorie van bijvoorbeeld Mozart en misschien een Einstein. Isaacson schrijft in dit boek uitgebreid over diens leven en werken.
Da Vinci wordt neergezet als een heuse ‘uomo universale‘. Hij was zéker niet alleen maar schilder, tekenaar of beeldhouwer maar vooral wetenschapper in de brede zin van het woord, gedreven door een kolossale nieuwsgierigheid en gezegend met een enorm vermogen te observeren.
En zo was Da Vinci zeker ook anatomicus (met zijn vele studies van het menselijke lijf), theater-technicus, bioloog (met zijn vele studies naar dieren en planten), architect (de bouwkunst van kerken interesseerde hem zeer), militair strateeg (hij heeft zich bezig gehouden met het ontwerpen van verdedigingswerken), cartograaf (getuige een stadsplattegrond van Imola bijvoorbeeld), èn ingenieur c.q. bouwkundige (getuige al zijn ontwerpen voor apparaten, machines en uitgebreide bouwkundige werken zoals de omleiding van een hele rivier!). Kortom: als op iemand het predicaat ‘alleskunner’ past, dan is het wel op Da Vinci.
Tegelijkertijd zorgden zijn zeer brede interesse, grilligheid èn zijn perfectionisme ervoor dat Da Vinci uiteindelijk maar weinig heeft nagelaten. De Vitruvius-man, de Mona Lisa en de bekende schildering van het Laatste Avondmaal zijn wat bekende zaken, maar het overgrote deel van Da Vinci’s werken is nooit afgerond of nooit gerealiseerd. Het leek Da Vinci zelf helemaal niet zo te deren; zo heeft Da Vinci nooit pogingen gedaan zijn uitgebreide en fascinerende notitieboeken, waar Isaacson rijkelijk uit put, te publiceren.
Isaacson’s relaas over Da Vinci’s bijzondere persoonlijkheid en levenswandel (zo was hij openlijk homoseksueel) en de verhalen over zijn omgang met al bijna even bekende mensen uit die tijd, zoals Cesare Borgia, Machiavelli en Michelangelo, zijn fascinerend om te lezen. Soms hadden de uitgebreide beschrijvingen over vele van Da Vinci’s werken wat mij betreft wat korter gemogen. Maar desondanks was dit een zeer interessant en kostelijk boek!

Deze serie is natuurlijk een prequel-spinoff van het onvolprezen ‘Breaking Bad’, maar is daar ook niet echt mee te vergelijken. Natuurlijk: beide series kennen die soms geniale visuele vondsten van maker Vince Gilligan, maar waar BB het moet hebben van een sensationeel snel plot, moet BCS het vooral hebben van heel nauwgezet uitgewerkte karakterontwikkelingen van de hoofdpersonen.
De inmiddels overleden schrijver John Williams was grotendeels vergeten, tot diens roman ‘Stoner’ enkele jaren geleden opeens veel aandacht kreeg (en zeer hoge waarderingen). Dit boek, ‘Butcher’s Crossing’ is het boek dat Williams daarvóór schreef, halverwege jaren ’60 van de vorige eeuw.
Deze serie gaat over de begintijd van de nieuwe Behavorial Science Unit van de FBI. We praten de jaren ’70 als de gedreven jonge agent Holden Ford het voor elkaar krijgt dat de FBI hem de ruimte geeft om het gedrag van moordenaars beter te begrijpen en zo andere moordzaken te kunnen oplossen. En dat is op zich interessant genoeg. Deze serie is echt een ‘slow-burn’, zoals dat heet. Het gaat allemaal niet heel snel en ook spektakelscenes blijven grotendeels uit. Maar toch houdt de serie de aandacht vast. Al met al aardig, dus!
Dit boek is geschreven in de vorm van een soort verslag aan een commissie die theatermakers Kees (de verteller) en diens kompaan Hein zou kunnen helpen met het financiële fiasco dat hun Rousseau-productie in het theater van de titel is geworden. Dit boek is echter met name een kapstok voor Kees ’t Hart om op vileine wijze de theaterwereld te fileren.


Van deze schrijver heb ik eerder diverse boeken gelezen (
Dit is natuurlijk de verfilming van het briljante epos van