Diverse keren is me gevraagd waar het idee nou vandaan kwam voor ‘Sint Vincent‘, mijn tweede roman. En dezelfde vraag kreeg ik ook eerder al, bij mijn eerste boek ‘Het ware paradijs‘ èn bij mijn novelle ‘Het goud…‘. Het eerlijke en korte antwoord is, misschien verbazingwekkend voor velen, dat ik in alle voornoemde gevallen eerst en vooral geïnspireerd werd door àndere boeken. In deze blog vertel ik daar iets over.

Het Ware Paradijs
Mijn boek ‘Het ware paradijs’ is geïnspireerd door het boek ‘Een stil geloof in engelen‘ van R.J. Ellory, nota bene uitgegeven door uitgeverij De Fontein, die ook de schrijfwedstrijd Schrijf en Huiver uitschreef waar ik dit boek voor heb uitgeschreven en ingediend (en waar ik de tweede prijs won).
Ook in voornoemd boek raakt een jonge jongen in de ban van de zoektocht naar een serie-moordenaar; een zoektocht die vele jaren zal duren. Ik implanteerde dit basisgegeven in een totaal andere setting en tijdvak en nam zelfs het idee over van dat de jongen een clubje formeert om de seriemoordenaar te vinden (de Guardians geheten, bij mij werd dit de Vigilanten).
Maar natuurlijk kende mijn boek meerdere bronnen! Dat ik het perspectief koos van een Duitse jongen in WOII-tijd, kwam doordat ik ‘De boekendief‘ van Marcus Zusak zo’n goed boek vond. Ook het verpletterende boek ‘De Welwillenden‘ van Jonathan Littell was een belangrijke inspiratiebron, bijvoorbeeld bij Joachim’s ervaringen in Stalingrad.
En in zekere zin hebben zelfs ‘Beatrice and Virgil‘ van Yann Martel en ‘Aasgieren‘ van Dan Simmons me beïnvloed (over dit laatste boek straks nog véél meer). Beide boeken lijken namelijk een poging te doen om een poging te doen om de gruwelen van WOII op een heel andere manier te beschrijven. Je moet in mijn boek de epiloog lezen om te begrijpen wat ik dan precies bedoel, want dat ga ik hier niet verklappen.
Het goud van Lupe Mirando
Over de inspiratiebronnen van mijn novelle heb ik eerder al iets verteld in deze post, waarin ik ‘Moon palace‘ van Paul Auster reeds aanhaalde. Het plotje waarin bandieten hun buit achter laten in een grot in een kloof op de grens van Arizona en Utah, komt uit dit boek, alsook het feit dat die grot later volstroomt, als na de bouw van de Hoover Dam zich hier het stuwmeer Lake Powell vormt. Ik heb het vermengd met diverse andere elementen, zoals een zoektocht naar goud die voort komt uit het heerlijke boek ‘De gebroeders Sisters‘ van Patrick DeWitt; de naam ‘Kermit’ is zelfs een rechtstreekse referentie naar dit boek.
En ten slotte moet ik natuurlijk twee stripseries van scenarist Van Hamme noemen, waaruit ik diverse elementen ‘leende’. De barse miljardair C. Sterling Dench is sterk geïnspireerd op Nerio Winch uit de serie Largo Winch, net als dat ik bewust de namen op elkaar deed lijken. En dat ik San Francisco koos als vestigingsplaats van Dench was óók niet toevallig; dat is ook de plek van het Winch HQ. Uit weer een andere serie van Van Hamme, ‘XIII‘ nam ik enkele elementen over uit de strip ‘Het Goud van Maximiliaan‘, zoals het gegeven dat bandieten in Mexico een heleboel gouden munten met daarop de beeltenis van de Mexicaanse keizer Maximiliaan gestolen hebben. Zelfs de oorspronkelijke titel van mijn eigen verhaal was in eerste instantie dezelfde. Maar later, toen ik dit lange verhaal uitwerkte tot de novelle die het is geworden, heb ik dit aangepast.
Sint Vincent
En dan ten slotte mijn tweede en vooralsnog laatste roman. Het idee voor ‘Sint Vincent’ ontstond heel concreet nadat ik het boek ‘Aasgieren‘ (‘Carrion Comfort’) van Dan Simmons voor de tweede keer gelezen had (inderdaad: ik noemde dit boek al). Toen ik het boek voor de eerste keer las, zeker 25 jaar geleden, was ik er zeer van onder de indruk. Maar de tweede keer was de beleving toch wat anders en had ik een meer genuanceerde mening. Ik werd heen en weer getrokken door twee verschillende gedachten: ik vond nog steeds het centrale fantasy-idee heel sterk (‘er zijn mensen die anderen met hun geest verregaand kunnen manipuleren’), maar op hetzelfde moment vond ik het plot onevenwichtig en niet altijd overtuigend. Zie hier mijn recensie.
En wat me vooral inviel was de gedachte dat Simmons naar mijn idee làng niet alles uit het centrale idee haalde; want wat betekent dat nou, als je zo’n gave hebt? Daar had Simmons veel meer mee kunnen doen, vond ik! Zo begon ik na te denken over wat ik zélf zou doen. En daarmee begon het idee voor dit boek steeds meer vorm te krijgen.
‘Sint Vincent’ is dus vooral te zien als een poging van mij om een eigen en originele draai te geven aan het oorspronkelijke centrale fantasy-idee uit ‘Aasgieren’. Ik laat, naar mijn idee, véél meer zien over wat die gave nou echt inhoudt en wat die betekent voor mensen. En ik toon overtuigend aan dat mensen met de gave elkaars natuurlijke tegenstander zullen zijn en niet, zoals bij Simmons, zullen gaan ‘samenhokken’ in zoiets als die schimmige ‘Island Club’; waarschijnlijk meteen het zwakste element uit dat boek.
Ik schroomde niet hier en daar wat hele duidelijke referenties naar mijn inspiratiebron op te nemen. De belangrijkste is dat ook in ‘Aasgieren’ sprake is van een giftig ‘driemanschap’; in dat boek twee vrouwen en één man. Dat idee nam ik over, maar nu met twee mannen en één vrouw. Ik nam ook veel namen over, soms heel letterlijk (Willi) en soms heel erg gelijkend (Nieman=Newmann, Waller=Fuller). Zélfs Vincent komt in het boek ‘Aasgieren’ voor, overigens hier wel als een onbetekenend nevenpersonage…
Is daarmee alles verteld over Sint Vincent? Natuurlijk niet, want het boek kende natuurlijk veel meer inspiratiebronnen. Eéntje ervan wil ik nog noemen; de tv-serie ‘Sense8‘ van de Wachowski’s. Inderdaad, ook de regisseurs van ‘The Matrix’ en, misschien nog belangrijker: ‘Cloud Atlas’, de dappere poging om het meesterwerk ‘Wolkenatlas‘ van David Mitchell te verfilmen. En zo kan ik deze post beëindigen met een referentie naar, wat mij betreft, op dit moment de beste schrijver op deze planeet!


