
Als misschien wel de beste schrijver van het Nederlandse taalgebied van dit moment, Ilja Leonard Pfeijffer, een nieuw boek uitbrengt dat alles in zich heeft (de omvang, het onderwerp) van een magnus opus, dan is dat natuurlijk op voorhand al zéér interessant. Te meer omdat ik door vele andere boeken (1 2 3 4 5 6) al een behoorlijke fan geworden! Na de break daarom een extra-lange bespreking!
De publicatie van het nieuwe boek was voldoende reden om maar eens het bezoek van Pfeijffer aan boekhandel ’t Colofon in Arnhem bij te wonen. Meteen toen de grote schrijver was ‘neergedaald van zijn Olympos om zich te mengen onder de gewone stervelingen’ (een moeizame metafoor omdat de beste man een trap moest beklimmen om in de ruimte uit te komen waar zijn toehoorders al in groten getale op hem wachtten), bleek dat Pfeiffer in ieder geval in fysieke zin imposant is: stevig gebouwd, groot en getooid met de lange grijze manen en het verfijnde baard die passen bij een man van zijn statuur.
Hij bleek al snel ook pratend even erudiet als in zijn boeken en wond de zaal moeiteloos om zijn vinger. En toen al veel te spoedig daarna de natuurlijk ook geplande signeersessie begon, had ik me handig genoeg zo strategisch gepositioneerd, dat ik als àllereerste in de rij stond. Wat een weelde! En zo was ik al snel de begeerde ‘opdracht’ rijker!
Goed, genoeg ‘fan-boy’-verhalen…. Maar snel over naar het boek. Want is dat even formidabel als Pfeijffer’s gestalte? Dat is nog maar de vraag: het kreeg een goede beoordeling in de Volks, maar tegelijkertijd een matige in de Ennercee.
Om te beginnen met het goede nieuws: ja: Alkibiades is een monumentale historische roman! En met die Alkibiades heeft Pfeijffer een interessante personages te pakken: iemand die niet alleen midden in de klassieke Griekse geschiedenis stond (het Athene van Sokrates en Perikles) maar ook een buitengewoon boeiende levenswandel had. Hoge toppen en diepe dalen. Omdat hij zowel bij de aartsvijanden Sparta en Perzië vertoefde, èn ook nog uitstapjes maakte naar Sicilië, Thracië en Phrygië, heeft Pfeijffer alle kans heel veel van de klassieke wereld te laten zien. En Akibiades zelf is ook een kostelijk personage: ambitieus, zelfingenomen, welbespraakt en ijdel.
Dan de kritische noot. De recensie in de NRC wijst erop dat Pfeijffer wel erg veel woorden nodig heeft voor zijn verhaal. En dat ook niet al zijn zinnen en scenes even mooi gecomponeerd zijn. Dat eerste vond ik ook bij tijd en wijlen, bijvoorbeeld bij de woordelijk uitgeschreven redevoeringen in de Atheense agora, of de soms wel heel gedetailleerd beschreven veld- en zeeslagen. Maar dat niet àlle zinnen even fraai zijn, vind ik een beetje flauw. Je kan tegelijkertijd precies het omgekeerde beweren, namelijk dat Pfeijffer ongelooflijk veel móói geschreven zinnen op je los laat, want dat is ook zeker waar! Meer dan zelfs!
Ook het bezwaar van de NRC-recensent dat het boek teveel tussen een historische verhandeling en een roman in hangt, volg ik niet. Pfeijffer heeft er wel degelijk echt zíjn vertelling en zíjn verhaal van gemaakt. Daar is Pfeijffer natuurlijk ook veel te veel een begenadigde schrijver voor natuurlijk. En een meeslepend verhaal is het, ondanks de enorme omvang van bijna 800 pagina’s (alle appendices dan nog maar even buiten beschouwing gelaten).
Kortom was dit boek zeker de moeite waard! Volg dus vooral de Volks-recensie zou ik zeggen, want de Ennercee is hier echt echt te negatief! (What do you know, de Volks wordt toch gekend als de ‘azijnbode‘?) Maar lees dus vooral dit boek! Want dit is echt een zeer bijzondere literaire prestatie! Een flinke kluif, maar wel eentje die nog lang zal blijven na resoneren!