Boekrecensie ‘ De eenzaamheid van de priemgetallen’, Paolo Giordano

Dit boek beschrijft de moeizame levensgeschiedenis van Mattia en Alice. Beide gaan gebukt onder het verleden: Mattia omdat hij ooit zijn debiele tweelingzusje Michela in de steek liet, Alice omdat ze bij een skivakantie gehandicapt raakte en kampt met anorexia. Mattia en Alice vinden elkaar in hun eenzaamheid, maar slagen er toch niet in om echt bij elkaar te komen: ze zijn onverenigbaar als de priemgetallen waar de boektitel naar verwijst.

Paolo Giordano bewijst met dit boek dat hij trefzeker de zieleroerselen van getroubleerde jongelingen onder woorden kan brengen. Dat is knap gedaan, alhoewel ik wel vond dat Giordano wel twee hele sneue karakters als hoofdpersoon heeft gekozen: de onbeholpenheid waarmee zij telkens weer in ongemakkelijke situaties terechtkomen is wel heel schrijnend. Verder vond ik het abrupte einde waarbij erg veel te raden overblijft ergens wel een beetje jammer.

Maar toch al met al een mooi boek dit. Lezen, of anders: de film kijken! Dat laatste is alleen al de moeite waard door de prachtige filmmuziek van stemkunstenaar en alleskunner van Mike Patton (in een vroeger leven zanger van Faith no More).

Boekrecensie ‘Clausewitz’, Joost de Vries

‘Clausewitz’  is het debuut van Joost de Vries, en ik moet zeggen: ik heb me er prima mee vermaakt. Het verhaal gaat over Tim Modderman, die wil promoveren op het werk van de schrijver Ferdynand LeFebvre. Natuurlijk een fictief personage, waarmee De Vries iets soortgelijks doet als bijvoorbeeld Michael Chabon in zijn ‘The Yiddish Policemen Union’: een verhaal vertellen dat speelt in de huidige tijd, maar dan wel met enkele fictieve elementen erin, waarmee een soort parallelle werkelijkheid wordt geschapen. Bij Chabon was dat een Joodse kolonie in Alaska, bij De Vries is het dus een fictieve schrijver inclusief zijn entourage van schrijvers, politici en kunstenaars. Bij De Vries zijn in deze fictieve personages duidelijk verbanden te leggen met echte personen, zoals Mulisch, Van Mierlo, en dergelijke, maar nergens wordt het erg specifiek.

Tijdens zijn zoektocht verzandt Tim steeds meer in het moeras van LeFebvre’s schimmige verleden, als steeds meer lijkt dat de schrijver nooit bestaan heeft, maar alleen een pseudoniem is waar andere schrijvers hun werk onder publiceerden: diens levensgeschiedenis is dus geheel verzonnen. Zo gaat het boek dus over de dunne scheidslijn tussen verzinsel en waarheid en het gemak waarmee fabels ontstaan. Dit blijkt wel uit het feit dat in het einde aan het boek zelfs  Tim bijdraagt aan die mystificering van LeFebvre.

Bijzonder is verder dat Tim dan wel de hoofdpersoon is, maar dat de schrijver, Joost, nooit ver weg is, die is namelijk een goede vriend en studiegenoot. Een opvallende gelijkenis met het verhaal ‘Pontus’ van Job Breemer ter Stege, ook al een Nederlandse debutant, alhoewel aanzienlijk minder veelbelovend dan Joost de Vries.

De Vries is namelijk een erudiete vertellen die strooit met verwijzingen naar de grote wereldliteratuur. Het boek staat vol met kleine vaak erg interessante nevenverhaaltjes en bevat veel originele observaties, mooie metaforen en kostelijke gedachtenexperimenten. Zoals de zoektocht naar een metafoor, waarbij ‘metafoor’ de metafoor is. Die wordt gevonden met de zinsnede “De schaduw camoufleert haar gezicht niet, maar legt er een nieuwe laag van betekenis op, als een metafoor.” En later in het boek trakteert De Vries ons op een andere vondst: “Ik voel me als een afgekeurd bruistablet, over datum, zo een dat je in het water laat vallen en dat dan veel te langzaam en fragmentarisch oplost, waardoor er klontjes aan de oppervlakte komen drijven …. (En zo voel ik me nog het meest: als een metafoor die niet tot zijn recht wilde komen).”

Concludeert: een vermakelijk en bij vlagen intrigerend boek, leuk!

 

 

Boekrecensie ‘Een zomer lang’, Truman Capote

Dit boek is een minder bekend werk van Truman Capote, de flamboyante Amerikaanse schrijver die vooral bekend werd door ‘In Cold Blood’ en ‘ Breakfast at Tiffany’s’. Zoals in het naschrift is te lezen, is dit boek een manuscript dat na Capote’s dood is gevonden en waarvan de schrijver waarschijnlijk nooit heeft gewild dat het werd gepubliceerd. Dat is het dan nu alsnog.

Gelukkig maar zou je zeggen, want dit boek laat zien dat Capote’s een fijn pennetje heeft. Hij vertelt op een prachtige manier het verhaal over hoe rijkeluisdochter Grady O’Neill een lange zomer alleen in New York blijft en zich stort in een avontuurtje met Clyde, een Joodse macho-oorlogsveteraan. Sterker nog, ze trouwt op een onbezonnen moment zelfs met hem, ondanks dat ze weet dat ook haar oude trouwe jeugdvriend Peter, een veel verstandiger keuze, verliefd op haar is. Natuurlijk kan dat niet goed gaan…

In dit boek is nog niet eens het verhaal zo bijzonder, als wel de sterke schrijfstijl van Capote. Zoals een pagina waarin hij heel oorspronkelijk en zeer beeldend beschrijft hoe New York gebukt gaat onder een hittegolf.

Hiermee is dit boek zeker de moeite waard. Misschien niet een heus literair meesterwerk als Capote’s bekendste werken, maar het lezen zonder meer waard.

Boekrecensie ‘Het korte maar wonderbare leven van Oscar Wao’ , Junot Diaz

Dit geweldige boek is van alles tegelijk. Allereerst natuurlijk een coming of age-roman over de persoon uit de titel, Oscar ‘ Wao’ De Leon. Een jongen met Dominicaanse wortels, die opgroeit in provinciaal Amerika, als dikzak gebukt gaat onder de pesterijen van leeftijdgenoten en als uber-nerd dol is op science fiction en fantasy en zelf ook schrijver wil worden. Zijn personage is prachtig herkenbaar, dus ook schrijnend, neergezet.

Maar dit boek is meer, namelijk ook een korte geschiedschrijving van de Dominicaanse Republiek zelf, dat tientallen jaren gebukt ging onder de despoot Trujillo (over wie ik eerder las in ‘Het feest van de Bok’  van Vargas Llosa).

Het boek beperkt zich hiernaast niet tot Oscar, maar verhaalt ook over zijn moeder Beli (rusteloos en ambitieus), grootouders (slachtoffers van het regime), zus (Lola, al even ambitieus als haar moeder) en zijn kamergenoot op de universiteit, Yunior, ook al beginnend schrijver. Deze laatste is tevens de belangrijkste verteller van het verhaal, dus misschien eigenlijk Junot Diaz zelf?

Elk van deze verhalen zijn aanstekelijk verteld en meeslepend. De vertelstijl van Junot Diaz is ook nog eens zeer bijzonder. Het knettert en bruist. De tekst is doorspekt met fantasy-associaties (zo wordt ergens gesteld dat de wereld niet meer fantasy-achtig wordt als in de Dominicaanse Republiek, waar Trujillo heerst als een pseudo-Sauron) en zit vol met Spaanstalige uitroepen en gezegden (die gek genoeg toch vaak goed te volgen zijn). Dit maakt dit boek zonder meer een bijzondere leeservaring, hetgeen wordt versterkt omdat Junot Diaz bij vlagen erg grappig is.

Kortom: een superboek dit. Lezen!

 

Boekrecensie ‘Telegraph Avenue’, Michael Chabon

Ik had echt uitgekeken naar deze nieuwe roman van Michael Chabon, auteur van ‘WonderBoys’ en ‘De wonderlijke avonturen van Kavalier en Clay’. En dan is het natuurlijk extra jammer als het boek bij lezing uiteindelijk gewoon tegenvalt.

Dat begint eigenlijk al meteen op de eerste pagina’s, als meteen duidelijk wordt dat Chabon niet bepaald de doelstelling had een lekker leesbare pageturner te schrijven. Integendeel: Chabon lijkt wel met elke zorgvuldig geconstrueerde en kunstig geboetseerde zin zijn meesterschap te willen onderstrepen. Ergens midden in het boek presteert hij het zelfs om één enkele zin pagina’s lang te laten duren. Erg mooi allemaal, dit literaire spierballengerol, dat ik ook al kende van Chabon’s een-na-laatste worp ‘The Final Solution’, maar of dit een prettig leesbaar boek oplevert? Nou nee, niet bepaald.

Dit was misschien nog niet zo erg geweest, als Chabon boeiende materie bij de hand had gehad. Daarvan is echter geen sprake. Chabon blijft heel dicht bij zichzelf met een down-to-earth verhaaltje dat speelt in zijn eigen achtertuin: Oakland, California. Het verhaal draait min of meer om Archy Stalling en Nat Jaffe, de uitbaters van een ouderwetse platenwinkel met veel vintage vinyl, die gedoemd lijkt te moeten sluiten als er zich een grote mega-store dreigt te vestigen in hun straat. Ook de vrouwen van beide mannen, die samen een bevallingskliniek runnen en in aanvaring komen met het ziekenhuis komen echter aan bod. Net als de beide zonen ten slotte, waarvan de excentrieke Julius ‘Julie’ Jaffe latent homoseksueel is en Titus de wrokkige, opeens opduikende, zoon uit een eerdere relatie van Archy is. Chabon weet de karakters vaardig tot leven te brengen, maar ja: heel interessant zijn hun belevenissen en zieleroerselen eigenlijk niet. Het verhaal kabbelt om deze reden eigenlijk vooral maar een beetje door en komt ook niet echt tot een knallend eind. En wat ook niet echt helpt is dat Chabon zijn boek doordrenkt met populaire Amerikaanse geschiedenis, niet alleen muziek (van elke oude soul/funk/jazz-plaat die wordt genoemd, wordt consequent ook het label en jaar genoemd bijvoorbeeld) , maar ook films, sport, etcetera. Dit gaat als niet-Amerikaan toch deels langs je heen…

Tja, allemaal niet erg positief dus. Niet dat dit boek een volledige mislukking is, overigens. Chabon kan nog steeds bij vlagen briljant om de hoek komen met mooie observaties, originele metaforen of beeldende beschrijvingen. Maar dat is allemaal niet genoeg om dit een goed boek te maken naar mijn mening. Jammer!

Recensie ‘Bonita Avenue’ van Peter Buwalda

Normaliter heb ik het niet zo op Nederlandse schrijvers, maar hierop vormt misschien Buwalda wel een uitzondering. In ieder geval heb ik me met dit debuut van hem prima vermaakt. Bonita Avenue is een vuistdikke familiesage rondom Siem Segerius, rector van de Tubantia Universiteit (UT) in Enschede. Het verhaal gaat er kortweg over hoe Siem’s leven volledig ontspoort. Dat heeft niet alleen te maken met het geheime internetpornohandeltje van zijn dochter, maar ook met zijn wrokkige en agressieve zoon die juist uit het gevang komt.

Buwalda vertelt het verhaal kundig. Hij spring heen en weer tussen verteltijden en gebruikt ruimschoots flashbacks. Het verhaal wordt verder verteld vanuit drie perspectieven, niet alleen Siem, maar ook de ambitieuze en compromisloze dochter Joni en ook haar vriend Aaron Bever, een emotioneel labiele jongen die op een bepaald moment in een ‘kokkerd van een psychose’  terechtkomt.  Buwalda weet hen alle drie goed tot leven te brengen. En bovendien slaagt hij er ook nog in het boek te beëindigen met een mooie, bloedstollende, climax.

Concluderend kun je dus spreken van een gewoon erg goed boek, met erg weinig slechte kanten. Zeker als je bedenkt dat dit nog maar Buwalda’s debuut was!

Recensie ‘Agent 6’ van Tom Rob Smith

Met dit boek rondt Smith de trilogie af die hij zo meesterlijk begon met ‘Kind 44’. Dit eerste boek was in de basis een ingenieus detectiveverhaal, dat ook nog een bijzonder beklemmende sfeer had omdat het speelt in het Rusland onder Stalin. Smith bracht in dit boek, en ook in de indringende opvolger ‘Kolyma’ de waanzin van het communistische regime tot leven.

En dan dus dit laatste boek, ‘Agent 6′, met natuurlijk ook weer Leo Demidov als hoofdpersoon. Ook in dit boek is de forte weer de bijzondere context waarin het verhaal plaats vindt. Smith lijkt echter wel moeite gehad te hebben een plot te verzinnen, want dat is, net als bij Kolyma al het geval was, toch weer een beetje vergezocht. Ongenadig is het ook weer, want nu moet Leo ondergaan dat zijn vrouw Raisa bij een soortement uitwisseling in de V.S. wordt vermoord. Vijftien jaar lang wordt hij verteerd door verdriet en verlangen te ontdekken wie de moord heeft gepleegd om daar -natuurlijk- aan het eind van het boek achter te komen. Maar dan heeft hij inmiddels al vele ontberingen moeten ondergaan en heeft hij jarenlang in het door de Russen binnengevallen Afghanistan gezeten.
Alhoewel de hele Afghaanse episode op zich interessant is, wreekt het zich toch wel een beetje dat dit nauwelijks van belang is voor het centrale gegeven in het boek: wraak nemen op Raisa’s moordenaar. Eigenlijk zitten we dus een heel lang een nevenverhaaltje van 15 jaar te volgen, voor we weer terug zijn met waar het verhaal echt over ging. Dit komt het verhaal niet ten goede.
Niet dat dit hiermee een slecht boek is, ik vond het zeer lezenswaardig. Maar je moet helaas wel constateren dat het boek waarmee Smith zijn trilogie beëindigt het minste is van de drie.

Recensie ‘HhhH’ van Laurent Binet

‘HhhH’ staat voor ‘Himmler’s hersenen heten Heydrich’, hetgeen meteen verraadt waar het over gaat: Reinhard ‘het blonde beest’ Heydrich, misschien wel de ergste van alle nazi-kopstukken die samen met zijn onderdaan Eichmann aan de basis stond van één van de absolute dieptepunten van de menselijke beschaving: de holocaust. Hoe dan ook een interessante man dus, waar Philip Kerr in zijn meesterlijke ‘Prague Fatale’ ook al eerder aanstekelijk over schreef.
De Franse schrijver Binet concentreert zich vooral op de moordaanslag die op Heydrich beraamd wordt, ‘Operatie Antropoid’ geheten (zie hier een veel klinkender naam voor het boek, maar goed). Hij beperkt zich echter niet tot het schrijven van een geschiedenisboek, maar schrijft ook over het schrijven van dit geschiedenisboek. Een boek op meta-niveau dus. Het deed mij denken aan ‘Flaubert’s papegaai’ van Julian Barnes, dat niet alleen een biografie was van de beroemde schrijver, maar ook een commentaar was op biografieën in het algemeen.


Dat kunstje voert Binet hier dus ook uit, maar helaas wel in een minder geslaagde uitvoering. Was Barnes’ metaboek juist zo goed omdat hij de persoonlijke problemen van de verteller deel liet uitmaken van de verhaallijn, Binet komt hier niet echt aan toe, hij vertelt alleen ergens dat zijn obsessieve zoektocht naar het verhaal over Heydrich’s dood de relatie met zijn vriendin Natascha onder spanning brengt. Maar voor de rest weet hij hier weinig aan toe te voegen, en hierdoor zijn die ‘meta’-uitstapjes eerder hinderlijke onderbrekingen dan dat ze iets toevoegen. Nee, goed beschouwd lijkt Binet’s werkje dan eigenlijk nog meer op een Geert Mak, met de manier waarop het verhaal van de hak op de tak springt en door de talloze vrijelijke associaties die worden maakt.
De kern van het boek wordt intussen gevormd door de precieze toedracht van Heydrichs moord, waarover heel uitgebreid als een spannende thriller wordt verhaald. Dat is op zich best goed gedaan, maar ook niet heel bijzonder. Bovendien blijft bizar genoeg onduidelijk wie nu echt die dodelijke kogel heeft afgevuurd. Niet het duo Gabcik/Kubis (die de geschiedenis ingaan als de moordenaars van Heydrich) in ieder geval, want Gabcik’s stengun blokkeert en Kubis gooit alleen een bom. De scene waarmee het boek afsluit is eigenlijk ook veel interessanter: hoe de Gabcik, Kubis en kornuiten uiteindelijk worden opgespoord, zich verschanzen in een kerk en zich doodvechten tegen een legertje van 700 SS’ers. Bloedstollend…
Concluderend: dit boek was zeer zeker vermakelijk door de boeiende materie, maar ‘subliem’ zoals de Volkskrant jubelt op de achterflap? Nou… nee.

Recensie ‘Een bestseller schrijven voor dummies’ van Bart van Lierde

Is het mogelijk: een instructieboek schrijven dat je haarfijn uitlegt hoe je een bestseller schrijft? Natuurlijk niet, want als dat zou kunnen, zou iedereen toch een bestseller schrijven, niet? Of een bepaald boek succesvol wordt is bijna niet te voorspellen, en natuurlijk is dat maar goed ook, anders zou het wel heel saai worden. Je zou je dan bijna moeten afvragen of schrijver zijn nog wel een creatief vak zou zijn, als je risicoloos succesformuletjes uit zou hoeven te werken. Maar gelukkig is dit niet zo en kun je ook met een volstrekt uniek en ongekend boek succes hebben, hoe klein die kans -helaas- ook is. Want maar al te vaak staan er hele matige boeken aan de top van de bestsellerlijsten, zoals die ‘Vijftig tinten grijs’-serie, die in de pers -terecht, vrees ik- werd afgefakkeld als een Bouquetreeks met kinky seks.
Maar om terug te keren bij dit boek: Bart van Lierde (zelf een schrijver, alhoewel ik nog nooit eerder van hem gehoord had) heeft zich dus in een bij voorbaat kansloze missie gestort. Dat beseft hij schijnbaar zelf ook, want hij haast zich meteen de thematiek te versmallen: hij heeft het alleen nog maar over een formule die zich met name bij de film heeft bewezen. Dit is meteen een zwakte, want je vraagt je af of dit boek niet veel beter ‘Een filmscenario schrijven voor dummies’ had moeten heten.
Het positieve is wel dat Van Lierde over zijn thematiek vervolgens wel echt iets interessants over te zeggen, namelijk zijn observatie dat alle succesfilms van precies dezelfde opbouw uitgaan. Heel kort gezegd: (1) een hoofdpersoon bevindt zich in een relatief evenwicht als gevolg van een ‘blinde vlek’, (2) een beginincident brengt hem uit het evenwicht, (3) er volgen drie of vier keerpunten die hem steeds verder in de problemen brengen, (4) er ontstaat een crisis waarbij de hoofdpersoon eindelijk zijn blinde vlek onder ogen moet zien en (5) als gevolg hiervan wordt het evenwicht hersteld en een oplossing bereikt (al dan niet positief).
Het grappige is dat je inderdaad dit patroon in heel veel films ziet. Ik betrapte me er zelfs op dat ik ook de eerste films die ik daarna zag (‘Beasts of the Southern Wild’ en ‘The American’) op deze wijze ontleedde en dat het nog ‘klopte’ ook.

Hiermee is wel meteen het enige goede van dit instructieboek besproken. Aan het einde volgen nog wat algemene schrijftips die al tientallen keren in andere boeken hebben gestaan en nog wat al te gedetailleerde en soms onzinnige praktische tips. Wat vervolgens dan weer een beetje ontbreekt is een hoofdstukje over wat je als schrijver moet doen nadat je je boek eindelijk uitgegeven hebt gekregen: lezingen houden, signeersessies, talking head in DWDD, zoiets? In plaats hiervan sluit Van Lierde maar af met nogmaals een samenvatting van de kern van zijn betoog, helaas heel symbolisch, want zijn hele boek zit iets te vol met herhalingen.
Concluderend: op zijn vriendelijkst een aardig boek, met soms leuke inzichten, maar ook niet veel meer dan dat…

Recensie ‘Het rode huis’ van Mark Haddon

Dit boek van Mark Haddon is misschien het beste te vergelijken met Jonathan Franzen’s literaire pareltjes ‘De Correcties’ en ‘Vrijheid’. In die beide boeken schetste Franzen krachtige beelden van een familie en eigenlijk doet Mark Haddon in dit boek precies hetzelfde. Het mooie is ook nog eens dat hij dit verbluffend goed doet.
Haddon laat zijn roman draaien om de gezinnen van Richard en diens zus Angela, die besluiten een gezamenlijk weekje vakantie te vieren op het Engelse platteland (natuurlijk in het ‘Rode Huis’). Haddon’s boek heeft hiermee niet gekozen voor één, maar maar liefst voor acht hoofdpersonen, want hij laat ze allemaal min of meer even vaak aan het woord komen, op een manier die buitengewoon treffend en geloofwaardig is.

Richard; de arrogante liefdeloze chirurg, diens tweede prijsvrouwtje Louisa, hun egoïstische dochter Melissa, een krengerig prinsesje, de afgeleefde dorpsjuf Angela, die maar niet los kan komen van haar vierde, doodgeboren kind, haar nietsnutterige man Dominic, hun zoekende christelijke dochter Daisy, de sportieve testosteronbom zoon Alex die wel een oogje heeft op Melissa en de springere en wilde maar ook gevoelige Benjy, letterlijk de benjamin van het gezelschap.
Natuurlijk knarst en knettert het flink tussen alle verschillende personages, is er volop oud leed èn nieuw leed en ontstaan er tal van verwikkelingen. Haddon vertelt het allemaal meeslepend door voortdurend te switchen in perspectief. Makkelijk leesbaar is het verhaal echter niet bepaald door de soms wel heel abstracte manier van vertellen: in het boek zitten tal van passages waarin Haddon met lange associatieve opsommingen probeert beelden en sferen bij je op te roepen. Moeilijk, maar vaak wel erg effectief.
Kortom: ik werd aangenaam verrast door dit sterke boek. Maar wees wel gewaarschuwd: verwacht vooral niet een spanningsboog of een rond plot, ook niet op basis van de misleidende achterflaptekst die -zoals helaas heel vaak voorkomt- volledig de plank mis slaat: Haddon verhaalt gewoon over de zeven dagen die worden doorgebracht in het Rode Huis en het boek eindigt even onaf zoals het begon: met acht mensen die allemaal zo hun moeite hebben met het vormgeven van hun leven…