Boekrecensie ‘The Curious Incident..’, Mark Haddon

Van Mark Haddon heb ik eerder Het Rode Huis gelezen, een psychologische roman die messcherp de zieleroerselen blootlegt van twee gezinnetjes die samen een weekendje doorbrengen op het platteland. Het grote inzicht in de menselijke psyche en de wijze waarop haddon dit weet te verwoorden, waren ijzersterk.
Dit boek, voluit ‘The curious incident of the dog in the night-time’, Haddon’s debuut, is zo mogelijk nog knapper. Dat komt met name omdat Haddon nu wel een heel bijzonder hoofdpersoon kiest, namelijk een jongen met het Asperger syndroom, zeg maar Abed in het kwadraat. Haddon weet heel diep door te dringen in wat de jongen, Christopher, denkt en beweegt. Dit maakt het boek een ongelooflijk knappe prestatie. Neem daarbij ook nog eens een meeslepend en emotievol verhaal, en je hebt een superboek!

Lezen!

Boekrecensie ‘Vladiwostok!’ van P.F. Thomese

Van Thomèse had ik al eerder zijn eerste ‘J. Kessels’-boek gelezen. Ik verkeerde toen nog in de veronderstelling dat dit een luchtig tussendoortje was (een lekker plat en volks schelmenromannetje) van een verder serieuze schrijver (en zo ziet die er ook uit op de foto op de achtergrond; als een degelijke misschien wel wat saaie man).

Echter, deze mening moet ik na lezing van ‘Vladiwostok!’ herzien.

Dit boek van Thomèse is namelijk al even plat. Als niet platter, want in tegenstelling tot J.Kessels is het ook niet grappig en kluchtig bedoeld. Dit maakte dit boek tot een ronduit tenenkrommende ervaring: wat een lelijkheid! Hoofdpersonen Fons en Hans zijn twee mannen van middelbare leeftijd waarvan er één politicus is en de andere ‘spin doctor’. Beide zijn echter even onaangename personages: egoïstisch, racistisch, vrouwonvriendelijk, oppervlakkig en seksbelust. Nu is een beetje seks zeker niet erg in een boek, maar Thomèse overdrijft: het hele boek ben je gegijzeld in de hoofden van beide mannen, die schijnbaar alleen maar denken over hoe ze de volgende passerende ‘bereidwillige’ kut weer zo snel mogelijk kunnen volspuiten. Zo ordinair zoals ik het hier omschrijf, doet Thomèse het dus ook en het ergste is: zo gaat het het hele boek door, tot je er murw van raakt. Bovendien raken beide mannen letterlijk de absolute bodem van de ranzigheid: de ene belandt bij een Nigeriaanse hoer en de ander geilt op zijn eigen dochter.

Tja, dit alles maakte het boek tot niet alleen een matige leeservaring, maar zelfs tot behoorlijke irritatie. Wat een platheid, wat een lelijkheid. Bah!

Recensie ‘Factotum’ Charles Bukowski

Soms heb je van die cult-boeken waarvan je zelf eigenlijk niet snapt wat men er zo goed aan vond. Zelf had ik dat bijvoorbeeld bij ‘Fight Club’  van Chuck Palahniuk. Enorm gehypt, maar ik vond het eigenlijk allemaal niet zo veel aan.

Hetzelfde is aan de hand met dit boek, ‘Factotum’, want ook hier heb ik geen idee wat de buzz is. Het verhaal gaat over een luie, ambitieloze loser die zich door een schier eindeloze reeks van de meest vreselijke klaploperbaantjes heen werkt, zich laveloos drinkt in de kroeg en hier en daar wat kansloze scharrels aangaat met wat vrouwen. Hoofdpersoon Henry Chinaski is even stuitend pretentieloos en richtingloos in zijn leven, als dit boek is wat betreft plot-ontwikkeling. Dat zorgde ervoor dat ik al snel mijn aandacht verloor.

Helaas, dit boek was dus niet aan mij besteed…

Boekrecensie ‘Hart der duisternis’, Joseph Conrad

Deze geramde wereldliteratuur-klassieker wordt door vrijwel elke serieuze schrijver als inspiratiebron genoemd. Hiernaast vormt het ook nog eens de basis voor de film ‘Apocalypse Now’, ook al weer zo’n imposante klassieker.

Tijd dat ik het boek ook eens las, dus; gezien de pittige schrijfstijl toch maar in het Nederlands (ik had me eerst aan de Engelstalige versie gewaagd) en in een fijne vertaling van Bas Heijne. En ik moet zeggen: ik werd niet teleurgesteld! Conrad presenteert zich als een rasverteller. Hij formuleert ijzersterk, zeer beeldend en toch kernachtig en weet je hiermee kundig het broeierige en duistere verhaal in te sleuren.

Het verhaal gaat over Marlow die, gezeten op het dek van een boot die dobbert op de Thames, het verhaal vertelt aan zijn vrienden, over hoe hij vroeger ooit een reis gemaakt had naar het hart van de duisternis. Hiermee bedoelt hij donker Afrika, waar Marlow (we praten eind negentiende eeuw) met zijn boot de Congo-rivier moest opstomen richting de handelspost van de legendarische Kurtz. Marlow raakt gefascineerd door deze man, zonder hem ooit nog gezien te hebben…

Maar laat ik verder niets vertellen, want natuurlijk moet iedereen zelf dit boek maar lezen! Want dat is de moeite zonder meer waard. En dan te bedenken dat het boek 114 jaar oud is, ongelooflijk!

Recensie ‘Het laatste oudejaar van de mensheid’, Niccolo Ammaniti

Niccolo Ammaniti excelleert is het ongenadig neerzetten van personages en situaties. Zijn personages zijn vaak extreem (zo heb ik al een satanist en een neonazi voorbij zien komen) en de situaties waarin ze terechtkomen zijn vaak al net zo uitzinnig, met vaak noodlottige uitkomsten.

Dit kan bij Ammaniti resulteren in twee soorten boeken: ten eerste bewogen drama’s over hoe onbarmhartig het leven kan zijn (dit vind ik ook zijn beste boeken, zoals zijn ‘Ik haal je op, ik neem je mee’) en ten tweede regelrechte kluchten. Deze boeken, zoals ‘Zo God het wil’, vind ik aanzienlijk minder.

Het is om voornoemde reden jammer dat dit boek, ‘Het laatste oudejaar van de mensheid’ in de laatste categorie valt. Het is een volledig overtrokken verhaal dat er kortom over gaat hoe een oudejaarsfeest bij een nieuwbouwcomplex in Rome, volledig ontspoort. Ook nu heeft Ammaniti gekozen voor bijzondere personages, zoals een dominatrix (een SM-meesteres) en een lompe hooligan. Ammaniti laat, zoals te doen gebruikelijk, de verhaallijnen van alle personages samenkomen in een climax (en natuurlijk geen positieve!).

Al met al vond ik het boek hiermee te overdreven en te kluchtig, om dat woord maar weer eens te gebruiken, om het echt goed te vinden. Hiermee is het hoogstens vermakelijk, maar ja, dat is niet echt genoeg. Voor mij voorlopig even geen Ammaniti meer…

Boekrecensie ‘Inferno’, Dan Brown

Dit boek was op zich al een bijzondere ervaring omdat het het eerste is dat ik op mijn i-Pad las. Ik moet zeggen: dat smaakt naar meer!

Of dat ook geldt voor Dan Brown valt nog maar te bezien. De man heeft natuurlijk met ‘De Da Vinci Code’  en ‘ Het Bernini mysterie’ aardige boeken geschreven, maar ja: het blijft allemaal wel erg gekunstelde formule-fictie in een soms tenenkrommend proza. Om die reden had ik zijn ‘Het verloren symbool’  al gelaten voor wat het was. Ik durfde het echter, mede door enkele gunstige reviews met zijn nieuwste worp, met ‘Inferno’  toch weer aan.

Om te ervaren dat Brown me meteen verraste met een briljante vondst. Zijn hoofdpersoon Robert Langdon kan nogal een de onkreukbare gelijkhebberige en irritant pedante ‘held’ uithangen, en waarschijnlijk voelde Brown dit aan, want hij brengt Langdon meteen in een heel wat kwetsbaarder situatie. Hij raakt door een schampschot van een kogel namelijk zijn geheugen kwijt! Dit leidt ertoe dat nu ook Langdon eens een keer niet precies weet wat er nu speelt als meteen hierna het verhaal begint. En bovendien blijkt het geheugenverlies verhaaltechnisch een vondst, omdat je hierdoor met precies dezelfde kennis als Langdon zelf het avontuur induikt (een premisse die bijvoorbeeld ook Memento zo’n sterke film maakt).

Daarmee is wel het beste vermeld. Brown zit in de rest van het boek in de bekende spagaat tussen enerzijds een razendsnel plot te ontwikkelen maar anderzijds zijn sappige geschiedkundige kennis met je te delen (natuurlijk met name over Dante’s Commedia Divina, maar ook over de drie steden die we aandoen: Florence, Venetie en Istanbul). De wendingen zijn soms weer ongeloofwaardig en de puzzels zijn in dit boek wat minder aanwezig, viel me verder op. Zijn achterliggende Malthusiaanse boodschap over de gevaren van de exponentieel groeiende wereldbevolking is dan wel weer interessant. En, ten slotte nog een opvallend detail: Brown heeft goed naar Stieg Larsseon gekeken door een pittig punkmeisje als personage op te voeren.

Kortom: weer een echte Dan Brown, die al met al toch best de moeite waard is (alhoewel ik nu wel weer even voldoende Brown heb gelezen).

Boekrecensie ‘ Waar zijt gij, schildpad’, Jessica Grant

Ik heb me al veel vaker gestoord aan achterflap-teksten (of voorflap-teksten als dat het geval is) van boeken, die erg vaak de plank mis slaan. Maar zo kolossaal als bij dit boek van ene Jessica Grant, neen, zo zout heb ik het nooit gegeten. ‘Moderne zedenschets’, lees ik op de voorkaft, en: ‘flinke portie seks’. Beide komen echter niet in de verste verte in het boek voor! Is dit boek een misdruk of zo? Hoe dan ook, heel merkwaardig.

Gelukkdig is het boek zelf wel goed. Dat komt met name door de vertelstemmen. Hoofdpersonen zijn ten eerste de, hoe zeg ik het vriendelijk, laagbegaafde Audrey. Haar kijk op de wereld is heel bijzonder en vaak aanstekelijk grappig door de gekke associaties, redenaties en denkbeelden. Zoals het meertje achter haar ouders huis, waarvan ze zeker weet dat dat heel diep is en zelfs geen bodem heeft. Als ze dan een keer vuurwerk afsteken boven het meertje mijmert Audrey of de mensen aan de andere kant van het meertje het ook kunnen zien. Leuk aan Audrey is ook haar grote hart en onwankelbare vertrouwen in de mens.

De tweede personage is bizar genoeg haar schildpad, die Audrey laat logeren bij haar buren als zij terug moet reizen naar haar geboortedorp omdat haar vader is overleden (de centrale pun van het boek). Deze schildpad houdt het verhaal bij elkaar en dicht essentiële gaten in je kennis. Grappig is hij ook, bijvoorbeeld doordat zijn enige manier van communiceren is om een blaadje sla uit zijn bek te laten vallen.

In het geheel heeft Grant gewoon een goed een leuk boek geschreven, dat als enige manco heeft dat het wel wat korter had gemogen…

 

Boekrecensie ‘ De eenzaamheid van de priemgetallen’, Paolo Giordano

Dit boek beschrijft de moeizame levensgeschiedenis van Mattia en Alice. Beide gaan gebukt onder het verleden: Mattia omdat hij ooit zijn debiele tweelingzusje Michela in de steek liet, Alice omdat ze bij een skivakantie gehandicapt raakte en kampt met anorexia. Mattia en Alice vinden elkaar in hun eenzaamheid, maar slagen er toch niet in om echt bij elkaar te komen: ze zijn onverenigbaar als de priemgetallen waar de boektitel naar verwijst.

Paolo Giordano bewijst met dit boek dat hij trefzeker de zieleroerselen van getroubleerde jongelingen onder woorden kan brengen. Dat is knap gedaan, alhoewel ik wel vond dat Giordano wel twee hele sneue karakters als hoofdpersoon heeft gekozen: de onbeholpenheid waarmee zij telkens weer in ongemakkelijke situaties terechtkomen is wel heel schrijnend. Verder vond ik het abrupte einde waarbij erg veel te raden overblijft ergens wel een beetje jammer.

Maar toch al met al een mooi boek dit. Lezen, of anders: de film kijken! Dat laatste is alleen al de moeite waard door de prachtige filmmuziek van stemkunstenaar en alleskunner van Mike Patton (in een vroeger leven zanger van Faith no More).

Boekrecensie ‘Clausewitz’, Joost de Vries

‘Clausewitz’  is het debuut van Joost de Vries, en ik moet zeggen: ik heb me er prima mee vermaakt. Het verhaal gaat over Tim Modderman, die wil promoveren op het werk van de schrijver Ferdynand LeFebvre. Natuurlijk een fictief personage, waarmee De Vries iets soortgelijks doet als bijvoorbeeld Michael Chabon in zijn ‘The Yiddish Policemen Union’: een verhaal vertellen dat speelt in de huidige tijd, maar dan wel met enkele fictieve elementen erin, waarmee een soort parallelle werkelijkheid wordt geschapen. Bij Chabon was dat een Joodse kolonie in Alaska, bij De Vries is het dus een fictieve schrijver inclusief zijn entourage van schrijvers, politici en kunstenaars. Bij De Vries zijn in deze fictieve personages duidelijk verbanden te leggen met echte personen, zoals Mulisch, Van Mierlo, en dergelijke, maar nergens wordt het erg specifiek.

Tijdens zijn zoektocht verzandt Tim steeds meer in het moeras van LeFebvre’s schimmige verleden, als steeds meer lijkt dat de schrijver nooit bestaan heeft, maar alleen een pseudoniem is waar andere schrijvers hun werk onder publiceerden: diens levensgeschiedenis is dus geheel verzonnen. Zo gaat het boek dus over de dunne scheidslijn tussen verzinsel en waarheid en het gemak waarmee fabels ontstaan. Dit blijkt wel uit het feit dat in het einde aan het boek zelfs  Tim bijdraagt aan die mystificering van LeFebvre.

Bijzonder is verder dat Tim dan wel de hoofdpersoon is, maar dat de schrijver, Joost, nooit ver weg is, die is namelijk een goede vriend en studiegenoot. Een opvallende gelijkenis met het verhaal ‘Pontus’ van Job Breemer ter Stege, ook al een Nederlandse debutant, alhoewel aanzienlijk minder veelbelovend dan Joost de Vries.

De Vries is namelijk een erudiete vertellen die strooit met verwijzingen naar de grote wereldliteratuur. Het boek staat vol met kleine vaak erg interessante nevenverhaaltjes en bevat veel originele observaties, mooie metaforen en kostelijke gedachtenexperimenten. Zoals de zoektocht naar een metafoor, waarbij ‘metafoor’ de metafoor is. Die wordt gevonden met de zinsnede “De schaduw camoufleert haar gezicht niet, maar legt er een nieuwe laag van betekenis op, als een metafoor.” En later in het boek trakteert De Vries ons op een andere vondst: “Ik voel me als een afgekeurd bruistablet, over datum, zo een dat je in het water laat vallen en dat dan veel te langzaam en fragmentarisch oplost, waardoor er klontjes aan de oppervlakte komen drijven …. (En zo voel ik me nog het meest: als een metafoor die niet tot zijn recht wilde komen).”

Concludeert: een vermakelijk en bij vlagen intrigerend boek, leuk!

 

 

Boekrecensie ‘Een zomer lang’, Truman Capote

Dit boek is een minder bekend werk van Truman Capote, de flamboyante Amerikaanse schrijver die vooral bekend werd door ‘In Cold Blood’ en ‘ Breakfast at Tiffany’s’. Zoals in het naschrift is te lezen, is dit boek een manuscript dat na Capote’s dood is gevonden en waarvan de schrijver waarschijnlijk nooit heeft gewild dat het werd gepubliceerd. Dat is het dan nu alsnog.

Gelukkig maar zou je zeggen, want dit boek laat zien dat Capote’s een fijn pennetje heeft. Hij vertelt op een prachtige manier het verhaal over hoe rijkeluisdochter Grady O’Neill een lange zomer alleen in New York blijft en zich stort in een avontuurtje met Clyde, een Joodse macho-oorlogsveteraan. Sterker nog, ze trouwt op een onbezonnen moment zelfs met hem, ondanks dat ze weet dat ook haar oude trouwe jeugdvriend Peter, een veel verstandiger keuze, verliefd op haar is. Natuurlijk kan dat niet goed gaan…

In dit boek is nog niet eens het verhaal zo bijzonder, als wel de sterke schrijfstijl van Capote. Zoals een pagina waarin hij heel oorspronkelijk en zeer beeldend beschrijft hoe New York gebukt gaat onder een hittegolf.

Hiermee is dit boek zeker de moeite waard. Misschien niet een heus literair meesterwerk als Capote’s bekendste werken, maar het lezen zonder meer waard.